

‘Er is genoeg voor iedereen’
InterviewHij noemt zichzelf filosoof en strateeg, en is de grondlegger van het zogeheten ‘contributisme’. Geen hippe managementterm, maar een filosofie die wortelt in Oosterse denktradities én veertig jaar ervaring in het bedrijfsleven. Ron Schel (71) haalde tientallen organisaties uit het slop en leerde daarbij één ding: een gezond bedrijf begint bij de vraag wat je werkelijk bijdraagt. Niet aan je aandeelhouders, maar aan de samenleving. ‘Het is geen hogere wiskunde, maar je moet het wél durven omdraaien.’
Ron Schel (71) zit al een paar jaar niet meer in een formele adviesrol, maar gepensioneerd zou hij zichzelf niet willen noemen. ‘Ik ben vooral gestopt met dingen doen die ik niet meer hóef te doen’, zegt hij met een glimlach, vanuit zijn tweede huis in Italië. Schel en zijn vrouw zijn er in totaal zo’n twee maanden per jaar. ‘Maar mensen begeleiden bij wezenlijke veranderingen? Daar zal ik nooit mee stoppen.’
Dat hij ooit in die rol zou belanden, lag niet voor de hand. Schel studeerde techniek en had zijn zinnen gezet op een loopbaan in de industrie. Maar na zijn studie liep het anders. Bij zijn eerste werkgever kreeg hij onverwacht een fundamentele vraag voorgelegd: ‘Wat vind je van dit bedrijf?’
Die vraag zou zijn loopbaan op zijn kop zetten. ‘Ik antwoordde dat zijn bedrijfsvoering niet werkte, omdat mensen zich niet gehoord voelden. De directeur was een briljant verkoper, maar geen leider. Hij inspireerde niet en gaf mensen geen ruimte om hun talent in te zetten.’
Contributisme
Wat volgde, was een carrière waarin Schel als extern adviseur tientallen bedrijven begeleidde – van mkb tot grote bedrijven – vaak op momenten dat het niet lekker liep. De rode draad: organisaties helpen die hun ziel waren kwijtgeraakt. Dat deed hij op een opvallend spirituele én pragmatische manier.
‘Een kleine twintig jaar geleden viel me ineens de term ‘contributisme’ in’, vertelt Schel. ‘Het was de perfecte naam voor mijn aanpak. Het is een filosofie, een basishouding, waarbij je jezelf niet langer afvraagt: ‘Wat levert het me op?’, maar: ‘Wat draag ik bij?’ Als je vanuit dat perspectief naar organisaties kijkt, krijg je heel andere oplossingen.’
BronvanOns
Een voorbeeld van zo’n andere oplossing is het initiatief BronvanOns, dat hij in 2023 opzette. De aanleiding was zijn verhuizing naar natuurgebied Weerribben-Wieden, toen de stikstofdiscussie op haar hoogtepunt was. ‘Men pakte die crisis op dezelfde manier aan als altijd: door boeren uit te kopen. Maar dat lost niks op. De andere helft blijft zitten met hetzelfde uitputtende verdienmodel.’
Volgens Schel zitten boeren gevangen tussen regelgeving en een voedselketen die draait op maximale productie voor een minimale prijs. ‘Dat systeem knijpt de bron – de boer – af.’
Wél eerlijk
Zijn werkervaring in Oost-Hongarije, vlak na het uiteenvallen van het Sovjet-regime, bleek cruciaal. ‘Toen daar alle staatsbedrijven ophielden te bestaan, zijn we vanuit de agrarische bron zelf een voedselketen gaan opbouwen. Diervoeding, meel, bakkerijen – alles met elkaar verbonden. Dat werkte.’
Die ervaring inspireerde Schel tot eenzelfde aanpak in Nederland. ‘Ik vroeg me af of we hier ook een eigen, regionale voedselketen konden bouwen. Zo kunnen boeren zich weer op hun kernactiviteit richten: goed voedsel produceren. Er hoeft dan niet steeds iets ‘bij’ om het hoofd boven water te houden.’
Met BronvanOns werkt hij aan een model waarin boeren wél een eerlijke prijs krijgen – de ‘bronprijs’ – en waarin gezond, lokaal geproduceerd basisvoedsel de norm wordt. ‘Minder productie, meer kwaliteit en meer geld naar de bron. Zo kunnen natuur en landbouw elkaar versterken in plaats van tegenwerken.’
De beweging krijgt steun uit verschillende hoeken: van Rabobank, die meedenkt, tot innovatieve versdistributeurs als Pantry, een keten van onbemande streekwinkeltjes. ‘Het belangrijkste is dat we samenwerken in plaats van concurreren. Er is genoeg voor iedereen.’

Neerwaartse spiraal
Terug naar het bedrijfsleven: ook daar draait alles volgens Schel om het herstellen van balans. ‘Een bedrijf functioneert goed als drie dingen kloppen: je levert betekenisvolle producten of diensten, je klanten zijn oprecht tevreden en medewerkers zijn betrokken. Als die driehoek uit balans raakt, zie je dat direct terug in de energie – en uiteindelijk in de resultaten.’
Schel ziet vaak dat het al mis gaat bij het winstdenken zelf. ‘Als je alleen maar focust op geld verdienen, begin je in te leveren op kwaliteit. Als eerste merken je medewerkers dat en die verliezen hun betrokkenheid, vervolgens je klanten, en voor je het weet zit je in een neerwaartse spiraal.’
Zijn allereerste opdracht noemt hij een cadeau. ‘Ik werd benoemd tot transitiemanager en mocht meteen aan de slag met echte verandering. Ik merkte dat ik niet de baas hoefde te spelen. Als je luistert, nieuwsgierig bent en mensen laat bijdragen, dan komt er iets moois op gang.’
Leiders met lef
Schel is nog altijd dankbaar voor de les die zijn vader hem als kind leerde: niet liegen. Als hij die woorden niet in zijn achterhoofd had gehad toen die directeur hem jaren geleden vroeg wat hij van het bedrijf vond, had hij misschien een beleefd antwoord gegeven. ‘Dan had mijn loopbaan waarschijnlijk niet deze wending gekregen. Maar nu werd ik na die eerste baan op mijn 25ste directeur van een noodlijdende Nederlandse vestiging van een Zwitsers conglomeraat. Ik was de jongste, maar kreeg het vertrouwen. En dat dwong me om écht na te denken over wat mensen beweegt. Waarom ze doen wat ze doen. Dat is de basis van mijn werk gebleven.’ Het leidde uiteindelijk tot zijn boek ‘Contributisme, leven en werken in de vierde dimensie’.
De veranderingen die Schel voorstaat, vragen niet om dikke beleidsstukken, maar om leiderschap. ‘Geen managers, maar leiders met lef. Mensen die zeggen: ik weet nog niet precies hoe het eruit ziet, maar ik voel dat dit de goede richting is.’
Dat is ook de manier waarop BronvanOns tot stand is gekomen. Volgens Schel is BronvanOns niet alleen een project voor de Weerribben-Wieden, maar een proeftuin voor de rest van Nederland. ‘Over tien jaar ziet het Nederlandse voedsellandschap er anders uit. Minder export, meer regionale productie. Het is nodig.’
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Frank Ruiter















