7 min

Boeren zaaien bloemen om bijen te redden

Reportage

Het gaat zo slecht met de bij en andere bestuivers in Nederland dat meer dan de helft van de soorten op de rode lijst staat. Toen netwerkorganisatie Bijenlandschap West-Brabant hoorde van nieuwe mestregels die voorschrijven dat boeren de stroken langs hun percelen grenzend aan water anders moeten inzaaien, zagen ze een geweldige kans. Samen met de Universiteit van Wageningen ontwikkelden ze een mengsel waar bijen bij floreren. In mei werd voor het tweede jaar ruim honderd kilometer bijenbufferstrook ingezaaid.

Aan de randen van de landerijen die eigendom zijn van boomkwekerij NL Plants in Wernhout staat een picknickbankje waar wandelaars en fietsers graag even gaan zitten. Voor een broodje of om even uit te puffen. Voorheen keken ze dan uit op monotone rijen bomen, maar sinds vorig jaar zien ze vooral bloemen in allerlei vrolijke kleuren, waar diverse soorten bijen zoemen dat het een lieve lust is.

‘Wel zo gezellig’, zegt Edwin Raats (35), bedrijfsleider van NL Plants, terwijl hij met zijn hand door een zadenmengsel woelt. Hij zaaide de bloemen vorig jaar in en heeft dat begin mei voor het tweede jaar op rij gedaan. ‘Het is nooit verkeerd om met de natuur samen te werken.’

Bijenbufferstrook

Het gaat om een zogenaamde bijenbufferstrook, op een stuk land waar akkerbouwers en boomkwekers anders gras zouden zaaien. In die ‘loze’ grond gaat een zadenmengsel met inheemse soorten bloemen waar bijen en andere bestuivers van houden: rijk aan nectar en stuifmeel. Waar ze van de lente tot in de herfst voedsel kunnen vinden en zich kunnen voortplanten.

Het mengsel is ontwikkeld door Wageningen Environmental Research (WENR) en bestaat naast voedingsrijke bloemen, klaver en grassoorten ook uit soorten die als natuurlijke bestrijders van bijvoorbeeld bladluizen gelden. Planten waarvan bekend is dat ze ziekten en plagen aantrekken, zijn vermeden.

Er zijn verschillende mengsels samengesteld: voor de boomkwekerij, fruitteelt, akkerbouw met peulvruchten en de maïsteelt. De stroken zijn hard nodig, vertellen Riny van Empel en Annemieke Doomen in een gesprek via Teams. Beiden zijn coördinator van Bijenlandschap West-Brabant, een samenwerkingsverband van veertig organisaties die als doel hebben het aantal bijen in Nederland te laten groeien.

Heel zorgelijk

Want dat het slecht gaat met de bij in Nederland en eigenlijk zo’n beetje met alle bestuivers, is al jaren duidelijk. De cijfers liegen er niet om: voor driekwart van onze voedselgewassen zijn we afhankelijk van bijen en andere bestuivers. Zij zorgen ervoor dat onder andere appels, kersen, aardbeien, courgettes en tomaten geproduceerd kunnen blijven worden.

Ook zijn ze medeverantwoordelijk voor zo’n 85 procent van de biodiversiteit in Nederland. En dan nog een getal om te onthouden: met meer dan de helft van de 358 bijensoorten en bestuivers in ons land gaat het slecht. Ze staan op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Van Empel: ‘Het is eigenlijk gewoon heel zorgelijk.’

In 2018 lanceerde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Nationale Bijenstrategie, met als einddoel om tegen 2030 te zorgen dat bestuivers in Nederland weer voldoende voedsel en leefomgeving hebben, zodat de soorten stabiel zijn en van de rode lijst af kunnen. De insecten zijn in de loop der tijd in de verdrukking gekomen omdat er in het verstedelijkte Nederland steeds minder plek voor ze is. Ook stikstof is problematisch voor ze, aangezien de biodiversiteit daardoor terugloopt.

Natuurlijke gewasbescherming

‘Vanuit Wageningen werd destijds aan de provincie Noord-Brabant gevraagd wat er al gedaan werd voor het behoud van bestuivers op de Brabantse Wal’, vertelt Van Empel. ‘Het antwoord was duidelijk: niets. Toen zijn we samen met een aantal partijen, waaronder de Imkervereniging Wal van Brabant en de gemeente Bergen op Zoom, begonnen om daar iets aan te veranderen.’

Doomen: ‘De provincie heeft om allerlei redenen de stekker uit die samenwerking getrokken, maar wij zijn doorgegaan als netwerkorganisatie Bijenlandschap West-Brabant. Inmiddels werken we samen met vijftien gemeenten, waterschappen en bedrijven. Gelukkig begint het besef door te dringen dat we dit probleem alleen samen kunnen aanpakken.’

Steeds minder gewasbeschermingsmiddelen

Een van die bedrijven is Cosun Beet Company, de vroegere Suiker Unie. Het bedrijf kocht in 2022 een boerderij met land van een boer die met pensioen wilde en geen opvolger had. Op deze boerderij in Dinteloord, vlak bij Etten-Leur, wordt ook volop werk gemaakt van bijenbufferstroken, vertelt Inspiratieboerderijmanager Marly van Oers tijdens een rondleiding.

‘Hier worden duurzame oplossingen aan akkerbouwers getoond waarmee ze in de toekomst steeds minder gewasbeschermingsmiddelen hoeven te spuiten. Toen we van Riny van Empel hoorden dat we ook kunnen bijdragen aan de bijenpopulatie door bufferstroken in te zaaien, hebben we dat meteen gedaan’, zegt Van Oers.

Eind april zijn nog niet alle bloemen in de stroken te zien, maar op foto’s van vorig jaar is een weelderige haag van de rode, paarse en witte bloemen zichtbaar. Het mengsel van de WENR is meerjarig, dus blijft opkomen.

Bestuiverszorgenervoordatonderandereappels,kersen,aardbeien,courgettesentomatengeproduceerdkunnenblijvenworden

Dat is ook precies waarom niet alle akkerbouwers er even happig op zijn, legt Van Oers uit. ‘De bloemen blijven niet alleen in de bufferstroken. Ze verspreiden zich en zodra ze tussen de gewassen terechtkomen, is het onkruid. De bloemen gaan concurreren met de gewassen en dat willen akkerbouwers niet. En het levert weer extra werk op, want je moet zo’n strook wel bijhouden.’

Samenwerken met de natuur

De WENR ontwikkelde daarom een mengsel dat breed gedragen is, na uitvoerig overleg met vertegenwoordigers van de agrarische sector, de boomkwekerij en fruitteelt. Er zitten bijvoorbeeld soorten in die gelden als natuurlijke plaagbestrijding. ‘Oog hebben voor elkaars belangen en gebruikmaken van gedeelde kennis en ervaring is de crux om zoiets te laten slagen’, zegt Van Empel. Edwin Raats van NL Plants vult aan: ‘Want een boer is van nature sceptisch als het over nieuwe dingen gaat. Die overtuig je niet zomaar.’

Sinds 2023 zijn boeren in Nederland verplicht om de randen van hun perceel die grenzen aan water in te zaaien als bufferstroken. Ze mogen daar geen mest of gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, om zo de waterkwaliteit in die watergangen te verbeteren, en ze moeten er iets anders mee doen dan het inzaaien van hun eigen gewassen. Dat kan gewoon gras zijn, maar ook iets anders, bijvoorbeeld het bijenbufferstrookmengsel.

Raats: ‘Als je tegenwoordig met een tractor rondrijdt, heb je al een slechte naam. Het wordt tijd voor boeren om samen te gaan werken met de natuur.’

Enorme kans

Bijenlandschap West-Brabant zag op al die stroken een enorme kans ontstaan voor de bij. Vorig jaar leverden ze het bijenmengsel aan boeren die er bij elkaar al zo’n 150 kilometer bijenbufferstrook mee inzaaiden. In 2025 komt daar nog eens 170 kilometer bij. In totaal is er in West-Brabant ruim 1000 kilometer bufferstrook langs watergangen beschikbaar. Er is dus nog een hele weg te gaan.

Vanuit de WENR wordt de komende jaren gemonitord of de bijenbufferstroken daadwerkelijk bijdragen aan een stabielere populatie van bestuivers. Het is nu nog te vroeg om daar al iets concreets over te zeggen. Maar toen hoekjes van percelen vanaf 2018 werden ingezaaid met bloemen vanuit de Nationale Bijenstrategie, trof de WENR op die plekken al vrij snel inderdaad meer soorten bestuivers aan.

Bijen redden

Riny van Empel en Annemiek Doomen vinden het belangrijk om nog te benadrukken dat niet alleen boeren iets kunnen bijdragen aan het behoud van de bij. Iedereen met een tuin kan iets doen. ‘Wat bijen nodig hebben, is voedsel en dat zijn bloemen’, zeggen zij. ‘Zaai bloemen in waar ze wat aan hebben. Inheemse soorten als het kan. Welke dat zijn, kun je vinden op websites als bestuivers.nl of bloeibogen.nl. Zorg ervoor dat je geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. En leg niet alleen maar stenen in je tuin neer. Maak het wat groener.’

Dat dit soort kleine maatregelen de bij wel eens zouden kunnen redden, blijkt uit nog zomaar wat cijfers. In Nederland zijn 4,5 miljoen tuinen. Als je die bij elkaar optelt, heb je een gebied dat tien keer zo groot is als Nationaal Park de Hoge Veluwe. Dat is een geweldig potentieel voor de noodlijdende bij.

  • Auteur: Dennis Boxhoorn
  • Fotograaf: Christian Keijsers

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Zeewiermest

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Oud & Nieuw
    • Coöperatie
    • Duurzaamheid

    Naakte haver in opmars vanuit Holwert

    • De toekomst van...
    • Ondernemen
    • Duurzaamheid

    Natuurinclusief ondernemen

    • De toekomst van...
    • Klimaat
    • Natuur

    Bodem en water

    • De toekomst van...
    • Innovatie
    • Natuur

    Precisielandbouw

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens