5 min

‘Ik denk nooit: had ik maar benen. Ik ervaar geen enkele beperking’

Interview

Toptennisser Novak Djokovic bakte er niks van, toen hij voor de grap een keer een potje rolstoeltennis probeerde. Maar voor Helmonder Niels Vink is het een tweede natuur. Hoewel hij zijn benen en enkele vingertoppen mist, is hij onverslaanbaar in zijn rolstoel; afgelopen zomer sleepte hij nog een dubbele Wimbledon-overwinning in de wacht. ‘Toen ik op mijn elfde begon met tennis, voorspelde mijn opa al dat ik daar ooit zou staan. Hij gaf me nooit het gevoel dat ik een beperking had.’

ER KLINKT APPLAUS als professioneel rolstoeltennisser Niels Vink het terras op komt rollen: het is de eerste keer dat de Helmonder zijn club Carolus weer bezoekt sinds zijn zegetocht op Wimbledon in juli. Er worden handen geschud en foto’s gemaakt. ‘Dit zijn de tennisvrienden van mijn overleden opa’, verklaart hij.

Hij is blij verrast als hij hoort dat de hele kantine vol supporters zat, toen hij zijn finales speelde. Ze waren live te volgen op Eurosport, van zijn overwinningen werd direct online verslag gedaan. En terecht ook: Vink won het enkel- en dubbelspel. Het was zijn beste toernooi ooit, in de single kreeg hij in totaal slechts vijf games tegen. ‘En dat terwijl gras niet eens mijn favoriete ondergrond is. Op gras is het spel sneller, maar mijn rolstoel is langzamer. Op gravel stuitert de bal hoger en duren de rally’s langer’, verklaart hij.

Net als een aap

Vink komt uit in de quad-categorie, voor spelers met beperkingen aan ten minste drie ledematen. Zijn benen en enkele vingertopjes werden geamputeerd toen hij één jaar oud was; reden was een ernstige bloedvergiftiging door de meningokokkenbacterie. Het tastte ook zijn elleboogfunctie aan.

Zelf herinnert hij zich niets meer van die periode. ‘Ik weet niet beter. Ik mis mijn benen nooit, ik voel me helemaal niet beperkt’, zegt Vink. Hij laat een Instagram-filmpje zien van zichzelf op een voetbalveld. Zittend op de grond scoort hij met een ferme armzwaai een goal. ‘Zonder rolstoel beweeg ik me voort met mijn armen, net als een aap. Ja, als een aap. Het is toch zo?’

Lopen net als iedereen

De vanzelfsprekendheid waarmee Vink door het leven gaat – ‘Mijn lichaam is anders, maar ik kan alles’ – typeert hem. Al geeft hij toe dat hij zijn eerste tennislessen per se met beenprotheses wilde doen. Hij wilde lopen, net als iedereen. ‘Ik kwam niet veel verder dan een balletje overslaan in het servicevak, maar zelfs toen mijn moeder een sportrolstoel voor me regelde, weigerde ik eerst nog. Maar na vijf minuten proberen was ik om. Dit was veel sneller! En nu kon ik de hele baan benutten.’

Kinderen zien geen problemen

De rolstoel opende nieuwe deuren: nu kon hij wél met zijn vrienden tennissen en aan de reguliere competitie meedoen. ‘Als we voor de wedstrijd met de tegenstanders aan onze ranja zaten, zei ik: “Ik zit in een rolstoel, dus bij mij mag de bal twee keer stuiteren.” Dat was dat. Kinderen zien geen problemen en hebben geen medelijden, ze vinden het juist interessant als iemand anders is.’

Qua niveau kon Vink zich al snel meten met de andere leden van de club. ‘Als er een ouder-kindtoernooi was, schreef ik me in met mijn opa, want hij kon beter tennissen dan mijn moeder’, grinnikt hij. ‘Een valide tennisser is natuurlijk wendbaarder, het kost hem minder moeite om in beweging te komen. Maar dat compenseer ik op andere vlakken.’

‘Alswevoorafmetdetegenstandersaanderanjazaten,zeiik:‘IkbenNiels,bijmijmagdebaltweekeerstuiteren’.Datwasdat’

Opa

Tot zijn vijftiende tenniste Vink puur voor de lol, maar dat veranderde toen een scout van de Nederlandse tennisbond hem ontdekte. Hij mocht aan de bondscoach van het paralympisch team laten zien wat hij kon en kreeg direct een plek in het talententeam. Daarna ging het snel.

‘Ik begon toernooien te spelen tegen anderen met een beperking en won bijna alles.’ Toen de bondscoach hem voorspiegelde dat hij naar de Paralympische Spelen in Tokio mocht, mits hij zichzelf in de top 8 van de wereldranglijst wist te spelen, besloot Vink volledig voor tennis te gaan. Zijn opa maakte dat nog net mee. ‘Ik won mijn eerste grote, internationale toernooi op de dag dat hij overleed; hij wilde per se dat ik ernaartoe ging. Een halfjaar later werd ik wereldkampioen bij de junioren, dat was op zijn verjaardag.’

Nadenken over medaille

Vink bleef winnen en klimmen op de wereldranglijst. Halverwege 2019 stond hij twaalfde, daarna zesde: zijn ticket naar Tokio was binnen. ‘Eerst dacht ik: ik doe gewoon mee, zonder verwachtingen. Maar toen ik eenmaal vierde van de wereld was, begon ik toch over een medaille na te denken.’ Vink nam er uiteindelijk twee mee naar huis: goud (dubbel) en brons (single). Daarnaast won hij de Australian Open (dubbel), US Open, Roland Garros en Wimbledon (single en dubbel). Het mag duidelijk zijn dat hij inmiddels de onbetwiste nummer één is.

Vrienden van opa

Als Vink dezelfde resultaten mét benen had behaald, had hij inmiddels riant kunnen leven van zijn prijzengeld. Maar helaas: een rolstoeltennisser verdient slechts enkele procenten van wat een valide winnaar krijgt. Dat is niks om over te klagen, benadrukt hij, maar logisch is het niet: ‘Ik hoef echt geen riant huis of een grote auto, ik ben heel tevreden. Waar het mij om gaat, is dat ik net zo hard train en dezelfde kosten maak als een valide tennisser. Rolstoeltennis is een ándere vorm van tennis, geen míndere.’

Dat Vink door Rabobank werd gevraagd om landelijk ambassadeur te worden van Rabo ClubSupport, voelt als een flinke steun in de rug. ‘De erkenning en financiële ondersteuning die ik krijg van de bank is fantastisch. Ik voel me vereerd dat ik namens Rabobank mag uitdragen hoe belangrijk clubs zijn.

Ik ontdekte bij Carolus hoe leuk het is om bij een team te horen, hoeveel de steun van anderen betekent en hoe ver je kunt komen. Hier begonnen mijn dromen over een professionele tenniscarrière. Dat de vrienden van mijn opa me nog steeds volgen, is club support in de meest letterlijke zin van het woord. Het geeft mijn overwinningen extra glans.’ <

De portretten bij dit interview zijn gemaakt door Frank Ruiter. Rabo &Co kreeg een kijkje achter de schermen en sprak met Frank over hoe hij te werk gaat en wat hem inspireert.

  • Auteur: Laura van der Burgt
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Winter 2023

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van winter 2023 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over deze onderwerpen?

    • Oud & Nieuw
    • Diversiteit en Inclusie
    • Gezondheid

    ‘Het moeilijkste is het mentale stukje’

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Weerbaarheid

    Taarten van toppers

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Weerbaarheid

    Taarten van toppers

    • Interview
    • Diversiteit en Inclusie
    • Kunst en Cultuur

    ‘Ik zoek altijd contacten van hart tot hart’

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    ‘Levens redden, dat is onze missie!’

    • Reportage
    • Rabo ClubSupport

    Een dagje mee met de dierenambulance

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    PKC/Vertom: gouden jaren, duurzame toekomst

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    Dweilorkest De Feintsjes viert feestje mee

    • Investeren in elkaar
    • Diversiteit en Inclusie

    Zeilen, surfen of suppen met een beperking

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    Bladella traint gerichter dankzij videobeelden

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens