7 min

De kunst van een rijk verenigingsleven

Reportage

Dans, theater, film, muziek, beeldende kunst. Op elke hoek van de straat in de regio Amsterdam is een cultureel avontuur te beleven. De kunst- en cultuursector is onmisbaar voor de stad. Maar tegelijkertijd zijn de uitdagingen voor makers, verenigingen en stichtingen groot. ‘We moeten de zaal drie keer uitverkopen om de kosten te dekken.’

Iedereen die deze donderdagavond over de drempel stapt van clubgebouw De Schakel in Amstelveen wordt begroet met een dikke knuffel van Sharon, al twaalf jaar lid van OVA (Operette Vereniging Amstelveen, inmiddels bekend onder de naam OVA Musicals). Het zorgt voor korte grijnzen op de verder gespannen gezichten, want vanavond is de aftrap van het nieuwe seizoen van de vereniging en dat betekent: audities.

‘Dit jaar doen we Petticoat’, vertelt Amber, bestuurslid van de vereniging en één van de negen gegadigden om de hoofdrol van Pattie te spelen. Om die positie te bemachtigen, moeten alle potentiële Patties vanavond één voor één een nummer zingen voor de tweekoppige jury, bestaande uit de muzikaal leider en de regisseur van de musical. Ook is een van de bestuursleden van OVA aanwezig in de auditieruimte om erop toe te zien dat alles eerlijk verloopt. ‘Ik heb zo’n drukke dag gehad dat ik eigenlijk geen tijd had om zenuwachtig te worden, maar nu ik hier ben, voel ik ’m wel’, zegt Amber. In de binnentuin blazen twee auditanten via een rietje bubbels in een flesje, een techniek om de stembanden op te warmen.

Avondje uit

OVA Musicals telt zo’n veertig leden. Tussen september en juni repeteren ze elke donderdag, waarbij de avond steevast wordt afgesloten met een borrel. ‘Soms klimt iemand achter de piano en dan zingen we met z’n allen’, vertelt Indra, een van de potentiële Patties, vlak voor ze de auditieruimte in moet. ‘Ik vind het sowieso heerlijk om met zingen, dansen en acteren bezig te zijn, maar dit is ook nog eens een heel gezellige club. De donderdag voelt echt als mijn avondje uit.’

Een deel van de zolder van De Schakel doet dienst als archief. Wie hier langs de bomvolle kledingrekken en planken vol dozen met hoeden en pruiken struint, krijgt een idee van de stukken die door OVA eerder ten tonele zijn gebracht. Amber: ‘We bestaan sinds 1970, toen waren we echt nog een operettevereniging. Zo’n twintig jaar geleden hebben we de switch gemaakt naar musicals. We kiezen vaker voor bekendere producties, zoals Evita en Jesus Christ Superstar. Vorig jaar brachten we Titanic. Die namen spreken toch een groter publiek aan.’

Wachtlijst

Het jaarlijkse hoogtepunt van de vereniging is in juni, als de musical drie maal ten gehore wordt gebracht in de Stadsschouwburg Amstelveen. Amber: ‘Als je daar voor zeshonderd man staat, dat is echt onbeschrijflijk gaaf. Zelfs als je - zoals ik - in het dagelijks leven niet zo in de spotlights hoeft te staan. Musical is een hele leuke manier om uit je comfortzone te stappen.’ Het animo voor OVA is zo groot dat de vereniging een wachtlijst heeft voor nieuwe leden. Ook op de betrokkenheid van leden bij de club valt weinig aan te merken. Amber: ‘Veel leden zitten in commissies voor kap en grime, voor het decor, de kostuums of ze draaien bardiensten.’ Een florerende vereniging dus? ‘Ja’, zegt Amber. ‘Al zijn er ook grote uitdagingen.’

De grootste: het vullen van de schouwburg. ‘Het is de bedoeling dat we drie keer voor een uitverkochte zaal spelen. Vaak lukt het wel om de zaal één tot twee keer vol te krijgen, met vrienden, collega’s en familie. Maar vaker niet, terwijl die inkomsten onwijs belangrijk zijn voor het voortbestaan van onze vereniging. Zeker nu het bouwmateriaal voor het decor veel duurder is geworden.’

‘Voorzeshonderdmanopeenpodiumstaan,datisechtonbeschrijflijkgaaf’

Een beetje ondersteuning

In die uitdaging staat OVA niet alleen. Als we aan het begin van de zomer aanschuiven bij een door Rabobank georganiseerde avond over de toekomst van de kunst- en cultuur-community in Amsterdam komt bij een inventarisatie onder verenigingen, makers en artiesten in de stad ‘financiën’ als grootste punt van zorg naar voren. ‘Weinig beschikbare repetitieruimte’ en ‘ledenbehoud’ volgen op de tweede en derde plek.

De zorgen zijn bekend bij de Amsterdamse wethouder Touria Meliani. Ze legt de toehoorders in restaurant annex cultuurpodium Tolhuistuin uit hoe het stadsbestuur probeert culturele instellingen en makers de ruimte te geven in een stad waar om elke vierkante meter wordt gestreden. ‘Want we willen óók de druk op de woningmarkt verlichten én de stad groen houden’, somt ze op. ‘Dus dat valt niet altijd mee’.

Veel organisaties zetten zich in

De wethouder wijst erop dat ze hier ‘gelukkig’ niet alleen voor staat, maar dat er ook veel organisaties zijn die zich inzetten voor deze sector. Organisaties zoals het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat jaarlijks miljoenen investeert in zo’n 3.500 projecten op het gebied van cultuur en natuur.

Ook Rabobank zet zich in voor het verbinden en versterken van de kunst- en cultuursector. Niet alleen door avonden als deze te organiseren, maar ook met bijvoorbeeld de Rabo ClubSupportactie, waarbij verenigingen geld kunnen ophalen middels een stemactie. Een ander onderdeel van Rabo ClubSupport: het verenigingsondersteuningsprogramma, waarbij verenigingen één op één begeleiding krijgen van een expert uit het netwerk van Rabobank of sportkoepel NOC*NSF.

Genereren van naamsbekendheid én een eigen pand

STA! (Studententoneel Amsterdam) is zo’n club die met dit programma is begonnen. Ze werd door Rabobank gekoppeld aan Rajiv Girwar, een ervaren bestuurder met veel connecties in Amsterdam. ‘We hebben nu elke drie weken een gesprek met hem, dat is heel waardevol’, vertelt STA!-lid Celine Jacobs, in een repetitieruimte van cultureel studentencentrum CREA in Amsterdam. Op de achtergrond is een groepje leden bezig met een improzproberen een dialoog te voeren, terwijl de plek en omstandigheden steeds wisselen.

De belangrijkste hulpvraag van STA! is het genereren van meer naamsbekendheid. ‘Onze droom is om ooit een eigen pand te hebben, maar daarvoor is een netwerk superbelangrijk’, zegt Celine. ‘De gemeente heeft bijvoorbeeld veel vastgoed. Maar als we daarvoor in aanmerking willen komen, moet onze wens wel bij de juiste mensen bekend zijn. Daar helpt Rajiv ons bij. Hij zegt: laat je gezicht zien, zorg dat mensen je kennen. Dat helpt allemaal mee.’

Een ander doel van STA! is het verhogen van de betrokkenheid onder leden. Ook daar helpt het verenigingsondersteuningsprogramma bij. Al is voor sommige leden, onder wie Celine, die betrokkenheid al een vanzelfsprekendheid. Vorig jaar zat ze in het bestuur, dit studiejaar maakt ze deel uit van de subsidiecommissie. ‘Toen ik naar Amsterdam kwam om te studeren, vond ik de stad overweldigend. Dankzij STA! ben ik heel erg losgekomen’, vertelt ze tussen de oefeningen door. ‘Ik heb hier m’n beste vriendinnen én de stad leren kennen. Dus ik wil de vereniging graag wat teruggeven.’

Spa rood

STA! is niet de enige vereniging die de hulp van Rabo ClubSupport inschakelde. In 2022 maakten 43 clubs en verenigingen in de metropoolregio Amsterdam - pakweg het gebied tussen Almere, Haarlem en Hoofddorp - gebruik van deze manier van verenigingsondersteuning. ‘We zien dat er bij deze clubs en verenigingen meer bewustwording ontstaat’, zegt Lutger Brenninkmeijer, die namens NOC*NSF betrokken is bij Rabo ClubSupport. ‘Experts halen verenigingen uit hun reguliere gedachtegoed, waardoor ze anders naar hun club gaan kijken.’ Brenninkmeijer maakt de vergelijking met een glas Spa Rood. ‘Als je dat te lang laat staan, is het bruisende eraf. Je moet er af en toe iets bij gieten. Dat is wat dit programma doet. Het zet iets in beweging.’

Terug naar Amstelveen, waar barman Nico het steeds drukker krijgt. Ook OVA heeft in het verleden gebruikgemaakt van verenigingsondersteuning. Eric Ruts hielp hen een toekomstvisie te formuleren, waarna ze gekoppeld werden aan Eelco van der Linden, de bedenker van de bevrijdingsfestivals. Hij dacht mee over manieren om die visie om te zetten in praktische doelen, bijvoorbeeld om de zichtbaarheid te vergroten.

‘Op die tips willen we graag verder bouwen’, zegt Amber, vlak voor ze in de rol van Pattie kruipt. ‘We willen ook graag een nieuw logo en de vereniging meer verankeren in Amstelveen. Maar we hebben sinds dit jaar ook een nieuw bestuur, dus eerst willen we de boel organisatorisch op de rit krijgen.’ Met een paar laatste aanmoedigingen op zak (‘Spuug ze in de bek, schat! Laat ze een poepie ruiken!’) loopt Amber richting de auditieruimte, om even later vrolijk weer naar buiten te stappen. ‘Het ging goed!’ Vanachter de bar zet Nico alvast een glas klaar. De derde helft kan beginnen. <

  • Auteur: Marlie van Zoggel
  • Fotograaf: Barbara Kieboom

Meer lezen over dit onderwerp?