

‘Het ultieme geluk zit ’m in tegenslag, want dan leer je’
InterviewEdwin ter Velde (57) is een man met een missie. Hij reed samen met zijn vrouw in een zelfgemaakte auto op zonne-energie dertig dagen richting het zuidelijkste puntje van Antarctica, bouwt een zeventiende-eeuws schip na van afvalplastic én vond een oplossing voor de crisis op de woningmarkt. ‘We hebben geen afvalprobleem, maar een gedragsprobleem. Dat is wel een verschil.’
‘Zie je hoe snel ze lopen?’ Ondernemer Edwin ter Velde staart door het raam van een van de door hem ontwikkelde modulaire woningen de loods in. Daar lopen twee werknemers in gestrekte draf richting de uitgang. ‘Ze moeten klokslag vier uur de deur uit, anders is er geen plek meer bij de opvang en slapen ze vannacht op straat.’ Ter Velde tikt even tegen de houten muur. ‘En dat terwijl ik buiten meerdere van deze units heb staan, waar ze zó in kunnen. Huizen die ze nota bene zelf hebben gebouwd.’
Daadkracht
Al een paar jaar werkt Ter Velde in de oude Philipsfabriek in Hoorn aan de bouw van tijdelijke modulaire woningen, gemaakt van afvalplastic, -textiel en hout. De huizen, met een oppervlakte van 32 vierkante meter, worden gebouwd door mensen die, in de woorden van Ter Velde, ‘een beetje naast de maatschappij staan. Sommigen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. Anderen wonen nog bij hun ouders.’ De huizen kunnen overal ongefundeerd neergezet worden. In theorie. Want het verkrijgen van de benodigde vergunningen vormt al jaren het grootste struikelblok voor Ter Velde en zijn team van stichting Clean2Anywhere.
‘Ik heb iedereen hier over de vloer gehad. De commissaris van de koning, talloze ambtenaren, colleges en raadsleden van gemeenten. Iedereen vindt het geweldig wat we doen, maar uiteindelijk lopen de aanvragen vast in ellenlange procedures en een gebrek aan daadkracht bij de overheid. Het bekende kastje-muurverhaal. En dus zijn de woningen nog onbewoond.’
Laveren
Lichtpuntje: in een aantal Noord-Hollandse gemeenten lijken de woningen er nu toch te komen. Ter Velde: ‘We hebben er nu zestien klaar. Gemeente Koggenland wil er dertig. Andijk nog eens twaalf. We gaan een pilot van twintig woningen draaien in Zaanstad. Allemaal voor het sociale segment.’
Dus het tij lijkt te keren? ‘Het zou me niet verbazen als we er dit jaar nog honderd maken. Maar ook niet als het er toch weer nul worden en ik de tent moet sluiten. Dat is de ongemakkelijke werkelijkheid waar we in laveren. Het moet allemaal groener, maar als je met een kant- en-klare oplossing komt om de woningcrisis te verlichten, blijkt het toch nog niet zo eenvoudig.’ De woorden van Ter Velde zijn geen beklag, benadrukt hij. ‘Welnee. Ik ben een onwijs gelukkig mens. Het ultieme geluk zit ’m in tegenslag, in dat ongemak, want juist dan leer je.’
Omslag
Ooit werkte Ter Velde als werktuigbouwkundige en woonde hij samen met zijn vrouw, jeugdliefde Liesbeth, en hun drie kinderen in een groot herenhuis aan de Zaan. Inmiddels is het huis verruild voor een klein vrachtschip in Hoorn. ‘Alles van waarde heb ik van de hand gedaan, behalve wat me dierbaar is. Dat is Liesbeth. En de kinderen natuurlijk, maar die zijn inmiddels het huis uit.’
Afval produceert het stel nauwelijks meer. Zo duurzaam mogelijk leven is het streven. ‘Liesbeth en ik hebben beiden van huis uit meegekregen dat we de wereld beter achter moeten laten dan we hem hebben gekregen’, vertelt Ter Velde. ‘Dus duurzaamheid was altijd wel een thema thuis, maar het omslagpunt kwam op een avond in 2016. Toen ik zag hoe Liesbeth tijdens het koken een leeg bakje van de champignons achteloos bij het vuilnis gooide. Ik bedacht me hoe vreemd het is dat we dit bakje zien als afval, terwijl het is gemaakt van waardevolle grondstoffen. Door dat bakje besefte ik dat we op deze wereld geen probleem hebben met afval, maar met de manier waarop we ermee omgaan. We hebben een gedragsprobleem. Dat is wel een verschil.’

Zero waste
Tot diep in de nacht sprak hij erover met Liesbeth. ‘We roepen dat duurzaamheid belangrijk is en verwachten dat er dan verandering ontstaat. Dat is krankzinnig.’ En dus namen ze een besluit: niet het plastic bakje, maar hun gewoontes gingen de prullenbak in. ‘We besloten zero waste te beoefenen, dus zo weinig mogelijk afval te produceren. Daarnaast wilde ik iets moois maken van grondstoffen die als waardeloos worden beschouwd.’
Overleven op Antarctica
De kinderen waren niet direct dolgelukkig met het rigoureuze besluit van hun ouders, maar zijn inmiddels ‘de grootste ambassadeurs’ van deze levensstijl. Ter Velde vatte intussen het idee op om een auto te maken van afvalplastic die werkt op zonne-energie. ‘Ik klopte bij allerlei grote bedrijven aan en allemaal zeiden ze: mooi verhaal, maar dat gaat niet lukken. Wel gaven ze me als tip mee om erover te gaan vertellen op basisscholen.’ Ter Velde zucht even. Het bedenken van oplossingen overlaten aan de nieuwe generatie, dat was hij niet van plan. ‘Dus uiteindelijk heb ik die auto zelf maar gebouwd.
Eind 2018 reed hij samen met Liesbeth in de auto dertig dagen door Antarctica. Waarom daar? Ter Velde: ‘Ik wilde de hele wereld inspireren, dus we moesten opvallen. En het past bij ons verhaal. Er zijn zeven continenten en op zes is de mens de baas, maar niet op Antarctica. Daar is de natuur de baas. Het is een eindeloze witte vlakte. Er is niets.’
Fluitschip van afvalplastic
De trip werd minutieus voorbereid. Dat moest ook wel, want overleven op onbekend terrein, zonder vegetatie, op een plek waar het 24 uur per dag licht is en extreem koud, dat vraagt wat. ‘We aten 8.500 calorieën per dag. Alleen om warm te blijven. Ik viel die maand toch nog tien kilo af door de geleverde inspanning.’ De trip was een levensveranderende ervaring en leverde een hoop internationale media-aandacht op. Het smaakte naar meer. Nu bouwt Ter Velde samen met vastgelopen jongeren, asielzoekers zonder werkvergunning, vrijwilligers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een zeventiende-eeuws fluitschip na van afvalplastic, waarmee hij in 2030 de wereld over wil varen.
En dan is er natuurlijk nog het woningproject. Allemaal initiatieven om de wereld duurzamer en inclusiever te maken. ‘Maar zet me niet neer als rolmodel, hoor’, besluit Ter Velde. ‘Dat ben ik niet. Ik heb ook geen antwoorden op hoe het wel moet. Ik weet alleen dat het nu de verkeerde kant op gaat met de wereld, het klimaat, onze consumptiemaatschappij. En dan kun je praten over duurzaamheid en verwachten dat alles verandert, of gaan experimenteren hoe het óók kan. Ik kies voor dat laatste.’
- Auteur: Marlie van Zoggel
- Fotograaf: Frank Ruiter















