

‘Met herstellende landbouw lossen we meerdere problemen tegelijk op’
Oud & NieuwKien en haar man Max van Hövell tot Westerflier beheren als derde generatie het familielandgoed Grootstal bij Nijmegen. Zorg voor land, dier en mens staat centraal bij het beheer. Door belangrijke thema’s van deze tijd, zoals verstedelijking, klimaat, energie, water en voedsel, met elkaar te verbinden, kwamen duurzame voedselproductie en vernieuwend landgebruik als oplossing naar voren. Inmiddels staat zoon Pim klaar om het levenswerk van zijn ouders voort te zetten en er zijn eigen draai aan te geven.
Wie het landgoed Grootstal bij Nijmegen op komt rijden, ziet aan de linkerhand de buurtwinkel met streekproducten. Als je rechtdoor gaat, duikt al snel het monumentale woonhuis op. Het werd in 1914 gebouwd en kwam drie jaar later in handen van de grootvader van Max van Hövell tot Westerflier. Hij voegde verschillende percelen rondom het huis samen, zodat er een landgoed van ruim twintig hectare ontstond. De akkers beheerde hij aanvankelijk zelf, maar werden later verpacht.
Frisse blik
Kien en haar zoon Pim lopen over het terrein in stevige laarzen en een warme trui, want op het landgoed is altijd werk te doen. ‘Toen ik met Max trouwde, vroeg mijn schoonvader of ik wel een auto met aanhanger achteruit kon rijden’, vertelt Kien. ‘Dat was een belangrijker vaardigheid dan het spreken van verschillende talen. Zij waren nog van de generatie die alles zelf deed. Ik leerde snel hoe je luiken verft en bomen snoeit.’
Kien en Max begonnen jong met het beheer van het landgoed en hadden een frisse blik op de toekomst. ‘Er lag een aantal opgaven’, legt Kien uit. ‘De stad kwam steeds dichterbij. Er werd een woonwijk gebouwd tot aan de poort. We moesten tevens een manier vinden om relevant te blijven en uit de rode cijfers te komen. Dat betekende niet alleen financiële zelfredzaamheid, maar ook het herstel van sociale en ecologische waarden.’
Fazanten en kwartels
Bij de herinrichting zag het echtpaar dat het slecht ging met de bodem en biodiversiteit. ‘De fazanten en kwartels die hier vroeger rondliepen, waren verdwenen. Ook de zandgrond bleek volledig uitgeput’, vertelt Kien. ‘Toen beseften we dat we op een dood spoor zaten. Intussen waren we ook bezig met de klimaatopgave en zijn er uitdagingen rond energie, water, stikstof en gezondheid. Door die afzonderlijke thema’s als één geheel te zien, kwamen we tot een oplossing. Vernieuwend landgebruik, waarbij de bodem centraal staat, met regeneratieve landbouw. Dat is een landbouwmethode waarbij voedselproductie en natuur elkaar versterken.’
De transformatie begon ruim tien jaar geleden. ‘We zijn er nog niet, maar het is al veel beter’, zegt Pim. ‘Dat merken we bijvoorbeeld tijdens droge zomers. Gezonde grond werkt als een spons die water langer vasthoudt, waarmee je de droogtepieken beter kunt overbruggen. Natuur heeft een heel mooi ecosysteem dat voor zichzelf zorgt.’

Zelfoogst
In de coronatijd woonde Pim, die in Amsterdam op een kleinkunst- en theateropleiding zat, weer een jaar op het landgoed. ‘In die tijd heb ik besloten dat ik Grootstal wilde voortzetten. Vaak denken mensen dat dit mijn familieplicht is. Ik ben enig kind, dus er is niemand anders om het te doen. Maar dat is niet zo. Mijn hart gaat er sneller van kloppen.’ Pim woont nu deels in Amsterdam, deels in Malden. ‘Ik volg nog een opleiding tot tolk, heb veel interesses en een leven met vrienden in Amsterdam, maar ik zie hier ook een steeds grotere rol voor mijzelf.’
Inmiddels hebben meerdere ondernemers op het gebied van voedsel en natuur een plekje gevonden op het landgoed. ‘Uit de zelfoogst-moestuin halen mensen veel meer dan alleen groente’, vertelt Kien. ‘Ze komen hier werken in de tuin, wisselen recepten uit, krijgen een beter begrip van de natuur en meer kennis over voedsel.’
Herenboeren, een concept waarbij de leden samen eigenaar zijn van de boerderij, streek ook op het landgoed neer. Ze hebben een boer in loondienst en halen wekelijks een deel van de oogst op. Binnenkort komt er ook een voedselbos.
Nieuwe generatie
Pim laat intussen werkruimte het LAB zien. ‘Hier vinden allerlei bijeenkomsten plaats, zoals exposities, uitvaarten, huwelijken en vergaderingen, maar het is ook een broedplaats voor kunstenaars en universiteiten.’
De landwinkel Pantry ligt aan de rand van het terrein. ‘Deze zelfbedieningswinkel is dag en nacht toegankelijk via een app op je telefoon’, legt Kien uit. ‘Hier zijn duurzame producten uit de regio te koop, maar het leukste vind ik de verrassingen, zoals de lupineboon, kastanjes waarvan je soep kunt maken en lekkernijen van vaak onbekende vruchten zoals kweepeer en duindoorn.’
Door al die initiatieven komen er wekelijks rond de vijfhonderd bezoekers op het landgoed. Daarom is Pim bezig met de infrastructuur. ‘Dus voldoende parkeerplekken, goede hekken en voldoende doorstroming bij de in- en uitgangen. Daarnaast moet het landgoed natuurlijk ook schoon zijn, soms is er een host nodig en ik regel de inkoop en automatisering.’
Kien wil nog een paar dingen afmaken voordat ze het stokje doorgeeft. ‘Door hard werken en knelpunten te herkennen, hebben we het landgoed toekomstwaarde gegeven. Pim vertegenwoordigt weer een nieuwe generatie die, in samenspraak met de ondernemers, zijn eigen passie kan volgen en nieuwe accenten kan leggen.’
- Auteur: Arwen Kleyngeld
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















