

‘Je kunt zelf altijd besluiten om anders te gaan eten’
InterviewMartien Lankester (75) uit Iens is opgeleid als arts en sociaal geneeskundige, maar werd later biologisch boer. Als verbinder zet hij zich al bijna vijftig jaar in voor een duurzame voedselproductie. De boer is de dokter van de toekomst, die de aarde weer gezond kan maken, is zijn overtuiging. Pure, onbewerkte voeding heeft een positief effect op je gezondheid. Lankester gaf lezingen en zette cursussen, diverse projecten en organisaties op het gebied van biologische landbouw en duurzame voedselsystemen op.
Op tafel in zijn monumentale, ruime en smaakvol ingerichte woonboerderij in Iens ligt een knipsel. Het dateert uit 1977. De nog jonge, langharige arts Martien Lankester vertelt erin over zijn praktijk als voedingsarts en acupuncturist.
Er is in die bijna vijftig jaar veel veranderd. Praktiserend arts is hij niet meer. Maar één ding is nog hetzelfde: Lankester bleef pionieren. Hij is een sterk pleitbezorger voor een verbinding tussen natuur, een gezonde bodem, voeding, gezondheid en landbouw. ‘Een biodiverse bodem, zonder resten van gifstoffen of kunstmest, levert gezondere producten op. Er zijn aanwijzingen dat die beter zijn voor je gezondheid.’
Dat is ook het uitgangspunt van Bioregio Greidhoeke, waarbij Lankester betrokken is. In dit proefproject in de gemeenten Waadhoeke en Súdwest-Fryslân worden boeren geholpen bij de omschakeling naar een biologische en regeneratieve bedrijfsvoering. ‘Het uitgangspunt is om een gezonde bodem te creëren en om lokaal, onbewerkt voedsel te produceren’, licht Lankester toe.
‘Tegelijk draag je daarmee ook bij aan de gezondheid van mens, milieu en natuur. Consumenten die een direct contact hebben met de boer worden zich bewuster van de rol van voeding bij hun welzijn. Behalve met bewoners willen we ook samenwerken met de landbouwsector, natuurorganisaties, de gezondheidszorg en het onderwijs.’
Oost-Afrika
Lankester werd in 1949 geboren als zoon van een medisch specialist. Zijn moeder was een boerendochter en werkte als apothekersassistente. Beide kanten van zijn ouders verenigde hij in zich. Als jongen was hij veel te vinden op de boerderij van zijn opa. Hij studeerde geneeskunde, werd in de jaren tachtig consultatief arts (geneeskunde als aanvulling op die van de eigen huisarts – red.) en acupuncturist en later biologisch boer in Iens.
‘Tijdens mijn studie geneeskunde in Amsterdam viel me al op dat er veel werd gesproken over ziekten, maar heel weinig over factoren waardoor mensen gezond blijven’, vertelt hij. De ontmoeting met een arts in Oost-Afrika maakte diepe indruk op Lankester.
‘Hij runde een ziekenhuis in de rimboe en bakte zijn eigen brood. Vlees at hij niet. Ik vond dat interessant en terug in Nederland ging ik me te verdiepen in voeding. Mijn vriendin en ik besloten toen biologisch te gaan eten. Zo veel mogelijk onbewerkt voedsel en geen vlees. We zijn met vrienden in 1973 een biologisch restaurant begonnen in Amsterdam. Mensen zeiden: wat doe jij nou? Je wilt toch dokter worden? We zaten in een kraakpand aan de Keizersgracht. Biologische tuinders brachten ons groenten.’
Tijdens zijn studie volgde Lankester ook een opleiding tot acupuncturist. Na zijn afstuderen in 1975 kocht hij de boerderij in Iens, waar hij zijn praktijk begon als consultatief arts. ‘Het liep snel vol. Een alternatieve arts was in die tijd iets nieuws. Ik gaf mensen voedingsadviezen. Eet pure voeding, zo veel mogelijk biologisch. Eet minder suiker en minder vlees, meer zure dan zoete zuivel. Je kunt zelf altijd besluiten om anders te gaan eten.’ Hij had overigens goede contacten met reguliere artsen. ‘Al vonden sommigen me een vreemde eend in de bijt.’
De ‘gekke’ dokter
In die tijd hield hij vele lezingen over de relatie tussen voeding en gezondheid. ‘Vooral voor plattelandsvrouwen. Die stonden open voor mijn verhaal.’ Een jaar later kon Lankester zijn pleidooi voor pure voeding in de praktijk brengen. Hij kocht 7,5 hectare land bij zijn boerderij en ging biologisch boeren. ‘Zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Het was een gok, maar ik was ervan overtuigd dat biologische voeding gezondheidsvoordelen had. Ik begon als amateurboer met zo’n acht, tien koeien. Die molk ik zelf. Al snel kreeg ik daarbij hulp van stagiairs van de biologische landbouwschool.’
De ‘gekke’ dokter die boer werd, richtte er een stichting voor op. Toepasselijk ‘Hof van Edens’ geheten (Iens heet in het Nederlands Edens). ‘Ik hoopte dat ik een voorbeeld kon zijn voor anderen.’ Een probleem vormde de afzet. Er was geen speciale zuivelfabriek voor biomelk.
Lankester: ‘Ik leverde aan de fabriek in Wommels, waar de biomelk werd vermengd met de gewone. De directeur zei: er is maar één soort melk en die is wit. Later konden we onze melk kwijt aan een nieuwe biologische zuivelfabriek in Noord-Holland, tegen een goede prijs.’

Al snel trok Lankester de aandacht van veehouders in de buurt, die interesse toonden in zijn boerenbedrijf. ‘Ik heb toen een cursus biologische landbouw opgezet, waar experts hun kennis deelden.’ Uiteindelijk schakelden vijf veehouders rondom Wommels begin jaren tachtig over op een biologische bedrijfsvoering. Lankester noemt vier dingen die bij een omschakeling van belang zijn: kennis, een afzetmarkt, inspiratie en financiële steun.
‘Bij dit laatste kunnen banken een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld met rentevoordelen.’ Kennis bracht hij jarenlang ook over op boeren in andere landen. In 1991 richtte hij daarvoor de Avalon Foundation op, die projecten voor biologische landbouw en agrarisch natuurbeheer opzet. ‘De afgelopen dertig jaar hebben we boeren in meer dan dertig landen kunnen helpen bij duurzaam landgebruik.’
Voedsellandschapsakkoord
Onvermoeibaar zet Lankester zich in voor een duurzame voedselproductie. ‘We moeten toe naar een nieuw, duurzaam landbouw- en voedselsysteem’, vindt hij. ‘Een waarin de werkelijke kosten van de productie worden meegerekend in het eindproduct. Wat is de invloed op water, bodem, milieu, biodiversiteit, klimaat? Bij biologische landbouw zijn die minder ingrijpend en vaak zelfs positief.’
Hij pleit daarom voor een Voedsellandschapsakkoord: ‘Dat heeft kans van slagen als je een nieuw voedselproductiesysteem opzet in een proefgebied, zoals de Bioregio. De boer kan daarbij aan het stuur blijven, mits hij koers zet richting gezondheid, natuur, biodiversiteit en dierenwelzijn. Dat zijn de nieuwe waarden die de maatschappij vraagt, en dat moeten we goed belonen.’
- Auteur: Karin de Mik
- Fotograaf: Frank Ruiter















