

Scouting: outdoor, gezelligheid en uitdaging
ReportageBij scouting denken veel mensen aan fikkie stoken of kamperen. Dat klopt, maar het is zoveel meer, zegt voorzitter Richard Elsinga van scoutinggroep De Biezenhutters in Oosterwolde. Het is vooral samen praktisch en lekker bezig zijn in de buitenlucht. Scouts leren zelfstandig te worden en durf te hebben. En om respectvol om te gaan met anderen en de natuur. Tel daar een portie gezelligheid bij op en je snapt waarom er een wachtlijst is bij De Biezenhutters.
Een met hoge bomen omzoomd fietspad voert naar het clubterrein van scouting De Biezenhutters in Oosterwolde. Een mooiere plek voor een scoutingclub lijkt nauwelijks denkbaar: aan de bosrand en grenzend aan een natuurgebied, buiten de bebouwde kom. De welpen en scouts druppelen binnen op deze zonnige, maar nog frisse zaterdagmorgen.
‘Hé, heb jij een korte broek aan?’ vraagt een leider aan een jongetje, met groen overhemd en geel dasje. ‘Ja’, antwoordt hij. ‘Ik had het warmer ingeschat.’ Een paar kinderen zitten op een schommel. Andere scouts, de explorers (15-18 jaar), hebben die eerder met palen en touwen in elkaar gezet.
Scoutingwet
Elke zaterdagmorgen komen de welpen (7-11 jaar) en de scouts (11-15 jaar) bij elkaar op het scoutingterrein. Dat biedt plaats aan een schuur, een kampvuurplaats, het houten clubgebouw en een speelplein. Deze ochtend staat knopen leggen op het programma. Maar voordat de leden hiermee beginnen, volgt er altijd een korte ceremonie: het hijsen van de verenigingsvlag.
‘Om het groepsgevoel te versterken’, legt voorzitter Richard Elsinga van De Biezenhutters uit. De mutsen gaan af, de jassen uit. De kinderen staan in een kring en twee meisjes hijsen de vlag in top. Daarna leest een ander de scoutingwet voor: ‘Een scout trekt er samen met anderen op uit om de wereld te ontdekken en deze leefbaarder te maken. Een scout is eerlijk, vriendelijk en zet door. Een scout is trouw, waardebewust en zorgt goed voor de natuur. Een scout is behulpzaam en respecteert zichzelf en anderen.’
Outdoor
Daarna gaan de kinderen in groepjes uiteen. In een binnenruimte pakt welpenleider Mathijs Marissen (24) een stuk touw en een houten paal. Hij legt uit hoe je een platte knoop maakt. De jongens en meisjes kijken aandachtig toe.
‘Een touw’, begint hij eenvoudig, ‘heeft twee uiteinden. Heb je er drie, dan gaat het verkeerd’, grapt hij. ‘Je neemt een uiteinde in je linkerhand en een in je rechterhand, je doet rechts over links en trekt hem aan. Dat is de platte knoop.’ Marissen kwam op zijn negende bij scouting. Het mooie ervan? ‘Dat er geen wedstrijdelement in zit. Dat vind ik heel relaxed. Verder vind ik de cultuur van outdoor en jezelf uitdagen leuk. En daarbij is het ook nog eens heel gezellig.’
Burendag
De Biezenhutters bestaat dertig jaar en is een van de duizend scoutinggroepen in Nederland. Landelijk zijn er zo’n 115.000 leden. Bij scouting leren scouts allerlei vaardigheden, zoals houthakken, knopen leggen, koken op houtvuur en op een veilige manier vuur maken.
‘We doen ook diverse buitenspellen, houden speurtochten en droppings’, licht Elsinga toe. ‘Je leert zelfstandig en respectvol te zijn en durf te hebben. Welpen gaan bijvoorbeeld drie dagen kamperen zonder ouders. Hier leren ze hun eigen tas inpakken. Dan kunnen ze dat thuis ook als ze op vakantie gaan. We doen mee aan burendag en tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking lopen we mee met de stille tocht. Onze scouts dragen de kransen die bij de oorlogsmonumenten worden gelegd.’
Hip
Mocht scouting nog een oubollig imago hebben, dan is dat inmiddels wel afgeschud. Zeker toen bioloog Freek Vonk in 2021 ambassadeur, ofwel ‘chief scout’ werd. Hij maakte scouting hip, eigentijds en spannender. Dat blijkt uit het feit dat scoutinggroepen een van de snelst groeiende jeugdverenigingen zijn, stelt Elsinga. De Biezenhutters hebben zelfs een wachtlijst voor de welpen.
De reden is, zoals veel verenigingen zullen herkennen, een tekort aan vrijwilligers. Leiders die een scoutinggroep onder hun hoede nemen, krijgen daarvoor overigens speciale trainingen. Scouting werft momenteel vrijwilligers onder ouders en andere familieleden van leden. Want nee zeggen tegen een kind dat welp wil worden, is lastig, vindt welpenleider Dennis Roos (38). ‘Sta je open voor werken met kinderen en voor buiten zijn, meld je dan aan! Wij leren je alle vaardigheden.’
Terwijl diverse groepjes touw om palen leggen, treft welpenleider Eric Jan Wieland (30) voorbereidingen om in een van de bakken vuur te maken. ‘Eerst leg ik tondel (droge houtkrullen - red.) op de bodem en daarna bouw ik het hout in de vorm van een tipi op. Naast de vuurplek zetten we altijd een emmer water.’ Welp Roan komt een kijkje nemen. ‘Niet te dichtbij komen’, waarschuwt Wieland, ‘de rand van de bak is gloeiend heet.’
Wieland zit nu zo’n tien jaar bij scouting. ‘Je kunt kinderen echt wat leren’, licht hij zijn motivatie toe. ‘Veiligheid, een route lopen, hutten bouwen, samenwerken. Zaken waar je ook buiten scouting wat aan hebt. Laatst hoorde ik dat kinderen zelf ergens buiten een hut hadden gebouwd. Dat vind ik mooi. Mijn doel is om kinderen met een lach op hun gezicht naar huis laten gaan.’
Hutspot
Scout Gijs (13), een lange jongen met een knotje, zit nu tweeënhalf jaar bij scouting. Zijn vader en opa waren beiden leidinggevenden, dus werd scouting hem met de paplepel ingegoten. Maar dat is niet de enige reden dat hij besloot zich aan te melden, vertelt hij als hij een knoop legt om een lange, houten paal.
‘Je bent hier lekker bezig’, vertelt hij. ‘Veel in de natuur zijn vind ik fijn. En het is ook gewoon erg gezellig. Je maakt veel nieuwe vrienden.’ Wat hem verder aanspreekt, is dat je veel nieuwe vaardigheden aanleert. ‘Dat knopen leggen lijkt voor een buitenstaander misschien ingewikkeld, maar als je het vroeg leert, is het niet moeilijk.’
Naast hem zijn Fenna (11) en haar even oude vriendinnetje Hanneke aan het touwtjespringen. Wat Fenna leuk vindt aan scouting? ‘Je kunt hier lekker jezelf zijn. En je leert en doet nieuwe dingen, zoals spellen, vuur maken, hout hakken en koken.’ Dat laatste vindt ze vooral fijn. ‘Vorige week hebben we op houtvuur hutspot gekookt. Heel leuk, eerst moesten we de uien en wortels snijden.’
Hanneke geniet vooral van het buiten zijn. En de bosspellen. Waarom ze voor scouting koos? ‘Ik heb niet een echte hobby en mijn moeder zei dat ik misschien eens scouting moest proberen. Wij waren een van de eerste meisjes.’
Ganzenbord
‘Welpen, gaan jullie even wat drinken?’ spoort welpenleider Dennis Roos de jongsten aan. Binnen krijgen ze een glas ranja. Als dat op is, gaan ze naar het speelveld, dat naast het clubgebouw staat. ‘Kinderen moeten hier lol hebben’, vindt hij. Als ouders hem vragen wat scouting nu precies inhoudt, antwoordt hij: ‘Buitenspelen onder begeleiding.’ Belangrijk, vindt hij. ‘Zeker als je bedenkt dat veel kinderen binnenshuis uren op een tablet of smartphone zitten.’ Zelf is hij ICT’er en ook hij zit veel achter het scherm. ‘Samen plezier hebben is het belangrijkste. We doen veel bosspellen, zoals levend ganzenbord, waarbij scouts allerlei opdrachten moeten uitvoeren.’
Ook gaat hij elke zomer met scoutinggroepen op kamp. ‘Ik heb mijn vrouw bij scouting leren kennen en zij gaat met een andere groep op zomerkamp.’ Het mooie van scouting is dat niemand buiten de boot valt, onderstrepen alle leiders. Elsinga: ‘We hebben hier mensen van het vwo en het vmbo. Wij staan open voor iedereen. Voor alle rangen, standen en geaardheden. Er is respect voor elk mens. Als iemand hier met “hen” aangesproken wil worden, is dat geen probleem.’
Mathijs Marissen sluit zich hier volledig bij aan. ‘We hebben hier verschillende kinderen met uiteenlopende uitdagingen. Hier passen ze altijd in de groep. Iedereen doet mee. Dat maakt het fijn voor hen en kan ze ook verder helpen.’
- Auteur: Karin de Mik
- Fotograaf: Anja Brouwer


























