

‘We lijden allemaal aan het corsovirus’
ReportageElk jaar zijn de ruim honderd leden van corsovereniging Geschud(t) in Lichtenvoorde maanden druk met de bouw van een wagen. Dit jaar maakten ze een metershoge miereneter. Lid zijn van een corsovereniging betekent keihard werken. Niet alleen moet de wagen gebouwd worden, met bijvoorbeeld bier tappen op festivals moet er ook geld worden verdiend om alles te bekostigen. Rabo &Co nam deze zomer een kijkje in de hal van de bouwers.
Terwijl muziek van André Hazes door de ruimte schalt en tientallen mensen om hem heen in de weer zijn met zagen, boren en lasapparaten, zit Tim Derkzen (25) aan een lange tafel onverstoorbaar te werken achter zijn pc. Hij is de ‘bloemberekenaar’ van corsogroep Geschud(t), die in deze hal aan de rand van Lichtenvoorde een wagen bouwt voor het jaarlijkse bloemencorso. Minutieus heeft Derkzen alle onderdelen van de miereneter – het thema van de wagen dit jaar – opgemeten en ingevoerd in Excel. Net als alle dahlia-soorten en kleuren die nodig zijn. Vervolgens kan hij uitrekenen hoeveel bloemen er nodig zijn om de miereneter te bekleden. ‘Ik denk dat we dit jaar op 183.500 stuks uitkomen.’
Derkzen werd al jong bevangen door het corsovirus, zoals dat in Lichtenvoorde heet. ‘Als klein kind zag ik die grote wagens rijden en dat vond ik heel imposant.’ Vier jaar geleden sloot hij zich aan bij Geschud(t). ‘Ik werd manusje-van-alles: ik verfde, sjouwde met steigeronderdelen en plakte kranten op het metalen geraamte. Maar ik heb een rekenknobbel, dus sinds een jaar ben ik bloemberekenaar.’
Altijd genoeg bloemen
De dahlia’s worden op diverse plekken in de regio geteeld, onder meer op een veldje naast de hal van Geschud(t). Maar dat betekent niet per se dat die dahlia’s terechtkomen op de wagens in Lichtenvoorde. Een deel gaat bijvoorbeeld naar het corso in Winterswijk. ‘Als je bloemen van een dahliaplant knipt, groeit die bij goed weer snel weer aan, dus we hebben eigenlijk altijd voldoende bloemen’, vertelt een vrijwilliger.
Heel besmettelijk
Intussen wordt op de steiger in de loods de laatste hand gelegd aan het stalen frame van de miereneter, die de koosnaam Mieranda heeft gekregen. Chris Jansen zit in het geraamte van het beest en ‘prutst’ aan de bewegende onderdelen, zoals de tong en de kop. ‘Het valt niet mee, ik ben er al weken mee bezig’, verzucht hij. Zijn vader staat vlak bij hem de laatste staafjes metaal aan de kop te lassen.
Het gebeurt vaak dat hele families lid zijn van een corsogroep, vertelt voorzitter Sander Oonk (31) van Geschud(t). ‘Veel inwoners van Lichtenvoorde hebben het corsovirus en dat is heel besmettelijk.’
Vrijwel het hele jaar is de groep druk met de corsowagen, vertelt hij. Als eind september de wagen is afgebroken, wordt er al snel een oproep gedaan voor een ontwerp voor het volgende jaar. ‘Onze bouwcommissie kiest dan twee of drie ontwerpen en vraagt een toelichting aan de ontwerpers. Daarna blijft er één ontwerp over. In de winter maken we een maquette.’
In maart begint dan de bouw. Eerst wordt een frame in elkaar gelast, dat wordt beplakt met krantenpapier. Daaroverheen komt wit papier, waarop wordt aangegeven welke kleur bloem waar moet komen. Uiteindelijk, drie dagen vóór het corso, wordt begonnen met het ‘bloemprikken’. Tientallen vrijwilligers verwijderen de stelen, prikken een spijker door de bloemen en geven die aan de mensen die de wagen beplakken. Dat is het allerleukste werk, volgens veel vrijwilligers.
Bier tappen
Lid zijn van een corsovereniging is hard werken, vertelt Oonk. ‘Niet alleen moet de wagen worden gebouwd, we moeten ook geld verdienen om alles te bekostigen’, legt hij uit. ‘Elk jaar hebben we zo’n 30.000 euro nodig. Voor bouwmateriaal, de catering, noem maar op.’ Het afgelopen jaar was er 80.000 euro extra nodig voor de nieuwe hal, die mede werd gefinancierd door de gemeente Oost-Gelre.
‘Een deel van alle kosten wordt gesponsord door het lokale bedrijfsleven, in geld en natura. Dat levert zo’n 10.000 euro op’, aldus Oonk. En de leden betalen 55 euro contributie per jaar. De rest moeten de bouwers verdienen met bijvoorbeeld bier tappen op festivals. Inkomsten: vijf tot tien euro per persoon per uur. ‘Niet veel’, geeft de voorzitter toe, ‘maar als je met tien man een dag werkt, heb je toch een paar honderd euro. En samen werken is natuurlijk heel gezellig. Het gevoel van “samen doen”, dat vinden we heel belangrijk.’ Oonk benadrukt dat iedereen welkom is bij Geschud(t). ‘Geaardheid, kleur, een beperking, dat maakt allemaal niet uit, als je maar gezellig meedoet.’
In 2023 won Geschud(t) de eerste prijs met de wagen Berenbos. Maar niet elk jaar was zo succesvol voor de vereniging, die in 2012 ontstond uit een fusie van twee andere groepen. Van 2015 tot 2019 werd Geschud(t) telkens laatste, in 2024 vijfde ‘en dit jaar zien we wel wat het wordt’. Oonk is er in elk geval in geslaagd om al drie van zijn ambities te realiseren: een nieuwe hal, meer dan honderd leden en eindigen in de top tien.
Corsoquiz
Aan Bram Polman (25), de ontwerper van Mieranda, zal het niet liggen. Hij heeft geen kunstzinnige opleiding, vertelt hij. ‘Ik ben gewoon corsoverslaafd. Mijn vader is dat ook en mijn opa ook.’ Polman kent alle wagens sinds 2000 uit zijn hoofd, vertelt hij. ‘Een deel van oude foto’s, maar ook dankzij de corsoquiz die elk jaar wordt gehouden voor alle corsoverenigingen.’
Dan is het tijd om weer aan het werk te gaan. Polman gaat met een purspuit banden aanbrengen op de miereneter. Dat worden een soort schubben. Naast hem zijn vrijwilligers bezig met ‘inpappen’: oude kranten insmeren met lijm en op het frame plakken. Plakkers Fender (14) en Quinn (13) behoren tot de jongste leden van Geschud(t) en mogen dit jaar voor het eerst de steiger op. Tijdens het corso lopen ze, verkleed als mieren, voor de wagen uit, vertellen ze.
Dan komt Anita Raben (61) langs met frisdrank. Zij vormt met vier anderen het cateringteam van Geschud(t). ‘We doen de boodschappen en zetten koffie. We hebben ook weleens pannenkoeken gebakken, maar die vielen zó in de smaak dat we er niet tegenop konden werken.’
De laatste dagen voor het corso is het ook voor de dames van de catering keihard werken. Broodjes smeren, ijsjes uitdelen als het warm is, fruit snijden. ‘Alles wat er moet gebeuren, staat in mijn computer.’ Ze hoopt dat het dit jaar geen nachtwerk wordt, op de laatste dag voor het corso. We hebben eens meegemaakt dat we op zondagochtend om 8 uur klaar waren en om 14 uur aan de optocht moesten beginnen. Dat was niet leuk meer.’
Oonk kijkt uit naar het moment dat de miereneter klaar is voor het corso. ‘Als zo’n wagen dan naar buiten komt, staan alle bouwers te kijken.… Kippenvel! Soms zelfs tranen.’ Bloemberekenaar Tim moet vanavond met een dot purschuim in zijn haar naar huis. Ontwerper Bram was even aan het testen of de spuit al leeg was…
Het op één na grootste corso van Nederland
Het bloemencorso in Lichtenvoorde, dat al sinds 1929 wordt gehouden, is het op één na grootste van Nederland, na dat van Zundert. En het op één na grootste dahlia-corso ter wereld, vertellen ze er in de Achterhoek graag bij. Overigens werd het eerste corso in Zundert pas in 1936 gehouden.
Het festijn, waar jaarlijkse circa vier miljoen dahlia’s in allerlei kleuren voor worden gekweekt, is zo indrukwekkend dat het in 2021 op de Unesco-lijst van Immaterieel Wereld Erfgoed terechtkwam. Nederland telt ongeveer dertig bloemencorso’s. Hiervan zijn er 21 aangesloten bij het Netwerk Immaterieel Erfgoed.
Het corso in Lichtenvoorde vindt altijd plaats op de tweede zondag van september. Overigens werd er al op 5 september 1898 in deze plaats een corso gehouden, ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. In de beginjaren waren de wagens niet groter dan een bolderkar en reden er ook versierde fietsen mee. De wagens waren in die tijd versierd met heide, grassen en wat bloemen. Pas in 1957 kreeg het corso zijn huidige vorm, met grote wagens en voornamelijk dahlia’s. Vanaf 1970 kwam er subsidie van de gemeente, omdat de wagens steeds groter en complexer werden.
Lichtenvoorde telt nu achttien corsoverenigingen. Na afloop van het corso, omstreeks 16.30 uur, worden de wagens opgesteld op het speciaal daarvoor ingerichte tentoonstellingsterrein aan de Gert Reindersstraat. Dit terrein is ’s avonds sfeervol verlicht. De tentoonstelling is voor het publiek geopend van 16.30 uur tot circa 23.00 uur. Op maandagochtend, na de prijsuitreiking, rijden de wagens nogmaals de route die ze zondags hebben afgelegd. (Bron: Wikipedia)
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Reyer Boxem



























