

De aardappelmachine
De toekomst van...Prinzen in Aalten sorteert aardappelen en dat gebeurt sinds de zomer van 2025 anders dan voorheen. Met minder vervoer, minder menskracht en minder energieverbruik. En dat allemaal dankzij nieuwe sorteermachines die de aardappelen via camera-opnamen heel precies kunnen selecteren op grootte.
Vorig jaar zomer werden de vier immense sorteermachines geplaatst. Anno Prinzen (54) is blij met de innovatie, want de nieuwe sorteerders bieden veel voordelen, legt hij uit in de loods van het familiebedrijf aan de rand van Aalten. ‘Voorheen gebeurde het sorteren via een zogeheten schutsorteerder, die de aardappelen heen en weer bewoog. Dan vielen eerst de grote pootaardappelen naar beneden en daarna de kleinere. Dat schudden en vallen was niet zo goed voor de aardappel, zeker niet voor koud pootgoed dat net uit de gekoelde opslag kwam.’
Hij vervolgt: ‘Dat koelen is nodig om kiemen tegen te gaan, maar een koude aardappel is wel gevoeliger voor butsen en blauwe plekken. Als er een partij gesorteerd moest worden, moesten we die dus eerst opwarmen tot tien graden Celsius en na het sorteren moesten ze weer teruggekoeld worden. Dat leverde veel heftruckbewegingen op. Bovendien kostte het koelen, opwarmen en opnieuw koelen veel energie.’
Miljoeneninvestering
Veel van die nadelen zijn verdwenen nu er vier nieuwe sorteermachines staan, een miljoeneninvestering. ‘Deze machines zijn veel product- en milieuvriendelijker’, legt Prinzen uit. ‘De aardappelen hoeven niet meer te worden opgewarmd voor het sorteerproces, want ze vallen en schudden minder in de nieuwe machines. Dat komt doordat het sorteren op grootte gebeurt aan de hand van maar liefst twintig foto’s die een camera maakt van elke aardappel.’
Die herkent zo’n beetje alle afwijkingen: halve aardappels, stenen, kluiten aarde, rotte plekjes en aangevreten exemplaren. Vervolgens worden de aardappelen, afhankelijk van hun omvang, naar acht verschillende uitgangen geblazen. De grote bij de grote, de kleine bij de kleine. En tot slot hoeven ze niet afgekoeld te worden, omdat ze niet opgewarmd zijn. ‘Dat was een tegennatuurlijk proces voor de aardappel’, vertelt Prinzen. ‘Een aardappel die warmer wordt, wil uitlopen.’

Onkruid-drone
Werd er voorheen bij Prinzen twaalf ton per uur gesorteerd, nu is dat zeventien ton. En dat wordt twintig ton als de machines nog een paar updates hebben gehad. Door de innovatie kon het bedrijf afscheid nemen van enkele flexwerkers uit Polen, want er is nu minder handwerk. De vaste ploeg van twaalf werknemers is nog steeds nodig, inclusief Prinzens vader Dick (91) die nog elke dag aanwezig is op het bedrijf. Ook dochter Bhodi (22), de beoogde bedrijfsopvolger, werkt vaak mee.
Voor de toekomst voorziet Prinzen meer innovatie en groei. ‘We werken onder meer aan een drone die onkruid herkent, zodat we gerichter kunnen spuiten.’ En omdat het bedrijf steeds meer pootgoed verwerkt – afkomstig van circa 370 hectare – is er een nieuwe schuur gebouwd. ‘We kunnen steeds meer produceren, doordat er meer grond beschikbaar komt nu veel veehouders stoppen.’
Sinds drie jaar teelt Prinzen ook aardappelen in Duitsland, omdat regelgeving over stikstof daar ontbreekt. Ook wat betreft het vervoer van de 16.000 opslagkisten in het bedrijf zal het nodige veranderen, voorspelt Prinzen. ‘Ik denk dat de vorkheftruck binnen een paar jaar is vervangen door robots. Dan gaan we toe naar een volcontinu bedrijf. Mijn motto is: gas geven! Er liggen nog genoeg innovatiekansen.’
Een duurzamer sorteerproces
Het bedrijf Prinzen Aardappelen in Aalten heeft vier nieuwe sorteermachines in gebruik genomen. Deze maken het sorteerproces duurzamer en sneller.
De nieuwe sorteermachines verwerken in totaal 17 ton aardappelen per uur, vergen minder vervoer en de aardappelen hoeven niet meer te worden opgewarmd en afgekoeld vóór en na het sorteren
Het bedrijf teelt pootaardappelen op 370 hectare grond in Nederland en Duitsland
Er werken 12 vaste krachten en enkele flexwerkers
De opslagcapaciteit is uitgebreid van 20.000 naar 30.000 ton
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Henk Wildschut















