

Spiekerboks maakt de wereld beter
ReportageAls kleding niet meer te dragen is, of de eigenaar er op is uitgekeken, kan er nog van alles van gemaakt worden. Groningen Werkt Circulair repareert, hergebruikt en weeft nieuwe garens van oude stoffen om ze opnieuw te kunnen gebruiken. Ook ontwikkelde de organisatie de eerste echte Groninger spijkerbroek, die de naam spiekerboks heeft gekregen. Een blik achter de schermen van de Textielhub, waar deze broek te zien is, maar waar nog veel meer gebeurt rondom het hergebruik van textiel.
Een rode, satijnen jurk met petticoat en pailletten. Cowboylaarzen met koeienvacht. Panterprintsneakers. En de spiekerboks. Eh pardon, de wat? De spiekerboks. Dat is Gronings voor spijkerbroek, en dat is precies wat het is: een Groningse spijkerbroek. Die ziet er niet alleen stoer uit, maar maakt ook nog eens de wereld een stukje mooier, want hij bestaat voor honderd procent uit gerecycled materiaal.
Anita de Wit laat trots de twee prototypen zien die tot nu toe zijn ontwikkeld. Zij is van Groningen Werkt Circulair (zie kader), één van de deelnemers aan de Textielhub – een creatieve broed- en innovatieplaats waar zo’n beetje alles gebeurt wat te maken heeft met breien, weven, naaien, tuften en het recyclen van textiel.
Raw denim
Het ene model is een rechttoe rechtaan-broek, geen fratsen, of het moet het logo op de achterzak zijn in het lichtere garen van de stiksels. De andere is een worker, met zakken aan de zijkant. ‘De spijkerbroek is natuurlijk ooit ontwikkeld als werkkleding, puur functioneel. Dat iedereen hem ging dragen, kwam pas veel later. Met dit model willen we dat verhaal weer vertellen.’
De stof voelt stug, de kleur is diepdonkerblauw. Klopt, zegt De Wit: dit is nou wat in de kledingindustrie ‘raw denim’ wordt genoemd, zeg maar de oerspijkerbroek zoals hij gemaakt wordt, vóórdat hij werd gestonewashed, gesnowwashed of gemoustachewashed. In de kledingindustrie gebeurt dat wassen nog vaak met schadelijke chemische stoffen, vertelt De Wit. ‘Wij willen dat op een ecologisch verantwoorde manier gaan doen. En we gaan ook meer modellen ontwikkelen, ook een paar voor dames.’
Katoenafval
Ze experimenteerden al met een model met elastiek in de taille, De Wits collega Geeske Berga laat de broek zien op een paspop. Zo’n broek is goedkoper om te maken, omdat je niet met ritsen en knopen en riemlussen zit, en bovendien heb je minder maten nodig, elastiek is vergevingsgezinder dan een rits. ‘Maar ja, dat is dan wel weer heel erg streetwear, meer iets voor skaters. Dat maakt de doelgroep heel specifiek en dus beperkt.’
De denim, die de naam ReDenim 2.0 heeft gekregen, is gemaakt van katoenafval. De helft daarvan komt uit Groningen en is zogenoemd post-consumer: gekocht, gedragen en weer weggedaan. De andere helft bestaat uit Belgisch pre-consumer afval – onverkochte partijen. Van al dit katoen is garen gemaakt, waarvan vervolgens de stof is geweven waarvan weer broeken zijn gemaakt.
Anderhalve kilo katoen
‘Per kilo katoen besparen we ruim negenduizend liter water en 14,5 kilo CO₂-uitstoot’, vertelt De Wit. ‘Eén spijkerbroek bestaat uit ongeveer anderhalve kilo katoen. Gemiddeld hebben we er per persoon 5,4 in de kast liggen. Laatst stond ik op het station even om me heen te kijken: vijf van de zes mensen hadden een spijkerbroek aan. Ga maar na wat dat betekent voor het milieu.’
In maart, toen de Textielhub een jaar bestond, presenteerde ze de broeken feestelijk, er was een pas-sessie, een paar enthousiastelingen wilden er meteen eentje kopen. ‘Maar die moeten nog even wachten’, zegt Berga. ‘We zijn momenteel met een paar winkels in gesprek, maar we denken ook na over een andere constructie. Iets met een maandelijkse inloop bijvoorbeeld, waar mensen kunnen passen en wij ze bijpraten over de ontwikkelingen. Ook iets met een lidmaatschap of abonnement zou misschien een optie kunnen zijn.’
Swapruimte
De Wit en Berga vertellen het in de swapruimte, waar kleding geruild kan worden: dat jurkje dat al maanden treurig in de kast hangt, gaat nieuwe avonturen tegemoet, en jij hebt een mooi nieuw jasje. De items hangen op kleur, simpele vestjes, eenvoudige witte bloesjes, knalkleurige cocktailjurkjes en alles ertussenin.
