

Maritiem vervoer
De toekomst van...Nu windmolens steeds groter worden, moet ook het materiaal waarmee de onderdelen worden vervoerd, worden aangepast. Rederij Amasus in Delfzijl ontwikkelde een schip dat open kan als een soort snavel. Daar kan een hele windmolenwiek in worden geschoven. Momenteel zijn er twee, en binnenkort vier, schepen van dit zogenoemde rotra-concept in de vaart.
Op hun kerstkaart van 2007 stond de Deo Volente trots te stralen. Het in dat jaar gebouwde schip was Amasus’ eerste bijdrage aan on shore windwinning. Toen al vroeg de Britse opdrachtgever aan de Groningse rederij: zeg, windparken op zee geven véél meer rendement. Maar hoe krijgen we die windmolens daar? Zouden jullie eens willen meedenken?
Directeuren Arend-Jan Rozema en Harrie Slort vertellen het verhaal op het kantoor van Amasus in Delfzijl, waar de posters van stoomschipmaatschappijen aan de muur hangen. Ja hoor, zeiden ze, dat willen we wel.
Rozema: ‘Dan ga je kijken naar de offshore olie- en gasindustrie. Wat zijn de uitdagingen? En vervolgens: welk scheepstype kan die industrie bedienen?’
Slimmere schepen nodig
De scheepsontwerpen komen vaak voort uit een samenspel met de opdrachtgever. ‘Een opdrachtgever bouwde een fabriek in Engeland voor off shore windindustrie. Dat bedrijf werkte samen met de Britse overheid en veronderstelde dat het de sluis wel mocht verbreden. Maar… dat bleek een monument te zijn, dus het mocht niet en toen hadden ze kleinere, slimmere schepen nodig. Zo kwamen ze bij ons terecht.’
Een schip bouwen duurt 24 tot 30 maanden, die tijd hadden ze niet. ‘En toen zei Harrie: we gaan een bestaand schip ombouwen. Dat werkte.’

Snelle ontwikkelingen
Van het een kwam het ander. Wilde Amasus ook eens meedenken over een ontwerp voor transatlantisch vervoer? Nou, zeiden Rozema en Slort, andere rederijen kunnen dat veel beter. Kan zijn, zei de opdrachtgever, maar die kijken niet zo naar het totaalconcept als jullie.
Slort: ‘Nou, toen wist ik wel hoe laat het was: als we zo’n schip zouden ontwerpen, zouden we het ook gaan bouwen.’
De ontwikkelingen gaan bizar snel, vertelt Slort. ‘De windmolenbladen gingen van 70 naar 90 en later naar 140 meter. De generatoren wogen eerst 350 ton en nu 750. Daar moet je je schepen op aanpassen. Om de drie, vier jaar heb je wel een aanpassing nodig.’
Lange termijn
Om goed bij elkaar aan te sluiten, zegt Rozema, is het belangrijk dat opdrachtgever en Amasus hun plannen, wensen en visies voor de lange termijn delen. Als de opdrachtgever vertelt wat-ie van plan is, kan Amasus een passende oplossing bedenken.
Opdrachtgevers hebben soms specifieke vragen, zeggen Slort en Rozema, waar niet direct een antwoord op is. ‘Zo’n antwoord moet je engineeren. Dat kost tijd, maar tot nu toe is het ons altijd nog gelukt.’ In detail gaan ze liever niet, maar één voorbeeld willen ze wel geven. Een schip moet zo min mogelijk bewegen – hoe meer beweging, hoe meer energie het verbruikt.
‘Een leeg schip beweegt het meest, maar soms moet een schip toch leeg varen. Nou, wij hebben een oplossing bedacht om een leeg schip zo stabiel mogelijk te houden.’
Drijvende modules in de maak
Windmolenparken worden steeds vaker verder uit de kust, in diepere wateren geplaatst, wat betekent dat er meer vraag zal komen naar de rotra-schepen, die met de openklappende snavel. Voor de komende tijd staat de ontwikkeling van nieuwe funderingen voor windmolens op de planning.
‘Nu zijn dat constructies op de zeebodem, maar er zijn drijvende modules in de maak. Daar zijn ook weer andere schepen voor nodig, waar we nu alvast over nadenken.’
Een blik op Amasus
Amasus houdt zich bezig met het vervoer van lading, maar ook met het duurzamer en veiliger maken van schepen.
De vaart waarop Amasus actief is, heet short sea, wat inhoudt dat de trajecten altijd deels over zee gaan
De vloot groeide van vijftien schepen in 2006 naar tachtig in 2024
Het bedrijf is gevestigd in de voormalige zeevaartschool ‘Abel Tasman’ te Delfzijl, een Rijksmonument
Amasus heeft trainingscentra in Kroatië en in de Filipijnen
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Rederij Amasus















