

Bananen
De toekomst van...De meest gegeten banaan ter wereld wordt bedreigd door schimmelziektes. In Bemmel staat een kas waarin een nieuw soort banaan wordt gekweekt, ontwikkeld door Yelloway, in samenwerking met het Wageningse innovatiebedrijf KeyGene. ‘Bananen zijn genetisch identiek en dat maakt ze kwetsbaar. Het is voor het eerst gelukt om een banaan te veredelen en op die manier resistent te maken tegen veelvoorkomende ziekten.’
De banaan is het meest gegeten fruit ter wereld, gerekend in kilo’s. De vrucht speelt vooral in de tropen een cruciale rol in de voedselvoorziening. Er bestaan hartige bananen, die als een soort aardappel worden gebruikt, maar ook de Cavendish-banaan, die wij in de supermarkt vinden. Deze wordt geteeld in tropische landen, vooral in Latijns-Amerika. De bananen worden groen geoogst, verscheept en kleuren pas in de rijpingskamers geel.
Kwetsbaar
Maar de Cavendish is kwetsbaar. ‘Omdat deze banaan zich voortplant via zijstengels en elke plant genetisch identiek is, is het een monocultuur’, legt Anker Sørensen, vicepresident new business bij KeyGene uit. ‘Als een ziekte de plant aantast, kan die ziekte alle planten verwoesten.’
Dit gebeurde bij de voorganger van de Cavendish, de Gros Michel-banaan. Deze populaire bananensoort werd uitgemoord door de Panama-ziekte, een bodemschimmel. ‘De Cavendish bleek immuun en werd daarom wereldwijd de nieuwe standaard’, vertelt Sørensen. ‘Maar nu wordt ook de Cavendish bedreigd door nieuwe schimmels, zoals de Black Sigatoka-schimmel, een bladaandoening, en een nieuwe variant van de bodemschimmel die de Panama-ziekte veroorzaakt.’
Die schimmel rukt op en heeft zich via Taiwan, het Midden-Oosten en Australië verspreid richting Zuid-Amerika, van waaruit Europa bananen importeert. ‘Een bodemschimmel verspreidt zich gelukkig niet snel’, zegt Sørensen. ‘Dat geeft ons tijd om op zoek te gaan naar een nieuwe, resistente variëteit. Maar het kweken van een nieuwe banaan kost minstens tien jaar.’

KeyGene is vijfendertig jaar geleden opgericht, met financiële steun van Rabobank, om nieuwe technieken te ontwikkelen voor plantenveredeling. Onder de naam Yelloway is KeyGene – in samenwerking met Chiquita en onderzoeksbedrijf MusaRadix – begonnen met de ontwikkeling van nieuwe, ziekteresistente variëteiten. Een enorme uitdaging, omdat de Cavendish van nature steriel is en zich niet kan voortplanten via zaden. ‘Daarom kunnen we hem niet op de gebruikelijke manier kruisen’, legt Sørensen uit, ‘en hebben we ons gericht op wilde bananensoorten. Die hebben wel zaden.
Lekker en resistent
We hebben geselecteerd op smaak en op resistentie tegen verschillende schimmels. Die soorten zijn we met elkaar gaan kruisen.’ Het Yelloway-team heeft na vijf jaar onderzoek een eerste variant gekweekt. ‘Het is nog niet precies wat we willen, maar we hebben nu een eetbare, steriele banaan die resistent is tegen schimmels’, zegt Sørensen. ‘We blijven verder kruisen om een banaan te ontwikkelen die niet alleen lekker is en resistent tegen ziektes, maar die ook een goede opbrengst heeft.’
De nieuwe banaan, die nu wordt getest in een kas in Bemmel, heeft de naam Yelloway-One gekregen. ‘In de kas leven geen insecten en kunnen temperatuur en luchtvochtigheid optimaal worden geregeld’, aldus Sørensen.
‘De volgende stap is om de Yelloway-One te kweken in een natuurlijke omgeving in Indonesië, om te testen of de banaan inderdaad resistent is, goed smaakt en om te kijken hoeveel kilo bananen een plant oplevert. Sørensen verwacht eind 2028 een goede variant te hebben, die een opvolger kan zijn voor de Cavendish.
Over Yelloway
Yelloway kruist in een kas in Bemmel verschillende soorten bananen met elkaar om een nieuwe soort te ontwikkelen, resistent tegen bepaalde schimmels.
Bananen worden in 130 verschillende landen geteeld, de jaarlijkse productie is ongeveer 120 miljoen ton
Er bestaan circa 2000 verschillende soorten bananen
Jaarlijks eten we in Nederland 720 miljoen bananen. Dat komt neer op gemiddeld 28 gram banaan per
persoon per dag
Bron: KeyGene en het Voedingscentrum
- Auteur: Arwen Kleyngeld
- Fotograaf: Henk Wildschut















