

‘Ik zoek altijd contacten van hart tot hart’
InterviewMusicus Rocco Ostermann trok samen met muziekvrienden twee jaar lang langs gevangenissen om muziek te maken met gedetineerden. Sinds vorig jaar doen ze hetzelfde in AZC’s en stelden ze een band samen die grotendeels bestaat uit asielzoekers. De Niemanders zijn inmiddels een begrip: ze traden op in Bar Laat, voor het koningspaar en op festivals. ‘Dankzij De Niemanders ben ik nog meer gaan beseffen dat ik zelf ook een buitenbeentje ben.’
Rocco Ostermann heeft er weleens slapeloze nachten van: van de gedachte dat een van De Niemanders – zijn band die grotendeels bestaat uit asielzoekers – wordt teruggestuurd naar het land van herkomst. In de twee jaar dat de groep nu bestaat, zijn de bandleden hem zeer dierbaar geworden. Zoals Omar, de jonge asielzoeker uit Jemen die zo goed kan zingen.
‘Op een dag speelden we in het asielzoekerscentrum in Grave en kwam Omar een kijkje nemen. Spontaan begon hij een liedje te zingen, het nu beroemde Habibi. Ik kreeg er kippenvel van. Ik heb het opgenomen met mijn telefoon en drie weken later stonden we samen op een podium.’ En Aoun Marouf, de Syrische operazanger die Ostermann filmpjes liet zien van een optreden met Andrea Bocelli en voor Xi Jinping. ‘Het is ondenkbaar dat deze mensen ooit uit mijn leven verdwijnen.’
Buitenbeentje
De Niemanders is een project van Ostermann en zijn muzikale vriend Wout Kemkens. In 2019 en 2020 bezochten ze gevangenissen om samen met gedetineerden muziek te maken en kwetsbare mensen een stem te geven. Een bijzondere tijd, herinnert Ostermann zich. ‘Zat ik piano te spelen met een zware jongen die twintig jaar moest zitten.’ De gedetineerden vertelden hun verhalen, die Ostermann en Kemkens weer gebruikten voor liedteksten. Terug in hun cel gingen sommige gedetineerden zelf ook teksten schrijven, die ze aan elkaar voordroegen.
Ostermann: ‘Het zette me aan het denken: hoe was mijn leven verlopen als ik verkeerde vrienden had gekregen? De Niemanders hebben me doen beseffen dat ik zelf ook altijd een buitenbeentje ben geweest.’
Tranen
Nadat ze het album De Niemanders I hadden uitgebracht met gedetineerden, herhaalden ze het project bij asielzoekerscentra, nu met producer Rick Wiegerinck erbij. Ostermann: ‘Er zijn veel overeenkomsten tussen een gevangene en een asielzoeker. Het leven van beiden staat stil, ze kunnen alleen maar wachten. En allebei zitten ze vol verhalen. En die zijn indringend. Ik herinner me een asielzoeker die me vertelde over de laatste avond vóór zijn vlucht naar Europa. De tranen stroomden over zijn wangen bij de herinnering aan het afscheid. Ze zien hun kinderen vaak opgroeien via de display van hun telefoon.’
Ostermann en Kemkens fungeren dan ook als een soort maatschappelijk werkers voor hun Niemanders. ‘We maken van alles mee: stress over de toekomst, verdriet om wat er in hun land gebeurt, heimwee en vreugde over het succes van de band.’
Oorlog
Hij vertelt over zijn opa die in de oorlog zijn moeder, schoonmoeder, vrouw en twee kinderen verloor bij een van de vele bombardementen op Dinxperlo, het Achterhoekse dorp waar Ostermann opgroeide. ‘Dan begrijp je waarom ik me interesseer voor oorlogen en mensen die daarvoor op de vlucht slaan.’
Sinds het eerste live optreden van De Niemanders in mei 2024 is het snel gegaan: ze werden uitgenodigd om te komen spelen op de Zwarte Cross, ze waren te zien in talkshow Bar Laat en traden op voor de koninklijke familie tijdens het Koningsdagconcert in Doetinchem. ‘Een spontane, warme bijeenkomst’, herinnert Ostermann zich, waarbij de koning achter de schermen nog even meetrommelde met de percussionist. Afgelopen zomer speelden ze onder meer op festival Down the Rabbit Hole en op Huntenpop. Ook traden ze op tijdens het Gouden Kalf Gala.
Inmiddels heeft concertpromotor Mojo zich over de groep ontfermd, zijn De Niemanders genomineerd voor een Edison en toert de band in december langs prestigieuze podia als Paradiso, Doornroosje en Tivoli. Er zijn spectaculaire plannen met de groep, maar daarover mag Ostermann nog even niets zeggen.

Venster op de wereld
Rocco Ostermann had eigenlijk prof-keeper bij De Graafschap willen worden, maar een zware blessure gooide roet in het eten. Hij leerde zichzelf gitaar spelen en werd straatmuzikant. En was ook nog even postbode, om genoeg te verdienen. ‘Op die manier had ik heel veel gesprekjes met mensen en daar schreef ik dan weer verhalen over. Ik zoek altijd contacten van hart tot hart.’
Hij groeide uit tot een veelzijdig mens: hij maakt muziek, zingt, componeert, is schrijver, dichter, acteur en vertolkt het werk van Johnny Cash, waarmee hij dit jaar optrad op Oerol. ‘Alles wat ik doe, is in principe een kwestie van verhalen vertellen’, zegt hij zelf. ‘Ik interesseer me voor mensen.’ Dat was een van de redenen dat hij dertig jaar geleden uit de Achterhoek vertrok. ‘Ik wil het menselijke mozaïek zien. Hoe ze praten, lopen, met elkaar omgaan. Die veelkleurigheid vind ik mooi. Een stad is voor mij een venster op de wereld.’
Maar hij komt nog vaak in de Achterhoek. ‘De Achterhoek is mijn ruggengraat. Ik heb er nog veel vrienden en als ik bij hen op het platteland ben, is dat voor mij la dolce vita. Ik kom er helemaal tot rust, krijg er de hartslag van een schildpad. Mijn favoriete plek op aarde is elk willekeurig waterkantje waar ik een libelle kan zien vliegen.’ Hij omschrijft zichzelf met een verwijzing naar zijn sterrenbeeld. ‘Ik ben een typische tweeling. Stad en platteland, loner én samenwerker.’
Wereldbol op pootjes
Hij heeft een leven vóór en na De Niemanders, door Ostermann aangeduid als ‘een heel aaibare wereldbol op pootjes’. ‘Deze mensen hebben mij veel inzichten gegeven. Dankzij hun verhalen kijk ik met andere ogen naar de wereld. En ik leer nog steeds. Dat ik alles heb in mijn leven, me weinig zorgen hoef te maken in dit land vol voorzieningen. Maar ik krijg ook muzikale invloeden mee vanuit de hele wereld. Van Eritrese drumpatronen tot het spelen van kwarttonen.’
Zijn diepste wens is dat De Niemanders altijd blijven bestaan, een begrip worden in Nederland. Dat alle Nederlanders oog krijgen voor alle Niemanders. En dat alle ‘nobodies’ mogen veranderen in ‘somebodies’.
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Frank Ruiter














