8 min

Elk aangespoeld voorwerp heeft een verhaal

Reportage

Van een mammoetslagtand en balen rubber tot flessenpost, vliegtuigwrakstukken uit de Tweede Wereldoorlog en natúúrlijk talloze drijvers en ringboeien. Eigenaren André Eelman (58) en zijn partner Judith van der Zee (52), beiden hobbyjutters, raken nooit uitgepraat over de bijzondere vondsten die ze tentoonstellen in hun Maritiem- en Juttermuseum Flora op Texel. Je kunt er ook oud-Hollandse spelletjes en speurtochten doen, naar de speeltuin en een jutters-avonturenpad volgen.

Zul je net zien: schijnt de hele week de zon, is het vandaag winderig en grijs. En toch, weer of geen weer, zodra je op de boot naar Texel zit, krijg je het gevoel op vakantie te gaan. Eenmaal op het eiland blijkt het rustig op de parkeerplaats van Maritiem- en Juttersmuseum Flora in De Koog. Logisch, het is én nog vroeg én een doordeweekse dag. Eigenaren André Eelman en Judith van der Zee hebben de koffie klaar staan. Het stel nam het museum in 2014 over van jutter Jan Uitgeest.

‘Jan was dik in de zeventig en kon geen opvolger in zijn familie vinden’, begint André. ‘We mogen dan geen bloedverwanten zijn, Judith en ik komen wél allebei uit een juttersfamilie. Mijn vader ging vroeger het strand op met mijn opa en ik mocht als kleine jongen weer met míjn vader mee. Reuzespannend was dat. We verstopten hetgeen we hadden gevonden, veelal hout, in de duinen om het ’s avonds, als het donker was, op te halen.’

Dat vader en zoon het jutten stiekem deden, had een reden. In principe moet je namelijk alles wat aanspoelt en van waarde is, afgeven bij de strandvonder. De strandvonderij, waar de burgemeester het hoofd van is, gaat dan op zoek naar de rechtmatige eigenaar. Maar ja, André’s vader kon dat hout eigenlijk zelf wel gebruiken.

Jutwind

Volgens Judith is dat kat-en-muisspel tussen jutter en vonder min of meer verleden tijd. ‘Jutten is geen lucratieve bezigheid meer. Vroeger gingen er geregeld dekladingen over boord, maar tegenwoordig wordt alles in containers verscheept. Daarbij komt dat de vaargeul, die vroeger langs de kust liep, verplaatst is naar 25 kilometer verder de zee op.’ Volgens André valt er de laatste tijd sowieso weinig te jutten. ‘We hebben al twee jaar geen echte westerstorm gehad en de aflandige oostenwind is geen jutwind.’

Familiemuseum

Zoals gezegd komt ook Judith uit een juttersfamilie. ‘Mijn moeder is Texelse. Als er storm op komst was en iedereen ongedurig werd, gingen we naar zee om uit te waaien. Meestal vonden we daar wel iets om een hut mee te bouwen of om thuis iets mee te knutselen. Mijn meest bijzondere vondst is een flesje in de vorm van een zeehond. Op mijn moeders advies deed ik er zand in zodat ik een gratis vakantiesouvenir had. Wij woonden namelijk niet alleen op Texel, we brachten er óók onze vakanties door. Dat flesje heb ik altijd bewaard. Het stond op mijn kamer toen ik in Amsterdam studeerde en nu staat het in ons museum.’

Dat het stel twaalf jaar geleden het museum overnam, was voor hen een logische stap. Ze waren toe aan een nieuwe uitdaging. André is van huis uit timmerman en horecaondernemer en Judith is meubelmaker. In het museum komt alles tezamen. ‘De basis die Jan had neergezet met de jutterschuren was goed, maar we hebben er wel onze eigen draai aan gegeven en er nog meer een familiemuseum van gemaakt’, vertelt André. ‘Zo is er een speeltuin bijgekomen, een souvenirshop, de horeca is uitgebreid en we zetten elk jaar nieuwe speurtochten uit.’ Verder heeft het tweetal, dat niet van stilzitten houdt, onlangs een jutters-avonturenpad met obstakels en hindernissen aangelegd. 

‘Alshetomzesuur’sochtendsvloedis,zijnwijomzevenuurophetstrand.Enalshetmoet,kunjeonsdaarzelfsmiddenindenachtvinden’

Perfect jutweer

Het museum trekt jaarlijks zo’n 50.000 tot 60.000 bezoekers. Van busladingen met senioren tot schoolkinderen én natuurlijk vakantiegangers. Ook nu druppelen verwachtingsvolle bezoekers binnen. 

Wij zijn inmiddels ook nieuwsgierig geworden naar wat het museum te bieden heeft, maar voordat we een rondleiding krijgen, wil het echtpaar naar het strand. De zon laat zich voorzichtig zien en, nog belangrijker, het waait behoorlijk, dus perfect jutweer. ‘Zodra de wind aan gaat, begint het bij mij te kriebelen en moet ik naar het strand’, vertelt de eigenaresse. ‘En omdat we vaak wat vinden, gaat er altijd een rugzak mee. Of we gaan op de fiets met een kist voorop.’ Volgens André heeft Judith een speciaal juttersoog ontwikkeld. ‘Of het nu een dopje is, een aansteker of een houtje, ze komt zelden met lege handen thuis.’ 

Judith lacht. Volgens haar is de concurrentie met de weinige jutters die het eiland nog kent, moordend. ‘Privé kunnen we het prima met elkaar vinden, hoor, maar om te voorkomen dat zij er met iets moois vandoor gaan, staan wij, als het om zes uur ’s ochtends vloed is, om zeven uur op het strand. Als het moet, kun je ons daar zelfs midden in de nacht vinden. Niets zo leuk als met een unieke vondst de concurrent tegen te komen.’ 

Vandaag blijkt een geluksdag. Het stel loopt nog maar net langs de kustlijn of ze vinden een hardhouten tree. Terwijl een ander zou denken ‘laat lekker liggen die plank’, is Judith blij. Ze kan er iets van maken en ophangen in het museum. Maar dat is nog niet alles, want even verderop ligt een drijver. En weer verschijnt er een glimlach op Judiths gezicht. Ook al komen ze om in de drijvers, er kan er altijd nog wel eentje bij.

Terug van het strand is het tijd voor Texelse jutterskoek. ‘Deze jutterskoek is alleen bij ons te krijgen, het geheime recept is door mijn moeder en mij bedacht’, aldus Judith. ‘Mijn moeder is sowieso erg begaan met ons museum. Zodra ze iets vindt op het strand neemt ze het mee of stuurt ze een foto en vertelt ze waar we het kunnen vinden.’

Dan eindelijk de rondleiding. Op de website van Flora staat dat het juttersmuseum het grootste ter wereld is. Die uitspraak is geclaimd door de vorige eigenaar. Jan was ervan overtuigd dat er nergens anders zoveel strandvondsten bij elkaar verzameld zijn als hier.

Achter ieder voorwerp schuilt een verhaal

En inderdaad, je kijkt je ogen uit in de vijf jutterschuren met elk een eigen thema. Zo is de schuur waar nummer 1 boven de deur hangt het hart van de expositie. Je ziet balen rubber uit Indonesië, tweehonderd  jaar oude natuurhars, kistjes met Schotse whisky, spoelen katoen uit Brazilië en talloze flesjes met liefdesbrieven erin. Ook de ringboei van de stoomboot van Sinterklaas wordt hier bewaard. ‘Achter elk voorwerp schuilt een verhaal’, vertelt André, ‘en als we het verhaal niet kennen, dan zoeken we het erbij. Spullen kunnen nu eenmaal overal vandaan zijn komen drijven en er staat niet op hoe oud ze zijn.’ 

Het thema van de volgende schuur is ‘scheepsstrandingen’. Volgens Judith is door de moderne techniek en communicatiemiddelen de tijd voorbij dat er schepen op het strand belanden. Weer een andere schuur is gebouwd met de houten luiken van het in 1962 vergane stoomschip Nautilus. Hier worden verschillende spullen tentoongesteld uit overboord geslagen containers. Zoals die van de MSC Zoë dat in 2019 veel containers verloor met daarin speelgoed, autobumpers en meubels, zoals zitjes van IKEA kuipstoelen. ‘Wij hebben de zittingen, de poten zijn aangespoeld op Terschelling’, lacht André.

Hoewel de schuren afgeladen zijn met vondsten, oogt het overzichtelijk. Dat is volgens André te danken aan zijn creatieve wederhelft. Judith knikt. ‘Door te groeperen – tennisballen in een aquarium bijvoorbeeld, knopen in een pot, spenen in een letterbak of aanstekers als een kunstwerk in een lijstje – voorkom je dat het een bij elkaar geraapt zootje lijkt.’

Kunst van aangespoelde teenslippers

Dan is er een schuur met de naam Ocean Sole, met een expositie van kunstwerken gemaakt van in Kenia aangespoelde teenslippers, en een schuur waar de KNRM centraal staat. Op welk pronkstuk in het museum is André nou het meest trots? ‘Heb je even? De krans die na de Dakotaramp uit de zee is gehaald bijvoorbeeld of de vliegtuigwrakstukken uit de Tweede Wereldoorlog. En natuurlijk de slagtand van een mammoet waarvan de rechtmatige eigenaar niet meer te achterhalen was’, lacht hij. Buiten is er trouwens ook van alles te zien en te beleven. In het paviljoen van Teso, de veerdienst met het vaste land, bijvoorbeeld. Vanuit de stuurhut van een voormalig Teso-schip heb je goed uitzicht over onder meer de speeltuin, een Noors kottertje en een reddingscapsule.

Dan is het tijd om de boot terug naar Den Helder te nemen, al zijn André en Judith nog lang niet uitgepraat. Het is bewonderenswaardig dat het tweetal nog steeds zo bevlogen over hun museum kan vertellen – al hebben ze hun verhaal al honderden keren gedaan.

  • Auteur: Ymke van Zwoll
  • Fotograaf: Bertil van Beek

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2026

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2026 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over deze onderwerpen?

    • Interview
    • Kunst en Cultuur
    • Grote Steden

    ‘Geschiedenis maak je met elkaar’

    • Oud & Nieuw
    • Familiebedrijven
    • Jong & Impact

    Naar hartelust selfies maken tussen de tulpen

    • Achtergrondverhaal
    • Duurzaamheid
    • Energietransitie

    Orchideeën van hoge kwaliteit, met aandacht voor duurzaamheid

    • Interview
    • Diversiteit en Inclusie
    • Kunst en Cultuur

    ‘Ik zoek altijd contacten van hart tot hart’

    • Kunstcollectie
    • Kunst en Cultuur

    Eigen schuld?

    • Oud & Nieuw
    • Kunst en Cultuur

    Van caféfeest naar festival

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • De vrijwilliger
    • Buurtgevoel
    • Kunst en Cultuur

    Dwingeloo in de ban van The Passion

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens