

Camping Zeeburg: groene camping voor vrije geesten
ReportageCamping Zeeburg in Amsterdam was ooit een onvervalste hippiecamping. ‘Het stond hier elke avond blauw van de rook en er liep alleen maar langharig tuig rond, inclusief mijzelf’, zegt Toon Weijenborg, die vorig jaar afscheid nam als eigenaar. Zijn laatste kunstje was het bedenken van een constructie waardoor de camping zelfstandig kon blijven. Heel belangrijk, voor de gasten én voor de stad, aldus Weijenborg. ‘Er is geen plek zoals deze.’
We lopen nog maar net over de camping als er geritsel klinkt in de bosjes. Even later verschijnen een man en een vrouw, met ieder een bontgekleurd waterpistool in de hand. Een peuter met drijfnat haar zet het op een lopen, maar schatert het uit zodra de waterstralen haar rug raken.
Toon Weijenborg (65) en Pascal de Ghouy (53) zien het tafereel lachend aan. De voormalig-eigenaar en de nieuwe directeur van camping Zeeburg zijn gewend aan de reuring van vakantievierende families. Al jaren wonen ze beiden met hun gezinnen in een huis op het campingterrein.
Niet omdat dat moet, Weijenborg heeft ook een huis gehad op IJburg, maar nergens voelen de twee zich meer thuis dan op het stuk land, omringd door water, aan de oostkant van Amsterdam, waar camping Zeeburg sinds 1996 gevestigd is.
Vijfsterrenstad
‘Toen ik begon, lag het terrein van camping Zeeburg nog op de oude locatie, waar nu de Piet Heintunnel is’, vertelt Weijenborg. Maar de camping van toen laat zich niet meer vergelijken met de plek die het nu is. ‘Het was een hippiecamping. Wat ook logisch was, want Amsterdam was een hippiestad. Het stond hier elke avond blauw van de rook en er liep alleen maar langharig tuig rond, inclusief mijzelf overigens.’
Maar het hippietijdperk is voorbij. ‘Amsterdam is nu een vijfsterrenstad’, stelt hij. ‘Dat zie je op de camping terug. Tenten staan niet meer haring aan haring. We hebben nu wc-papier in de toiletten hangen... Je zou kunnen zeggen dat we door de jaren heen iets meer regulier zijn geworden, al zijn we ook nog steeds anders. Campings hebben soms een duf imago, Camping Zeeburg niet.’
Rust en ruimte
Wat de camping precies onderscheidend maakt, laat zich volgens Weijenborg en De Ghouy moeilijk vangen in woorden. Natuurlijk helpen de kleurrijke accommodaties mee. Op de camping zijn verschillende barrels (grote houten tonnen), verbouwde schaftketen en houten huizen te vinden waar gasten kunnen overnachten, waarvan het gros in knalkleuren als azuurblauw, oranje of roze.
Maar het zit hem vooral in de sfeer. Hoewel de stad en de campinggasten door de jaren heen veranderd zijn, is het karakter behouden. De camping ademt rust en ruimte. Hier worden elke dag herinneringen gemaakt die beklijven.
Wild westen
Weijenborg, een geboren Brabander, werkte een paar jaar in Spanje voordat hij begin jaren negentig werd gevraagd als ‘beheerder’ van camping Zeeburg. De camping was op dat moment primair een project om langdurig werklozen terug te begeleiden naar de arbeidsmarkt, een vrijplaats die ook toeristen ontving. De camping telde zo’n veertig vaste bewoners en had forse schulden. In de woorden van Weijenborg: ‘Het was een wild westen.’
Aan hem de taak om het tij te keren. ‘Op m’n eerste dag zeiden de vaste bewoners dat ik het hier geen week zou volhouden’, zegt Weijenborg. Maar uiteindelijk waren het de bewoners zelf die beetje bij beetje hun biezen pakten. De Ghouy: ‘Er mochten wel een paar bewoners mee naar de nieuwe locatie; Kokkie, Ineke, de familie Bos…’ Weijenborg: ‘Maar die voegden ook echt wat toe aan de camping.’
Groene oase
De grote ommekeer volgde na de verhuizing naar het eiland in Amsterdam-Oost, toen niet meer dan een grote, kale vlakte. ‘We schroefden in de winter van 1996 alle gebouwen van de oude plek hier opnieuw in elkaar, maar het bleef natuurlijk oude zooi. In de loop van de jaren zijn we alles langzaam gaan vernieuwen.’
De kale vlakte is intussen veranderd in een groene oase met knusse zithoeken, verschillende accommodaties, een vegetarisch restaurant, een campingwinkel en een kinderboerderij. ‘En we hebben een cultureel programma, fietsen- en kanoverhuur’, somt De Ghouy op, terwijl we langs een tentenveld lopen waar een groepje jongeren zijn breakdance-skills laat zien.
Corporate wereld
Dat De Ghouy ooit campingbaas zou worden, had hij niet voor mogelijk gehouden. Hij had een baan in de corporate wereld toen hij in een advertentie in de krant las dat Camping Zeeburg, vlak bij zijn huis, technische krachten zocht voor de zomer. ‘Het leek me een mooie kans om weer eens met m’n handen bezig te zijn. Even wat anders.’ Dat was in 2007. Hij is nooit meer weggegaan.
De Ghouy, een geboren Belg, werkte zich op tot bedrijfsleider en was de rechterhand van Weijenborg. ‘Pascal en ik denken en werken op eenzelfde manier’, zegt Weijenborg over die samenwerking. ‘We hebben nooit stress, maar wel altijd veel ideeën. En we gaan allebei voor ‘beter dan goed’.’
Denkwerk
We passeren een groot, ovaal wc-en douchegebouw dat qua kleuren past in het bonte palet van de rest van de camping. ‘Dit’, begint Weijenborg plechtig, ‘is het mooiste toiletgebouw ter wereld.’ Hij geeft toe dat zijn mening misschien wat gekleurd is, maar staat erop dat we binnen even een kijkje nemen. Achter de eerste deur doemt een lange rij blauwe wc-deuren open, met blauwwitte tegels en een paar campinggasten die voor de spiegels en het – eveneens blauwe – sanitair staan.
We lopen de gang door, de bocht om en komen in het douchegedeelte. ‘Dit is voor de heren’, verduidelijkt Weijenborg. Weer buiten zwaait de volgende deur open en we passeren een rij appelgroene wc-deuren, tegels en sanitair. Het vrouwenblok. In totaal zijn er vier van deze ruimtes. Allemaal in hun eigen kleur.
Maar wie denkt dat het toiletblok alleen ‘de allermooiste’ is vanwege de vrolijke kleuren, heeft het mis. Aan de achterkant opent De Ghouy de deur naar de technische ruimte. ‘In dit wc-gebouw zit veel denkwerk, en dat komt hier samen’, zegt hij, wijzend naar de leidingen en boilers in de ruimte.
‘We verwarmen het water voor met zonnecollectoren en dat slaan we hier op. Op die manier hebben we maar een heel klein beetje gas nodig om het water op douchetemperatuur te krijgen. De collectoren leveren in de winter nog genoeg energie om het douchegebouw te verwarmen.’
Eco-cabins
Het is het opstapje naar een gesprek over de groene ambities van de camping. Iets waar ze ‘al ver voordat het hip werd’ mee bezig waren. ‘De camping ligt in een ecologisch beschermd gebied’, zegt De Ghouy. ‘Dat betekent dat we hier bijvoorbeeld niet zomaar kunnen maaien, maar dat we rekening houden met de natuur, de vogels en dieren die hier wonen en hun broedseizoen.’
De campingbaas wijst naar de muur van een van de eco-cabins. ‘Een vleermuizenkast. We hebben hier ook zwaluwkasten.’ ‘En ringslangen en ijsvogels!’, vult zijn voorganger hem aan. ‘Vorig jaar zijn op de camping vijftien ijsvogels geboren.’
Stokje overdragen
Natuur staat hoog in het vaandel, dat was al zo onder Weijenborg en dat blijft zo onder De Ghouy, want je zou het door zijn enthousiaste manier van vertellen bijna vergeten, maar eerstgenoemde is officieel campingbaas af. Een moeilijke beslissing? ‘Welnee’, zegt Weijenborg. ‘Na dertig jaar was het mooi geweest. Maar de camping goed overdragen, dat was wel even lastig.’
Weijenborg hoopte namelijk dat De Ghouy de camping van hem zou overkopen, maar die bedankte vriendelijk. ‘Toen kwam er interesse van een grote keten’, vertelt Weijenborg. Ze deden hem een financieel aantrekkelijk aanbod, maar hij twijfelde. ‘Deze stadscamping heeft een authentieke sfeer. Ik wilde niet dat het zou veranderen in een inwisselbaar, saai vakantiepark.’
Voor gasten en voor de stad
Hij ging op zoek naar een andere oplossing. Zou de camping geen stichting kunnen worden? Op die manier kon worden vastgelegd dat niet de winst, maar de sociale en duurzaamheidsdoelstellingen voorop staan. ‘Iedereen verzekerde me dat ik daar nooit een financier voor zou vinden, maar Rabobank zei meteen ‘ja’. Ik viel bijna van m’n stoel toen ik dat hoorde’, vertelt hij.
Stichting Beheer Camping Zeeburg kocht alle aandelen van Weijenborg. De stichting heeft een duidelijke maatschappelijke en duurzame doelstelling. De winst wordt gebruikt om de camping financieel gezond te houden en wat overblijft wordt gedoneerd aan maatschappelijke projecten in Amsterdam. ‘Op deze manier kan deze plek altijd blijven bestaan. Dat vind ik mooi. Voor de gasten én voor de stad.’
In deze nieuwe constructie voelde De Ghouy zich wél comfortabel om het stokje over te nemen. ‘Het is de best mogelijke oplossing die er is, voor mij en voor alle medewerkers. Hoe Weijenborg zijn pensioen gaat invullen, is nog onbekend. Ideeën genoeg, maar voor nu is hij bovenal een trotse vaste bewoner van Camping Zeeburg. ‘Er is geen plek zoals deze.’
- Auteur: Marlie van Zoggel
- Fotograaf: Barbara Kieboom



























