

Een nieuwe kans voor elk asieldier
ReportageHonden, katten, knaagdieren en af en toe een schildpad of tropische vogel: bij Dierenopvang de Wissel in Leeuwarden krijgt elk zwerf- of afstandsdier een tijdelijke, liefdevolle plek. Vrijwel alle asieldieren komen terecht bij een nieuwe baas, al duurt het soms een jaar. In de zomer is het altijd spitsuur. Vooral piepjonge kittens zijn er in die periode vaste klant. De dierenambulance rijdt af en aan. Bijvoorbeeld om een jonge zwaluw op te halen die tegen een raam is gevlogen.
Hij lijkt wel een acrobaatje. Kitten Sinas klimt als een razende tegen het gaas van zijn kooitje omhoog. Het diertje is nog maar vier weken oud, maar nu al een aandachttrekkertje. We zijn deze maandagmorgen in Dierenopvang de Wissel in Leeuwarden, die elke zomer vol kittens zit. Hangend in het gaas steekt Sinas een pootje naar buiten. ‘Alles voor aandacht hè?’, grapt bedrijfsleider Muriel Meij (56). ‘Zijn moeder geeft geen melk, dus houden we haar twee kittens even apart’, legt ze uit. In een andere kooi zit poes Sigrid met twee van haar jonkies. ‘Die zijn negen weken oud en al geplaatst. De moeder is gesteriliseerd en gaat terug naar de eigenaar, die zelf bij ons aanklopte voor hulp.’
De Wissel, opgericht in 1957, bestaat behalve uit een dierenopvang, uit een dierenambulance en een kattenpension. Afstands- en gevonden zwerfdieren krijgen hier alle verzorging en hulp die ze nodig hebben. Jaarlijks vinden er zo’n negenhonderd dieren onderdak: vooral katten, honden, konijnen en andere knaagdieren. Maar ook volièrevogels, schildpadden en reptielen vinden er een tijdelijk huis. Het merendeel van hen verhuist naar een andere opvang, waarmee De Wissel samenwerkt. De dierenambulance brengt gewonde of verzwakte vogels meestal naar wildopvang De Fûgelhelling in Ureterp.
Na een grote verbouwing en uitbreiding in 2000 kregen de katten een vijfsterrenverblijf. Er kwamen ‘huiskamers’ met vloerverwarming, binnen- en buitenrennen en knusse verstopplekjes. ‘Zo kunnen ze zelf kiezen waar ze willen zijn’, licht medewerker Linda Colijn (42) toe tijdens een rondleiding. ‘In deze aparte hokjes’, wijst ze, ‘kunnen ze zich schuilhouden als ze even tot rust willen komen.’
Vangacties
In de zomer puilt het elk jaar uit van de kittens. Vooral zwerfkatten krijgen dan massaal jongen. Geregeld organiseert het asiel daarom vangacties. De katten worden direct gesteriliseerd of gecastreerd. ‘Bij iemand in Leeuwarden zaten laatst 35 zwerfkatten, waaronder vijf nestjes’, vertelt Meij. ‘De kittens gingen naar gastgezinnen. De andere komen bij ons in de opvang. Uiteindelijk krijgt elke kat een nieuw plekje.’
Maar het probleem zit niet alleen bij zwerfdieren. Soms groeit de verzorging katteneigenaren boven het hoofd of realiseren ze zich niet dat katten zich snel voortplanten, weet Meij. ‘Een poes kan drie nestjes per jaar krijgen, met gemiddeld vier kittens per keer. Dat zijn twaalf katten per jaar, die zich op hun beurt weer voortplanten. Voor je het weet, is de situatie onhoudbaar. Dan bellen mensen ons.’
Blije honden
Niet alleen katten, ook honden vinden hier onderdak. De vernieuwde kennels zonder tralies geven de dieren rust. ‘De deuren zijn namelijk van glas, waardoor ze het geblaf van andere honden niet horen. Daardoor zijn ze meer ontspannen en voelen ze zich veiliger’, licht Meij toe.
Gelukkig vinden vrijwel alle asieldieren uiteindelijk een nieuw baasje. Al kan dat soms lang duren. Colijn: ‘Kittens gaan als een speer. Honden moeten vaak langer wachten.’ Zoals Saba, een bastaard Duitse herder, die twee jaar in het asiel zat. ‘Nu heeft ze een fantastische plek en gaat ze zelfs mee op vakantie. Voor elk dier is er uiteindelijk een plekje’, glundert ze.
Toch merkt ze dat toekomstige hondenbaasjes kritischer worden. ‘Ze willen het perfecte plaatje. Een hond moet met kinderen kunnen, met katten, met andere honden en alleen thuis kunnen zijn.’ Zulke modelhonden bestaan niet: ‘Het zijn fantastische dieren, maar wel met een verleden. In het begin zijn ze soms angstig. Maar met veel geduld, tijd en aandacht worden het blije honden, die weer geplaatst kunnen worden. Soms schakelen we zelfs een gedragsdeskundige in.’ Muriel: ‘Mensen die geïnteresseerd zijn in een dier, kunnen meerdere keren langskomen. Zo kunnen ze zien of er een klik is.’
Legaat
Het opvangwerk kost handenvol geld. ‘We krijgen geen subsidie’, ontkracht Meij een veelvoorkomend misverstand. ‘Wel krijgen we twee weken lang een paar euro per dier per dag van de gemeente. Dat is een wettelijke taak, maar geen echte subsidie. Maar daarmee redden we het niet. De jaarlijkse collecte, fondsen en onze zevenhonderd donateurs zorgen voor inkomsten. En soms krijgen we een legaat. Laatst liet een meneer ons zelfs zijn huis na. Daar houden we hopelijk een flink bedrag aan over.’
Naast vijf vaste krachten draait De Wissel op vrijwilligers, honderd in totaal. ‘Geweldige, betrokken mensen op wie we trots zijn’, straalt Meij. ‘Om acht uur staan ze hier al hokken te schrobben. Ze laten honden uit en geven de katten aandacht. Zonder hen kunnen we niet bestaan.’ Toch zoekt De Wissel nieuwe vrijwilligers, vooral chauffeurs voor de dierenambulance. En dan met name voor de nachtelijke ritten. ‘Je krijgt een interne opleiding en draait eerst overdag mee in het team’, licht Muriel toe. ‘Het kan eenzaam zijn als je ’s nachts alleen op pad moet, maar je wordt goed begeleid.’
Kraai
Een van die vrijwilligers is centralist Ria Vos (69), die al negen jaar voor de dierenambulance werkt. Op haar beeldscherm wijst ze naar de meldingen die ze binnen heeft gekregen: een zwaargewonde houtduif in Leeuwarden (‘die redt het waarschijnlijk niet’), twee gewonde meeuwen (‘gaan naar de wildopvang in Ureterp’) en een door een kat aangevallen eend. Intussen loopt chauffeur Sjouke van der Meulen (71) binnen. Hij kan direct aan de bak. Er is een nieuwe melding: er ligt een jonge zwaluw versuft bij een raam van onderzoeksinstituut de Dairy Campus in Leeuwarden. Vos: ‘Hij leeft nog en zit in een doos.’
Van der Meulen springt in de ambulance en draait de weg op. Hij doet dit werk nu zo’n drie jaar, sinds zijn pensioen. ‘Ik heb wat met dieren’, vertelt hij. ‘Thuis hadden we altijd katten. Toen ik een advertentie voor een chauffeur zag, wist ik: dit wil ik doen. Ik krijg er energie van. Je weet nooit wat je aantreft. Soms breng je een weggelopen kat terug naar zijn eigenaar. Prachtig is dat. Laatst konden we een kraai bevrijden die vast zat achter een glasplaat. Dat deden we samen met de brandweer. Daar werken we prima mee samen. Maar andere keren moet je iemand slecht nieuws brengen omdat zijn huisdier is overleden. Ook dan zijn mensen je dankbaar. Ze weten wat er met hun dier is gebeurd en kunnen op een goede manier afscheid nemen.’
Slaapdienst
Op weg naar de Dairy Campus vertelt Van der Meulen verder over de ritten die hij maakt. ‘We zijn 24 uur per dag bereikbaar. Elke week rijdt onze ambulance zo’n duizend kilometer in de gemeente Leeuwarden. Slaapdiensten zijn er ook. Ik heb de bus dan bij mij thuis op de oprit staan. Vijf keer ben ik tot nog toe uit mijn bed gebeld. Dat zijn vaak bijzondere gevallen. Zo belde een mensenambulance mij eens toen er iemand met spoed naar het ziekenhuis moest. Die man had een hond thuis, die ik toen heb opgehaald. Het dier bleef een nacht bij ons in de opvang. Daar hebben we speciale plekken voor. Mooi dat je dat voor iemand kunt doen.’
Bij aankomst bij de Dairy Campus staat een medewerker al klaar met een doosje met daarin de onfortuinlijke vogel. Ze ontdekte het diertje toen ze wilde lunchen. ‘Hij lag bij het raam te draaien op zijn rug.’ Ze aarzelde geen moment en belde De Wissel. Van der Meulen bekijkt het trillende jonkie: ‘Geen verwondingen zo te zien. Dat komt wel goed. Dank voor de melding’, zegt hij.
Nieuwe kans
In de auto belt hij vrijwilliger Petra van der Veen, die al jaren thuis eerste hulp biedt aan gewonde vogels. ‘Het diertje heeft opvang nodig, want we weten niet of hij zelfstandig kan eten.’ Maar Petra is pas ’s avonds thuis, dus rijdt hij door naar De Wissel. Daar legt hij het zwaluwtje in een speciale ruimte. Het doosje dekt hij af met een handdoek. ‘Zo komt hij tot rust. Zonder prikkels van buitenaf. Straks breng ik hem naar Petra. Zo krijgt elk dier een nieuwe kans.’
- Auteur: Karin de Mik
- Fotograaf: Anja Brouwer

























