7 min

Onbedacht paradijs in de polder

Reportage

De Oostvaardersplassen is het jongste nationale park van Nederland. Op de uitgestrekte weiden tussen Almere en Lelystad had eigenlijk een enorm bedrijventerrein moeten verrijzen, maar het werd een gebied voor grote grazers, vogels en natuurliefhebbers. Boswachter Rosan op den Kelder neemt ons mee door dit bijzondere landschap.

‘Hé kijk, een zilverreiger!’ Rosan op den Kelder (29) staat plots stil en wijst naar de lucht boven haar, waar een grote, witte vogel voorbij vliegt. ‘Vijftig jaar geleden kwamen deze reigers hier amper voor, nu zijn ze vaste bewoner. Mooi hè?’

Het zal niet het laatste feitje over de natuur zijn dat we deze ochtend leren. Speciaal voor Rabo &Co neemt Op den Kelder ons mee door de Oostvaardersplassen, het natuurgebied tussen Lelystad en Almere, dat aan de ene kant grenst aan het Markermeer en aan de andere kant aan snelweg A6. ‘Een bijzonder gebied’, zo beaamt Op den Kelder, als we vogelkijkhut De Kluut binnenstappen. In de hut staan enkele vogelspotters op de uitkijk. Verrekijkers tegen het gezicht gedrukt, turend naar de Keersluisplas, waar je, met een beetje geluk, de kluut en de oeverloper kunt spotten.

Een van de dingen die dit gebied bijzonder maken, is de grootte ervan: 7.500 hectare. Een dikke tienduizend voetbalvelden aaneengesloten natuur. Op den Kelder: ‘Zoiets zie je bijna nergens in Nederland.’

Industrieterrein

En dan te bedenken dat het weinig had gescheeld of de Oostvaardersplassen was er nooit geweest. Volgens de oorspronkelijke plannen zou er een industrieterrein komen. Maar na de inpoldering van Zuid-Flevoland, in de jaren zestig van de vorige eeuw, bleef de grond tussen Almere en Lelystad nat. En op die drassige grond bouwen? Daar was geen beginnen aan. Dus werd overal rietzaad uitgestrooid, in de hoop dat de kleigrond sneller zou drogen. Maar vanwege de lage ligging van de Oostvaardersplassen bleef het water naar dit gebied stromen, waardoor het in no time transformeerde tot een enorm rietmoeras.

Eendikketienduizendvoetbalveldenaaneengeslotennatuur.‘ZoietsziejebijnanergensinNederland’

En dat rietmoeras trok talloze ganzen en andere watervogels aan. Die er in alle rust nesten bouwden. Ook vogels die op dat moment niet of nauwelijks meer in Nederland voorkwamen, wisten hun weg naar de Oostvaardersplassen te vinden. Nooit eerder was er in Nederland zo’n natuurgebied ontstaan op ‘bedacht land’ en dat stelde de provincie voor een dilemma: moesten ze deze nieuwe vorm van natuurontwikkeling ongedaan maken of juist omarmen?

Na een periode van hevige discussies werd gekozen voor het laatste. Ook omdat het land in die tijd gebukt ging onder een recessie en er daardoor niet zoveel behoefte was aan een nieuw, groot industrieterrein. De Oostvaardersplassen kreeg in 1975 de tijdelijke status van beschermd natuurgebied, die later werd omgezet in een permanente status.

Onbekend gebied

Tot zover de geschiedenis. Tijd om dit onbedachte natuurschoon zelf te gaan aanschouwen. Op den Kelder loopt in stevige pas van het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer richting een auto, die al door een van haar collega’s is klaargezet. ‘De Oostvaardersplassen te voet verkennen heeft weinig zin’, legt ze uit. ‘Of jullie moeten tot vanavond laat de tijd hebben?’

We stappen in en slaan een smal weggetje in, richting de Waterlanden. Een deel van de Oostvaardersplassen is het hele jaar door vrij toegankelijk, maar dat geldt niet voor dit stuk. Dit is het terrein van boswachters, ecologen en andere onderzoekers. Van mensen als Wim Schipper. ‘Dat is zijn hut’, wijst Op den Kelder als we kort na vertrek een houten kijkhut passeren. Schipper, een bioloog, observeert vanaf deze plek al vijftig jaar de kiekendief, een sierlijke roofvogel.

Er blijken meer onderzoekers door de jaren heen verknocht te zijn geraakt aan de Oostvaardersplassen. Nico Beemster bijvoorbeeld. Er zijn vierkante kilometers in het moeras waar, behalve hij, nooit een mens komt. Al vijfendertig jaar telt hij de broedvogels. ‘Hij hoeft in de verte maar een geluidje te horen en hij weet welke vogel het is’, vertelt Op den Kelder met licht ontzag.

Kiekendief

Zelf loopt Op den Kelder nog ‘maar’ twee jaar rond in de Oostvaardersplassen. Ze is van huis uit sociaal geograaf, maar merkte dat ze een steeds sterker wordende behoefte voelde om de natuur te beschermen. ‘De energietransitie waar we nu in zitten, is heel erg mensgericht, terwijl we ook de natuur nodig hebben om te overleven’, legt ze uit. ‘Daarom leek het me mooi om voor zo’n gebied te zorgen.’