Achter in de ruimte liggen zakken vol kleding die deze dag zijn binnengebracht. Een dame en heer zitten de items te ‘schonen’: dat wil zeggen dat ze alle onderdelen verwijderen die niet hergebruikt kunnen worden. Knopen, klittenband, ritsen, razendsnel halen ze alles eraf. De mensen die in de Textielhub werken, hebben, zoals dat heet, een afstand tot de arbeidsmarkt, hier kunnen ze toch aan het werk.
Het recyclen van kleding kent verschillende fasen, legt Berga uit. ‘Het begint met reparatie en re-make: we geven workshops over hoe je eenvoudige reparaties kunt uitvoeren; wie zelf een knoop kan aanzetten, zal minder snel iets wegdoen. Re-make wil zeggen dat we de stof gebruiken om er iets nieuws van te maken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een kledingstuk er nog mooi uitziet, maar er een vlek op zit.’
Wat er nog prima uitziet, gaat naar de winkel, de ruilruimte of de bibliotheek. Daar kunnen kledingstukken geleend worden; je koopt een strippenkaart, stempelt af en mag een maand lang die broek of laarzen lenen. Na het feestje, of wat de gelegenheid maar is, breng je ze weer terug. Scheelt geld, plek in de kast, energie, liters water en bakken C0₂-uitstoot.
Carbon credits
Maar ja, even eerlijk, zegt De Wit: als je naar de prijs van de spiekerboks kijkt, kan die natuurlijk niet concurreren met de broeken die je in China koopt. ‘Het lijkt duur, maar als je kijkt naar de impact die we ermee maken, bespaart elke spijkerbroek negenduizend liter water. Minimaal. De waarde van die negenduizend liter en ook van die veertien kilo C0₂-uitstoot kunnen we in geld uitdrukken door gebruik te maken van de schaduwprijzen die het Planbureau van de Leefomgeving hanteert.’
Klinkt natuurlijk heel mooi, maar daarmee is het nog geen echt geld. Hoe dat om te zetten naar keiharde euro’s? Een antwoord daarop vonden ze in de akkerbouw. Sommige boeren die investeren in verduurzaming, lijden daardoor verlies, maar vullen dat gat op met de verkoop van zogenoemde vrijwillige carbon credits. Dat zijn een soort certificaten die je kunt kopen voor een X-hoeveelheid uitstoot. De koper van zo’n certificaat compenseert zo als het ware het verlies dat de boer lijdt door de investeringen. ‘Dat kunnen wij natuurlijk ook gaan doen, we hopen daar met iemand over in gesprek te kunnen.’
Want dáár gaat het de Textielhub om, uiteindelijk: niet de gezellige truitjes en de kekke spiekerboks, maar de beweging naar circulaire textiel. ‘Het is ook het bouwen van de hele circulaire textieleconomie, dus ook het creëren van de banen erin. Het gaat niet alleen om materialen. Het gaat ook niet alleen om afval. Het gaat erom dat we een systeem bouwen waarmee je in textiel kunt werken mét een positieve impact.’
De textielhub
De Textielhub is ontstaan uit een samenwerking van zes partners: Alfacollege, Hanzehogeschool, Noorderpoortcollege, de gemeente Groningen, Groningen Werkt Circulair en G-Rond. In maart 2024, in de week van de circulaire economie, opende de Textielhub haar deuren in een grote loods aan het Hoendiep. Daar zijn winkel, swapruimte en bibliotheek open van woensdag tot en met zaterdag.
De onderwijsinstellingen die bij het initiatief betrokken zijn, gebruiken de hub als praktijklokaal. Leerlingen leren er hoe je circulair kunt werken; daarnaast kunnen ze ook vaardigheden leren als breien, weven en spinnen. Het megabreigetouw dat gebruikt wordt voor teamuitjes, was iemands afstudeerproject. In de hub kunnen belangstellenden niet alleen leren om zelf kapotte kleding te herstellen; er zijn ook workshops waar je kunt leren borduren, weven of een etui maken van een oud kledingstuk.
Groningen Werkt Circulair en G-Rond zijn beide organisaties die zich inzetten voor een afvalvrije wereld. Ze richten zich specifiek op de creatieve industrie in het algemeen en die van de textiel in het bijzonder. G-Rond is behalve in Groningen ook in Drenthe actief. Behalve zelf kleding repareren, hergebruiken en recyclen wil de hub ook bedrijven inspireren om zelf circulair te gaan produceren. Want dan, als de grote industrie meegaat, worden er pas écht zoden aan de dijk gezet.
De gemeente Groningen heeft zichzelf tot doel gesteld in 2030 volledig afvalvrij te zijn. Ze heeft daartoe onder meer een burgerberaad in het leven geroepen: een groep van 120 burgers die de gemeente gaat adviseren over wonen en afval. Eerder gebeurde dit al in onder meer Amsterdam. Het idee is dat het beraad dit najaar wordt afgerond, zodat de adviezen kunnen worden meegenomen in het afvalbeleid dat ingaat in 2026.
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Reyer Boxem
























