7 min

‘We zien veel dierenleed. Maar het is fijn om te kunnen helpen’

Reportage

Stichting Dierentehuis Arnhem bestaat uit een asiel voor de opvang van zwerfdieren en een dierenambulance die rondrijdt om zieke, gewonde en overleden dieren op te halen. Dagelijks worden er vogels, knaagdieren, honden en katten gered door de vrijwilligers die zich voor de stichting inzetten. ‘We kunnen ze hier opvangen en verzorgen totdat er weer een nieuwe eigenaar is gevonden’, vertelt teamleider Inge Scheffel. ‘Vooral katten krijgen snel een nieuw huis, maar ook voor honden wordt altijd een oplossing gevonden.’

Het pand waar het dierentehuis Arnhem is gevestigd, aan de rand van Velp, is gloednieuw. Het energieneutrale kantoor is modern, ruim en licht en de verblijven van de dieren zijn fris. Wat opvalt is de stilte. Dat verandert onmiddellijk als we richting de dierenverblijven lopen. De honden, die elk een apart verblijf hebben met binnen- en buitenruimte, beginnen luidkeels te blaffen en houden niet meer op. ‘Ze willen graag aandacht’, lacht teamleider Inge Scheffel.

Op het ruime perceel lopen twee jonge vrouwen met honden, tussen de bomen. ‘Het uitlaten van de honden doen we meestal op eigen terrein, legt Scheffel uit. ‘Er is hier voldoende ruimte. Er staat een hek om het hele terrein, dus de honden kunnen loslopen. Dat vinden asielhonden meestal fijn, want dan kunnen ze hun energie kwijt.’ Vaste vrijwilliger en dierenvriend Tom is intussen bladeren aan het harken. ‘We hebben meer dan honderd vrijwilligers’, vertelt Scheffel trots. ‘Tom werkt hier al jarenlang elke maandag.’

Huisdieren

Bij het asiel komen dieren die zijn gevonden, die noodopvang nodig hebben of waarvan de eigenaar afstand heeft gedaan. ‘Soms kan een eigenaar tijdelijk niet voor een dier zorgen, bijvoorbeeld na een woningbrand of bij een ziekenhuisopname’, vertelt Scheffel. ‘Maar er zijn ook baasjes die hun dier helemaal niet meer kunnen of willen hebben en er afstand van doen. Wij zorgen dan voor het dier en zoeken een nieuw thuis. Voor het afstand doen en het adopteren van een dier wordt een vergoeding gevraagd.’

Vooral katten vinden snel een nieuwe eigenaar. De omloopsnelheid is hoog. ‘Bij honden ligt dat anders’, zegt Scheffel. ‘Dat is sterk afhankelijk van het ras. In Arnhem doen kleine honden het goed, waarschijnlijk omdat mensen er niet zo groot wonen. We wisselen ook weleens dieren uit met een ander asiel. Grote honden zijn bijvoorbeeld populair in Ede. In het asiel daar komen meer mensen die ruim wonen, bijvoorbeeld in het buitengebied.’

Mensen kunnen bij het asiel een dier komen uitkiezen, maar ook dat is niet gratis. ‘Dat zou ook niet goed zijn’, meent Scheffel. ‘Je kunt je afvragen of dieren dan in het beste huis terechtkomen. Bovendien verzorgen wij ze, laten we ze chippen, steriliseren en vaccineren. Dat kost allemaal geld.’

In het nieuwe pand is veel ruimte voor de dieren. ‘We hebben nu achttien honden in de opvang’, vertelt Scheffel. ‘Daarmee zitten we bijna vol. Er is plek voor vierentwintig honden. Voor andere dieren is er nog genoeg ruimte. We kunnen zestig katten, vijfenveertig konijnen en ook diverse vogels en andere knaagdieren opvangen.’

In het asiel worden alleen huisdieren opgevangen, zoals honden, katten, konijnen, kippen, cavia’s en parkieten. Andere dieren, zoals egels, schildpadden, ganzen, papegaaien en roofvogels gaan naar de wild-, schildpadden- of vogelopvang.

‘Wemoetenweleensoverledenkattenenhondenmeenemen,bijvoorbeeldalszezijnaangereden.Datisaltijdheelzielig’

Fuut

De meldkamer van de dierenambulance heeft een mooi plekje gekregen in het hart van het nieuwe pand. De ambulance rijdt behalve in de gemeente Arnhem ook in Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar. ‘Vorig jaar hebben we hier 6.750 meldingen verwerkt’, vertelt coördinator Kimberley Boekhorst. ‘De ambulance rukte ruim 4.500 keer uit en de afgelegde afstanden zijn soms aanzienlijk.’

Dan komen er snel na elkaar twee meldingen binnen. Er is een fuut gevonden langs een sloot in Zevenaar en een dode gans in Arnhem-Zuid, vlak bij winkelcentrum Kronenburg. Ambulancechauffeur Angelique van Koppenaren trekt haar jas aan en kruipt achter het stuur van de ambulance. De radio gaat aan, de meezingers van 100% NL schallen door de cabine. ‘Ik zit vaak de hele dag in de wagen’, zegt Van Koppenaren. ‘Dan vind ik het heerlijk om naar een muziekje te luisteren.’

De reis gaat eerst naar de fuut, want die is waarschijnlijk gewond. Al eerder die dag rukte Van Koppenaren uit voor een marter die werd aangevallen door kraaien, twee duiven die opgesloten zaten in een schoorsteen en twee verzwakte kauwen. ‘Wij vangen in het asiel geen dieren uit de natuur op. Ik neem ze mee en dan worden ze drie keer per dag bij ons opgehaald door wildopvang Avolare. Die lapt ze op en laat ze weer vrij op de plek waar ze zijn gevonden.’

Van Koppenaren werkt nu ruim een jaar op de dierenambulance. ‘Ik ben jarenlang mantelzorger geweest voor mijn man, maar hij is twee jaar overleden. Het leek me tijd om weer eens iets te gaan doen. Toen zag ik een advertentie van Stichting DierenLot om voor de dierenambulance te werken.’ Van Koppenaren werkt officieel één dag per week, maar valt vaak in. ‘Er zijn te weinig vrijwilligers en ik vind het fijn om te doen.’

Roos

Het werk is soms best pittig. ‘We moeten weleens overleden katten en honden meenemen, bijvoorbeeld als ze zijn aangereden’, vertelt Van Koppenaren. ‘Dat is altijd heel zielig. Ik kan me nog een herder met de naam Roos herinneren, in de eerste maand dat ik hier werkte, die was doodgereden. Daar was ik echt verdrietig van.’

De medewerkers van de dierenambulance nemen de dieren mee en brengen ze terug naar hun baasje, als ze die kunnen achterhalen via de chip. Anders komen ze op de site van Amivedi, een organisatie die zich inzet voor vermiste en gevonden huisdieren.

Niet alle dieren laten zich makkelijk vangen. ‘Roofvogels, bijvoorbeeld, hebben sterke klauwen en scherpe snavels’, zegt Van Koppenaren. ‘Ik ga niet meteen met een net achter ze aan. Ik heb dikke handschoenen. Meestal lukt het me wel om ze te pakken. Wilde katten lok ik met snoepjes richting een kooi.’

Soms is het werk ook spannend. ‘Ik werd eens opgeroepen naar een adres waar de bewoonster was overleden’, vertelt Van Koppenaren. ‘Er zou een gevaarlijke bouvier in het huis zitten, die ik moest ophalen. Daar was ik heel nerveus over, maar het bleek een lieve labradoodle te zijn.’

Van Koppenaren komt het meest in actie voor verzwakte egels. ‘Mensen weten dat het niet zo goed gaat met de egel. Dan bellen ze snel. Ook voor duiven die ergens vastzitten, word ik regelmatig opgeroepen. Er liggen ook vaak aangereden katten langs de weg. Die haal ik dan op. Dat is voor mij niet leuk, maar wel fijn voor de baasjes. We kunnen de chip uitlezen en hen informeren.’

Van Koppenaren heeft geen lievelingsdieren, maar is wel dol op kittens. ‘Pas geleden vond een jongen een mandje met twee Siamese babykatten. Er zat een zakje voer bij. Die waren zo leuk en lief. De jongen die ze had gevonden, wilde er graag eentje adopteren, dat is volgens mij gelukt.’

Busbaan

Intussen is de ambulance aangekomen op de plek waar de zieke fuut is gezien. Ondanks een uitgebreide speurtocht is de watervogel spoorloos. ‘Dat gebeurt vaker, als mensen het zieke dier niet vastzetten’, zegt Van Koppenaren. ‘Hopelijk is hij weggevlogen.’ Van Koppenaren vervolgt haar weg naar de volgende melding, de dode gans. ‘Het verkeer is soms lastig. Mensen laten je er soms niet tussen of snijden je af. Ze houden er geen rekening mee dat er een gewond dier in de ambulance kan liggen.’

De dierenambulance mag niet met zwaailicht rijden, maar in Arnhem wel de busbaan gebruiken. ‘Dat is ook echt nodig om snel door de stad te komen.’ Onderweg komt er een nieuwe melding binnen. De zieke fuut is opnieuw aangetroffen, een paar honderd meter van de eerste locatie, en nu gevangen en in een doos gedaan. Van Koppenaren gaat vol goede moed opnieuw naar Zevenaar. Ze wikkelt de vogel in een dekentje en neemt hem in een bakje mee de ambulance in. 

De fuut wordt afgeleverd in het dierentehuis, maar de ambulance moet door. Er is weer een nieuwe melding. Een vogel met gebroken pootjes. ‘Heel verdrietig’, zegt Van Koppenaren. ‘We zien veel dierenleed. Maar het is fijn om te kunnen helpen.’

  • Auteur: Arwen Kleyngeld
  • Fotograaf: Koen Verheijden

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2026

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2026 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Grote Steden

    Een dag voor in de boeken

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Roots Budel: fine dining met wortels in de gemeenschap

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Reportage
    • Duurzaamheid
    • Buurtgevoel

    Met de koffiemachine naar het Repair Café

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Energietransitie

    Groener Groningen maakt duurzaamheid leuk

    • De vrijwilliger
    • Coöperatie
    • Buurtgevoel

    De Hardenberg: behoud van voorzieningen

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Weerbaarheid

    Taarten van toppers

    • De vrijwilliger
    • Buurtgevoel

    ‘Mijn passie: werken met mensen’

    • Oud & Nieuw
    • Buurtgevoel
    • Familiebedrijven

    ‘Elk dorp moet een goede bakkerij hebben’

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Duurzaamheid

    Biologische groenten voor de Voedselbank

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens