

Een filmwalhalla in een oude textielfabriek
ReportageIn de voormalige Clitex-textielfabriek in Clinge, Zeeuws-Vlaanderen, hebben de vrienden Rutger-Jan Cleiren en Kasper Mols een unieke ‘filmhub’ gecreëerd. Tien jaar geleden kochten de ouders van Cleiren het vervallen pand, nu zijn er studio’s, filmsets, bioscopen en hoogwaardige editruimtes in gemaakt. Voorheen moesten filmmakers uit Zeeland en België naar de grote stad – Amsterdam, Brussel of Antwerpen – maar die tijden zijn voorbij. ‘We willen een broedplaats voor lokaal, regionaal en internationaal talent worden.’
Op het terrein van de voormalige textielfabriek Clitex in het Zeeuws-Vlaamse Clinge kun je deze middag een speld horen vallen. Moeilijk voor te stellen dat hier decennia geleden een epicentrum van nijverheid was, met 450 werknemers, voornamelijk Belgen, die stoffen voor dames- en herenkleding vervaardigden. Aan de achterkant van het terrein hangt een plaatsnaambordje, niet van echt te onderscheiden, in het kenmerkende blauw en wit; ‘Bruutsterdam’ staat erop. Over die naam later meer.
Zoals het gaat met gebouwen die niet langer nodig zijn, kwam de textielfabriek na de sluiting in 1984 leeg te staan en raakte het pand, twee hectare groot, in verval. Een stukje geschiedenis van de regio werd overgeleverd aan de elementen. Tot Rutger-Jan Cleiren (32) en Kasper Mols (31), kinderen van de regio (Hulst), er een bruisend filmwalhalla in maakten, enig in zijn soort.
Waar de ingang van ‘filmhub’ Bruutsterdam precies zit, wordt pas duidelijk als de stem van Cleiren vanuit een van de vele deuropeningen klinkt. De filmstudio annex bioscoop annex ontmoetingsplaats voor filmmakers is pas eind september 2024 geopend voor geïnteresseerden en donateurs van het project. Aan de ingang en de entree wordt in juli nog volop gewerkt.
Varens
We betreden het parallelle universum via de ontvangsthal, een ruimte die in 2018, toen de ouders van Cleiren het pand kochten, blank stond en waar varens tussen de visgraatvloer door groeiden. ‘Het dak was zo lek als een mandje’, zegt Cleiren. ‘We hebben er tweehonderd emmers water uit moeten scheppen.’ De ontvangsthal is zo groot dat het ook als kantoor en flexplek dient. Om Bruutsterdam te kunnen doorgronden, werkt een rondleiding het best.
Via een trap komen we in een ruimte die is omgebouwd tot een loftachtig appartement, waar Cleiren met zijn vrouw en kind woont. Vanuit het raam op de eerste verdieping wordt zichtbaar hoe groot Clitex is geweest. De daken lopen door zo ver als het oog reikt. Er zijn tegenwoordig ook een snoepfabriek en een caravanbouwer in gevestigd.
Achter de volgende deur is een bioscoopzaaltje ingericht. Hier kunnen klanten de eerste versie van de door BRUUT Inc., Grom of het BRUUT collective (die takken vormen samen met dit pand Bruutsterdam) gemaakte campagnefilms, bedrijfsspotjes of documentaires zien en waar nodig aanpassen.
Popcorn
‘Klanten moeten hier voelen dat film een feestje is’, zegt Mols. ‘Als een opdracht af is, nodigen we hen hier uit voor een filmavond, compleet met popcorn.’ Het meest opvallende in de ruimte zijn de vier bioscoopstoelen waar Cleiren en Mols als kind zelf uren in hebben gezeten.
Mols: ‘Toen de iconische bioscoop De Koning van Engeland in Hulst zou worden verbouwd, hebben we via de aannemer vier bioscoopstoelen bemachtigd. Nog eens 46 stuks staan beneden in de grote bioscoopzaal. De Koning van Engeland was een zogenaamde service-bioscoop. Je kunt de knopjes aan de zijkant, waarmee je eten en drinken kon bestellen tijdens de film, nog zien zitten.’
De twee Zeeuws-Vlamingen zaten op dezelfde basisschool in Hulst, maar raakten pas bevriend toen Cleiren met een bandje door het land toerde en Mols daar filmpjes van maakte. Mols ging daarna in Breda studeren en Cleiren in Antwerpen. Ze kunnen zich totaal verliezen in ‘het scheppen van een wereld’ (Mols) en ‘het orchestreren van een nieuwe realiteit’ (Cleiren).
Motorolie
Na hun studie kregen ze goedbetaalde banen aangeboden in respectievelijk Eindhoven en Londen, maar ze kozen er in 2014 voor om vanuit een studentenkamer in Breda en later in Antwerpen een kunstzinnig filmcollectief (Bruut) op te zetten. Drie jaar geleden streken ze neer in Clinge.
We lopen verder, naar het atelier van de ouders van Cleiren, beiden kunstschilder. Aan de muur hangen schilderijen van racewagens. Cleiren vertelt dat zijn vader de motorolie van de wagens die hij schildert in zijn doeken verwerkt. Zijn grootvader werkte voor de oorlog voor Walt Disney. Dat Cleiren een creatief beroep zou krijgen, was duidelijk. ‘Maar ik kan niet tekenen of schilderen’, zegt hij. ‘Daar heb ik best even mee geworsteld. Ik wilde mijn vader graag trots maken.’ Dat is met de bouw van Bruutsterdam wel gelukt.
Jonge makers
Cleiren en Mols dalen een trap af. Daar zitten collega’s Linn en Fred achter hun pc’s. Ze maken onder andere stop-motionfilms in een ruimte die is omgebouwd tot studio met poppen en miniaturen. Op lange planken bevestigd aan een van de wanden liggen professionele filmcamera’s, lampen en statieven. Cleiren en Mols verhuren die spullen aan jonge filmmakers uit de regio.
‘In Hulst en omgeving heb je niks op filmgebied, dus wij moesten deze spullen altijd zelf aanschaffen’, zegt Mols. ‘Of je moest helemaal naar de Randstad of Antwerpen.’ Met een glinstering in zijn ogen: ‘Jonge filmmakers uit Zeeuws-Vlaanderen en België kunnen tegenwoordig bij ons terecht. En we geven ook workshops, zodat ze kunnen leren hoe ze die spullen moeten gebruiken.’
In de volgende ruimte is ‘het grote atelier’, waar microsets worden gebouwd, een soort maquettes die als filmsetjes dienen. Vervolgens komen we in een hal met metershoge plafonds en dakramen waardoor gebroken zonlicht naar binnen valt. Het lijkt wel een antiquariaat - de ouders van Cleiren zijn verzamelaars, ze hadden tot niet zo lang geleden een designzaak en renoveerden oude panden.
Niets weggooien
Alles wat hier ligt opgeslagen - meubelstukken, oude deuren, hout, gereedschap - is hergebruikt materiaal. Mols wijst naar boven, waar een glazen wand is opgetrokken uit gerecycled glas. De barsten van vroeger zitten er nog in. ‘Wij gooien niets weg, zelfs oude schroeven niet. De meeste materialen zijn afkomstig uit de oude fabriek. Wij vinden duurzaamheid heel belangrijk.’ Bruutsterdam werd voor 200.000 euro aangelegd en opgebouwd, geheel op eigen kosten.
Via een ruimte vol oude filmdecors en -kostuums die door anderen wellicht al lang afgeschreven zouden zijn, maar waarvan de twee heren denken dat ze het nog wel eens voor een film of commercial kunnen gebruiken, komen we in een enorme, lichte fabriekshal, met in het midden een Ford pick-up uit 1928 die als koffiebar is ingericht, en verderop een decennia oude Mercedes-brandweerwagen. Een oude kermiswagen doet dienst als ontspanningsruimte.
‘Welkom in Bruutsterdam’, zegt Mols op gedragen toon. ‘In de filmwereld denkt men dat je per se naar de Randstad moet om het te maken. Wat wij hier aan het neerzetten zijn, is daar een alternatief voor. Een subtiele middelvinger naar het eeuwige advies om naar de grote stad te gaan. Dit is wat Zeeland nodig heeft om op hoog niveau films te maken.’
De mooiste en kostbaarste ruimte van Bruutsterdam hebben we dan nog niet eens gehad. Dat is de studio met aanpalende bioscoopzaal, vlak achter de grote fabriekshal. Elke serie, film of commercial die geproduceerd wordt, kan meteen op topniveau worden bewerkt in de grootste post-productiezaal van Nederland. Het bioscoopscherm van 6,5 meter breed is voor nabewerking de grootste van de Benelux.
Idolen
Alles wat hier zichtbaar is, is in het afgelopen half jaar met de hand ingericht en aangelegd; de isolatiepanelen, de elektrische bedrading, de projector. En het is van dermate hoge kwaliteit dat ook internationale filmmakers er lucht van hebben gekregen en de zaal al hebben geboekt.
‘Het meest trots zijn we op Adil en Bilall [de Belgische regisseurs van de nieuwe Bad Boys-films met Will Smith in een van de hoofdrollen]. Zij zijn onze idolen. In december komen ze twee weken editen. Dat is zo vet.’
Het grote doel van Cleiren en Mols is om met Bruutsterdam uit te groeien tot een filminstituut voor lokaal, nationaal en internationaal filmtalent. Een plek waar makers kunnen worden opgeleid en producties van begin tot eind worden gecreëerd. Na de grote opening van Bruutsterdam gaan ze zich weer storten op hun eigen filmprojecten. Mols wil een betere regisseur worden, Cleiren een sterkere cinematograaf. Wie weet worden ze ooit zelf idolen.
- Auteur: Dennis Boxhoorn
- Fotograaf: Christian Keijsers






























