

‘Een beetje aandacht kan wonderen doen’
InterviewRob Heebink (34) werkt al sinds zijn zestiende in de ouderenzorg. Het is zijn grote passie. Daarom maakt hij vlogs en blogs in zijn werkomgeving en geeft hij lezingen en gastlessen: om de buitenwereld te laten zien hoe mooi zijn vak is en hoe ouderen opbloeien van een beetje aandacht. Hij moet er niet aan denken dat robots de ouderenzorg overnemen. ‘Ik zou het mooi vinden als we in plaats van een zorgsector weer een zorgcultuur kregen.’
Rob Heebink was een jaar of tien toen er een einde kwam aan het boerenbedrijf van zijn ouders. Oorzaak: varkenspest. ‘Toen schijn ik gezegd te hebben: Als ik dan niet voor de biggetjes kan zorgen, ga ik wel voor mensen zorgen’, vertelt hij thuis in Steenderen, waar hij met zijn jonge gezin woont. Die behoefte om te zorgen zat er al van jongs af aan in. ‘Ik voelde een soort maatschappelijke drang om anderen te helpen.’
Als middelbare scholier deed hij een snuffelstage in een verpleeghuis. ‘Wat me daar opviel was de liefdevolle aandacht van de verzorgenden voor de bewoners.’ Heebink realiseerde zich wel dat het bijzonder was dat hij als puber al feeling had met de zorg.
Aandacht
‘Dat heeft verschillende oorzaken. Enerzijds ben ik geïnteresseerd in geschiedenis, met name die van de Tweede Wereldoorlog. En ouderen kunnen daar vaak veel over vertellen, dat boeit me. Maar ook de moeilijke scheiding van mijn ouders speelde een rol. Thuis kreeg ik weinig aandacht, van de ouderen wel. Dat heeft gemaakt dat ik dit werk graag doe.’
Na de middelbare school volgde hij een zorgopleiding en sindsdien werkt hij als verpleegkundige, nu in verzorgingshuis Gudula in Lochem. ‘Van maatschappelijk belang zijn voor ouderen en voor de zorg, dat wilde ik altijd al.’
Vlogs en blogs
Sinds hij als werknemer in een verzorgingscentrum de coronapandemie meemaakte, heeft hij zich ook ontpopt tot blogger en vlogger. ‘Ik vond het heel heftig dat de zorgcentra zó drastisch op slot gingen. Binnen heerste waanzinnige kommer en kwel. Partners die geen contact meer konden hebben, mensen die eenzaam stierven zonder familie. Die eenzaamheid was bijna erger dan corona zelf.’
‘Dat wilde ik zichtbaar maken met mijn filmpjes. Dat we naar mijn idee destijds enorm zijn doorgeschoten in het vermijden van risico’s.’

In de zorg met Rob
Na corona ging Heebink door met het opnemen van filmpjes met ouderen. De ene keer praat hij met een bewoonster die het bombardement van Rotterdam meemaakte en die daar met zichtbaar verdriet over vertelt. De andere keer maakt hij lol met een dame die Koninginnedag gaat vieren of kijkt hij voetbal met twee bewoners.
Hij plaatst ze allemaal op zijn website ‘In de zorg met Rob’. ‘Ik wil de buitenwereld laten zien hoe mooi mijn vak is en hoe belangrijk contact voor oude mensen is.’ Heebink beschrijft zijn omgang met ouderen als ‘liefdevol, met respect en met humor’. ‘Voor mij is dat de kern van het vak.’
En die kern zijn we een beetje uit het oog verloren, vindt hij. ‘Alles in de zorg draait om protocollen, regelgeving, geld en tijd. Terwijl het veel eenvoudiger kan. Minder regels en voorschriften, meer echte aandacht. Niet voor niets kijken mensen in verre landen raar aan tegen onze verzorgingshuizen. Daar worden ouderen niet weggestopt, maar liefdevol verzorgd door de gemeenschap.’
Zorgcultuur
Heebink gruwelt van het idee dat ouderen over pakweg dertig jaar grotendeels afhankelijk zullen zijn van zorgrobots. Die geven je eten, wassen je en brengen je naar bed. Doen een melding bij een alarmcentrale als je bent gevallen en doen een spelletje met je.
‘Als samenleving moeten we onszelf hier vragen bij stellen’, vindt hij. ‘Wat zijn wij bereid op te geven om meer tijd en aandacht vrij te maken voor onze ouderen? Ik ben bang dat we te veel gaan leunen op zorgtechnologie in plaats van op menselijk contact.’
Hij pleit voor de invoering van een zorgcontract voor 60-plussers: geef hun de keuze tussen minimaal twee dagen per week betaald mantelzorgen of doorwerken. ‘Want de vergrijzing houdt nog wel even aan en de personeelstekorten ook. Ik zou het mooi vinden als we in plaats van een zorgsector weer een zorgcultuur kregen.’
Senioren op de fiets
Om te voorkomen dat we de ouderenzorg verregaand moeten robotiseren wegens personeelstekorten, moeten we ervoor zorgen dat we zo lang mogelijk gezond blijven, vindt Heebink. ‘Zodat we de gang naar een verzorgingstehuis zo lang mogelijk kunnen uitstellen.’
Hij vertelt een persoonlijk verhaal: ‘Tot een paar jaar geleden kon ik me als automobilist behoorlijk ergeren aan senioren op een elektrische fiets. Nu denk ik: ze fietsen tenminste nog. Dat scheelt hopelijk weer een paar jaar zorg.’
Hij kan zich dan ook storen aan het feit dat allerlei instanties hameren op gezond leven, terwijl kinderen op fatbikes mogen rijden en het normaal wordt gevonden dat kinderen acht uur per dag naar een scherm kijken. ‘We moeten toe naar een vereenvoudiging van het leven’, bepleit Heebink.
Minder pamperen
‘Meer eenvoudig geluk, minder geldingsdrang, meer bewustwording. En minder pamperen: we moeten het leven nemen zoals het komt, niet overal meteen een coach voor inschakelen. En net even wat meer naar onze ouderen omkijken: de kliko van de buurman aan de weg zetten, het gras van de buurvrouw maaien, dan kunnen ze langer zelfstandig blijven en wordt de zorg minder duur.’
Zelf leert hij zijn drie jonge kinderen al dat mantelzorg bij het leven hoort – Heebink heeft nog een grootmoeder – en dat oude mensen aandacht fijn vinden. ‘We onderschatten eenzaamheid wel eens’, vindt hij.
‘Natuurlijk wordt er van alles georganiseerd voor ouderen, maar dat is niet de essentie. Je partner, je vrienden, familieleden vallen weg en zelf kun je steeds minder. Dat is een rouwproces waar niet altijd begrip voor is. En perspectief hebben deze mensen niet meer. Dan kan een beetje aandacht wonderen doen. Te veel mensen realiseren zich dat pas als ze zelf oud zijn.’
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Frank Ruiter














