

‘Ik wil altijd het beste uit mezelf halen’
InterviewVoor wie Geert Schipper (47) uit Spanbroek niet kent: hij is een triatleet, handbiker, wheeler en zwemmer die de ene na de andere medaille in de wacht sleepte. Zo werd hij Nederlands, Europees én wereldkampioen, haalde hij zilver op de Paralympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro en brons vorig jaar in Parijs. En hij mag dan 47 jaar zijn, voorlopig weet de topatleet nog van geen ophouden.
Het regent. Topsporter Geert Schipper is nog niet buiten geweest. ‘Ik ben behoorlijk eigenwijs’, valt hij met de deur in huis. ‘De meeste topatleten volgen een strak trainings- en voedingsschema. Ik niet. Ik train wanneer ik zin en tijd heb. Buffelen in de regen? Mij niet gezien. Natuurlijk kan ik ook binnen trainen, maar ik prefereer de buitenlucht, dus als ze voor de volgende dag knap weer voorspellen, stel ik het trainen liever een dagje uit.’
Dat eigengereide zat er al vroeg in bij de Spanbroeker. Sloegen leeftijdgenoten rechtsaf, dan koos hij voor links. ‘Dus ging mijn interesse niet uit naar voetbal, maar naar alles wat de lucht in ging. Zweefvliegen, paragliden, parachutespringen, dat soort werk.’
Rolstoel
Tot het in 2004 – Schipper was toen 26 – misging. Door een inschattingsfout met een deltavliegtuigje belandde hij met een harde klap in een weiland naast de landingsbaan. Hij liep daarbij een gebroken rug en een incomplete dwarslaesie op.
‘Toen de artsen in het ziekenhuis vertelden dat ik de rest van mijn leven in een rolstoel zou zitten, dacht ik, hoezo? Ik lig nu toch in een bed en zit niet in een rolstoel? En als ik in bed kan liggen, kan ik toch ook op de bank liggen? Of zitten? Ik ben niet iemand die bij de pakken gaat neerzitten. Zelfs toen niet. Voor alles is een oplossing. Misschien is het niet de beste, maar een oplossing is er altijd. Met die instelling ben ik de rest van mijn leven ingegaan.’
Geen stilzitter
Zo zelfstandig mogelijk worden, werd de drijfveer van Schipper. Dus moest hij sterker worden in zijn armen, zodat hij kon opvangen met zijn armen wat met zijn benen niet meer lukte. In het revalidatiecentrum begon hij met twee gewichtjes van één kilo. Na twaalf weken lagen er twee gewichten van twaalf kilo naast zijn bed. ‘Fysiek trainen is de sleutel tot revalideren’, aldus de triatleet.
‘In het revalidatiecentrum speelde sport dan ook een grote rol. Van tafeltennis tot basketbal, volleybal, zwemmen of handbiken, ik deed niets anders. Sporten liet me mijn pijn vergeten én ik kreeg er energie van. Ik was sowieso nooit een stilzitter. Drie weken Griekenland op een bedje met een boek? Daar bedank ik voor. Griekenland prima, maar dan gaat de auto of fiets mee, want er moet elke dag iets ondernomen worden.’
Wheelen
Als kind al was hij goed in duursporten, hardlopen, skeeleren, schaatsen, maar ambitie om topsporter te worden, had Schipper niet. Tot hij bij het revalideren ontdekte dat het handbiken hem erg goed afging en trainer Bas de Bruin vroeg of hij een paratriatlon wilde doen.
‘Waarom niet? dacht ik. Handbiken kostte me weinig moeite, ook kon ik een aardig baantje zwemmen. Ik moest alleen nog leren rollen in een rolstoel, iets wat ik overigens lastiger vond dan ik had gedacht. Even voor de duidelijkheid: handbiken is wielrennen voor minder valide atleten. Dan lig je op een fiets met handpedalen, een ketting en een schakelmechanisme. Wheelen, oftewel rollen in een racerolstoel, is onze vorm van lopen.’
De beste van Europa
Toen Schipper ook het wheelen onder de knie had, ging het snel. Hij werd Nederlands, Europees én wereldkampioen, verbeterde het werelduurrecord handbiken, zwom als eerste mindervalide het IJsselmeer over en won zilver op de Paralympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. ‘Die tweede plek op het podium in Rio kwam voor mij als een verrassing. Ik stond vijfde op de ranking, hoopte vurig op brons, maar het werd zilver.’
De volgende Paralympische Spelen, in Tokio, stond hij net niet op het erepodium. Hij werd vierde. ‘Natuurlijk was dat zuur, maar als ik tiende was geworden en ik had mezelf kunnen verbeteren, was ik tevreden geweest. Helaas had ik tijdens de wedstrijd in Tokio niet het vermogen mezelf te verbeteren.’
Vorig jaar zomer kon de West-Fries het goedmaken in Parijs. Door stomme materiaalpech verloor hij de tweede plek en behaalde hij brons. Twee maanden later werd hij voor de tweede keer de beste van Europa.

Aanrommelen
De triatleet vindt van zichzelf dat hij niet de ultieme topsporter is die voor de max gaat. ‘Ik wil het beste uit mezelf halen, dat wel, mezelf uitdagen, verbeteren, maar nóóit ten koste van. Ik ga niet de dood of de gladiolen racen. Veel belangrijker is dat ik mezelf niet in de kreukels rij en dat mijn materiaal bruikbaar blijft. Ik sport voor mezelf, niet voor de medailles of het publiek. Ze zijn leuk hoor, die medailles, maar de meeste liggen in een kastje. Ik kan goud winnen, zilver of brons, mijn echte goud zit thuis. Ik wil dan ook vooral een goede vader zijn voor mijn dochters en een goede partner voor mijn vrouw en laat me verder maar een beetje aanrommelen, een slootje uitbaggeren of wat timmeren in de schuur.’
De zon laat zich zien. Schipper haalt zijn wheeler alvast van de indoortrainer. ‘Ik ga zo op pad en als er een plensbui over me heen komt, maak ik rechtsomkeert.’
Elk jaar beter
Tot slot, de volgende Spelen zijn in Los Angeles. Wordt het zijn laatste Olympische plak? ‘Wie weet. Ik heb geen idee. Ik loop dan tegen de vijftig en eigenlijk vind ik mezelf dan te oud. Maar het rare is dat ik nog steeds elk jaar beter presteer dan het jaar ervoor. Ik kan me voorstellen dat dat op een gegeven moment ophoudt, maar misschien moet ik daar eerst zestig voor worden.’
- Auteur: Ymke van Zwoll
- Fotograaf: Frank Ruiter














