

Leuk, luidruchtig én leerzaam
ReportageStilzitten en luisteren? Dat beperken ze op de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) tot het minimum. Deze coöperatie van techniekbedrijven biedt samen met het Amersfoortse Hoornbeeck College en MBO Amersfoort hybride onderwijs aan. Anders gezegd: hier leer je op jouw eigen manier. Iedereen met technisch talent volgt op de BTO zijn eigen pad, op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo. En niet door stil te zitten, maar door zelf dingen uit te proberen. ‘Hier krijg je de tijd. En fouten maken mag, want daar leer je van.’
De praktijkruimte voor installatie- en elektrotechniek lijkt in niets op een klaslokaal. In de Barneveldse bedrijfshal zijn kleine ruimtes getimmerd die keukens, woon-, slaap- en badkamers moeten voorstellen. Zo’n twintig jongens in werkkleding lopen er in en uit. Ze volgen allemaal een BBL-opleiding, wat betekent dat ze een of twee dagen per week naar de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) komen en de rest van de tijd werken bij een van de 180 aangesloten lidbedrijven.
Maar ze bewandelen allemaal hun eigen pad. De een volgt een mbo-opleiding op niveau 2, de ander op niveau 3. De een komt twee dagen per week naar de BTO, de ander één. ‘Wie snel leert en hard werkt, kan zomaar een jaar eerder klaar zijn dan iemand die meer tijd neemt. Dat maakt hier niks uit’, vertelt praktijkinstructeur Jan-Willem Moerman.
Om hem heen wordt druk geboord, gezaagd en geslepen, dus hij moet regelmatig zijn stem verheffen om zich verstaanbaar te maken. Met zeventien jaar ervaring in de elektrotechniek is hij dat wel gewend. ‘Kijk, op deze plattegrond zie je de hoofdverdeler’, legt hij aan leerling Bjarne de Vries uit. ‘En nu moet je met een pennetje van de verdeler naar al deze blauwe KNX-componenten toe, zodat….’
De rest van de uitleg gaat verloren in de herrie, maar Bjarne weet genoeg; hij kan verder. Daarna tikt Bert Hovestad hem op de schouder, hij heeft ook een vraag over zijn opdracht. ‘Ik werk al een paar jaar bij een installatiebedrijf, maar ik moest mijn diploma nog halen’, vertelt Bert. ‘Hoewel ik liever gewoon naar mijn werk ga, heb ik hier zeker nuttige dingen geleerd. Bijvoorbeeld over de regels waaraan je je moet houden: zo mag je warme en koude leidingen niet tegen elkaar leggen, want dat kan legionella veroorzaken.’
‘Toen ik nog in de bouw werkte, vond ik het al leuk om de BBL-jongens het vak te leren’, vertelt Moerman later, terwijl we de trap oplopen, naar de hokjes waar andere leerlingen aan het werk zijn. ‘Het fijne van de BTO is dat ik hier de tijd heb om dingen rustig uit te leggen. Op de bouwplaats is er minder ruimte voor goede begeleiding en als iemand een fout maakt, is dat eigenlijk vooral vervelend, want dat kost tijd en geld. Hier kunnen de jongens onbeperkt vragen stellen, in hun eigen tempo dingen uitproberen én fouten maken. Daar leren ze juist van.’
Proeve van bekwaamheid
We stoppen bij elektromonteur Dave Schut, die bezig is met zijn proeve van bekwaamheid. Het is (als het goed is) zijn laatste praktijkopdracht, hij mag er een paar dagen over doen. ‘Kijk, hier hangt een meterkast die ik heb aangesloten, dit stelt een keuken met kookeiland voor en dat is een kantoor met dataverbinding, stopcontacten en verlichting met een bewegingssensor’, legt hij uit. Van examenstress lijkt Dave weinig last te hebben, ook al bepaalt deze opdracht of hij zijn diploma krijgt. ‘Dave moet ook laten zien dat hij collega’s kan instrueren en uiteindelijk testen we natuurlijk of alles werkt. Dat komt wel goed’, knikt Moerman.
Weer beneden draagt hij ons over aan zijn collega Gert Kamphuis, die docent installatietechniek is. ‘Ik heb mijn bedrijf na twintig jaar verkocht, maar stilzitten is niks voor mij’, grinnikt hij. ‘Op deze manier ben ik toch nog twee dagen per week met mijn vak bezig. Er verandert best veel. Vroeger was een ketel niet veel meer dan een blok gietijzer met een pomp en een vlammetje, tegenwoordig is het bijna een computer. Denk ook aan de uitfasering van gas en de komst van warmtepompen. Maar onder aan de streep blijft het resultaat hetzelfde: wij maken mensen blij.’
We stoppen even bij Bram van Effrink, die een ventilatiebuis staat door te slijpen. Het zweet gutst van zijn gezicht. ‘Foutje gemaakt’, verklaart hij. ‘Het hing niet recht, dus het moet opnieuw. Ze hoeven mij niet te stimuleren, hoor, ik neem mijn opleiding heel serieus. Ik wil binnen anderhalf jaar mijn mbo-diploma niveau 3 halen. Dat moet kunnen.’
Niet goed, opnieuw
Teruggekeerd bij Moerman neemt hij ons mee naar een volgende bedrijfshal, die vol staat met prachtig vormgegeven zinken ornamenten, goten en gevels. ‘Wij zijn de enige zinkopleiding in Nederland die gaat tot niveau 3’, vertelt docent Hans de Kievit trots. Hij werkt zelf nog drie dagen per week als zinkwerker, de andere twee geeft hij les op de BTO.
‘Wat je hier leert, gaat veel verder dan een simpele zinken dakgoot – wij leren je het ambacht. Helaas is het een uitstervend beroep, want er is weinig nieuwe aanwas. Daarom ben ik heel blij met de zeven jongens die we nu in huis hebben; volgend jaar komen er weer tien bij – nog geen interesse van meiden, helaas. Milan komt zelfs helemaal uit Friesland; hij is vanmorgen om half vijf opgestaan.’ Milan zelf kijkt op het moment iets minder gemotiveerd: het lood waarmee hij heeft gesoldeerd, is te ver uitgelopen.
‘Niet goed, opnieuw’, staat op een vel papier dat achter hem aan de muur hangt – het is een van de principes van De Kievit. ‘Ik wil de jongens leren de tijd te nemen. Wij maken zichtwerk, dus het moet niet alleen goed sluitend zijn, maar ook móói. Een zinkwerker die denkt: “Ach, het zit toch op het dak, niemand ziet de details”, heeft niet de juiste instelling. En ja, soms vliegt er daardoor weleens een werkstuk door de ruimte’, grinnikt hij. ‘Maar ik bewaar alles, zodat ik de leerlingen aan het einde van het schooljaar kan laten zien hoe ze zijn gegroeid. Je merkt aan de lidbedrijven dat ze onze jongens het vertrouwen geven om zelfstandig op pad te gaan. Daar ben ik echt trots op.’
Haan op het dak
Naast hem legt Sander de Heus de laatste hand aan een zinken haan. ‘Het kloppen vond ik wel moeilijk’, vertelt hij. ‘Je legt dan een zinken plaat op een houten mal, waarna je met een hamertje de vorm erin klopt. Er zitten heel wat uren in, maar ik ben tevreden. De lassen zijn netjes en je ziet bijna niet meer aan de staart dat hij per ongeluk van de werkbank is gevallen. Mijn moeder wil hem misschien thuis op het dak zetten.’
Hoewel er vandaag geen leerlingen aan het werk zijn bij mechatronica, neemt Moerman ons ook even mee naar die opleidingsruimte. Hij wijst op een gamestoel die door leerlingen van niveau 4 is gemaakt. ‘Ze hebben de game zelf geprogrammeerd, het stuur erop aangesloten én een stalen frame gemaakt dat meebeweegt met het spel. Dat kan dus allemaal hier. Techniek is een prachtig vak. Schrijf dat maar op.’
BTO vergroot de aantrekkingskracht van techniek
De Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) biedt mbo-opleidingen aan in mechatronica, elektro-, installatie-, metaal-, zink- en koudetechniek. ‘Bij de BTO staat het belang van de leerlingen centraal, ze krijgen hier alle tijd en ruimte om hun vakmanschap zo breed mogelijk te ontwikkelen. Iedereen komt hier tot zijn recht, zo groeit de liefde voor het vak vanzelf. Daar ben ik trots op’, zegt directeur Arjan de Jager.
Maar het opleiden van technisch talent is niet het enige waarvoor de BTO zich inzet. ‘Om ervoor te zorgen dat meer leerlingen kiezen voor een opleiding in de techniek organiseren we regelmatig promotie- en praktijkdagen. We werken actief samen met het primair en voortgezet onderwijs’, vertelt De Jager.
In het Techniek Experience Center kunnen basisschoolleerlingen zelf aan de slag met een praktische opdracht, zodat ze een realistisch beeld krijgen van het vak. ‘Met dank aan Rabobank en een subsidie die scholen kunnen aanvragen bij de gemeente kunnen we veel kinderen deze ervaring bieden.’
Ook voor middelbare scholen staan de deuren van de BTO open. ‘Er is heel veel mogelijk. We sluiten zoveel mogelijk aan bij de wensen van iedere school, het is echt maatwerk’, vertelt De Jager. ‘Voor havisten met technisch talent bieden we de Vakhavo aan. Deze leerlijn combineert theorie en praktijk. Zo leg je een goede basis voor een vervolgopleiding op het mbo (niveau 4) of het hbo.’
Ben je ondernemer, scholier of op een andere manier geïnteresseerd in techniek? Ontdek hier wat de BTO voor jou kan betekenen.
- Auteur: Laura van der Burgt
- Fotograaf: Koen Verheijden


