Ze volgt de deeltijdopleiding Bos- en Natuurbeheer en kwam zo in de Oostvaardersplassen terecht, waar ze werkt als boswachter Publiek. Naast het recreatieve beheer schrijft ze blogs over het natuurgebied en geeft ze rondleidingen. ‘Ik heb ook collega’s die faunabeheer doen. Die houden de kuddes van de grote grazers in de gaten. En er zijn ook nog bosbeheerders. Die kiezen bijvoorbeeld welke bomen eruit moeten. Blessen noemen we dat.’

Om de paar honderd meter onderbreekt ze haar verhaal om de auto stil te zetten en door haar verrekijker te turen. ‘Hé kijk, volgens mij is dat een blauwe kiekendief! Het vogeltje op dit hekje is in elk geval een tapuit. En zie je dat plantje? Watermunt. En deze sporen? Van edelherten.’

Grote grazers

We rijden een stukje verder langs de graslanden en zien dan in de verte een kudde konikpaarden. Deze dieren komen van oorsprong uit Polen en werden in de jaren tachtig uitgezet in het gebied. Op den Kelder: ‘Het zijn waanzinnig sterke dieren. Veulens kunnen na de geboorte binnen een uur lopen en deze dieren kunnen zelfs bij temperaturen van min dertig graden overleven.’ We naderen de groep tot op honderd meter, maar onze aanwezigheid lijkt de dieren niet te storen.

Alles bij elkaar zijn er nu zo’n elfhonderd grote grazers te vinden in de Oostvaardersplassen. Naast konikpaarden zijn dat heckrunderen en edelherten. Een paar jaar geleden waren het er nog een stuk meer, maar door voedselschaarste overleefde een deel van de grazers de winter niet. Over de vraag of deze dieren bijgevoerd moesten worden of dat de natuur z’n gang moest gaan, werden door het hele land discussies gevoerd. Hoe zit dat nu?

‘Daar zijn afspraken over gemaakt’, zegt Op den Kelder. ‘Er mogen in de Oostvaardersplassen zo’n vijfhonderd edelherten en zeshonderd heckrunderen en konikpaarden leven. Komen er meer dieren bij, dan worden ze afgeschoten of verplaatst, net zoals dat in andere natuurgebieden gebeurt. Tegelijkertijd houden een dierenarts en kuddebeheerders de grote grazers in de winter in de gaten. Ze geven de dieren een score van één tot vijf. Bij een score onder de twee worden ze bijgevoerd.’

Langzaam maken we rechtsomkeert. ‘Kijk even of je nog wat vossen ziet’, moedigt Op den Kelder ons aan. ‘Die liggen hier soms op de weg te slapen.’ Vossen zijn er deze dag niet. Wel is er nog tijd voor een korte les over het paringsritueel van herten en leren we hoe de Oostvaardersplassen de biodiversiteit in Nederland heeft verrijkt. Bijvoorbeeld door de komst van de zeearend. ‘Die laatste was hier voor het eerst te zien in 2006 en broedt nu op 35 plekken in Nederland.’

Zijn er nog dieren waarvan Op den Kelder hoopt dat ze op een dag hun weg vinden naar de Oostvaardersplassen? Een vraag waar ze niet lang over na hoeft te denken. ‘De slangenarend, die heeft zo’n indrukwekkende kop. Als dat een vaste zomergast wordt, zou ik dat heel tof vinden.’

Terug in de tijd

De laatste stop is bij een stukje moeras waar een vistrap wordt aangelegd, zodat vissen zoals karpers, die omhoog zwemmen, makkelijk de plassen kunnen bereiken. Ook over deze ‘vismigratieroute’ vertelt Op den Kelder met aanstekelijk enthousiasme.

Haar liefde voor de natuur is er na twee jaar Oostvaardersplassen niet minder op geworden. Integendeel. ‘Deze plek brengt je even terug in de tijd’, besluit ze, terwijl we het bezoekerscentrum naderen. ‘Als je hier bent, kun je je voorstellen hoe Nederland er vroeger uit heeft gezien. En al die planten en dieren... Zeker in de lente, als alles weer tot leven komt, voel ik de excitement. Er gebeurt dan zoveel dat ik eigenlijk geen moment wil missen. Het klinkt misschien cliché, maar ik vind het een voorrecht dat ik van mijn hobby mijn werk heb kunnen maken.’

  • Auteur: Marlie van Zoggel
  • Fotograaf: Barbara Kieboom

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Voorjaar 2024

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van voorjaar 2024 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Zeewiermest

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Oud & Nieuw
    • Coöperatie
    • Duurzaamheid

    Naakte haver in opmars vanuit Holwert

    • De toekomst van...
    • Ondernemen
    • Duurzaamheid

    Natuurinclusief ondernemen

    • De toekomst van...
    • Klimaat
    • Natuur

    Bodem en water

    • De toekomst van...
    • Innovatie
    • Natuur

    Precisielandbouw

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens