5 min

‘Improviseren is voor de profs’

Verhaal uit de regio

Frank Allard en Aschwin van Leeuwen hebben twee belangrijke dingen gemeen: ze zijn doof geboren en ze houden van theater. Om mede-doven en slechthorenden meer van theater te kunnen laten genieten, zetten ze zich in om theatervoorstellingen toegankelijker te maken.

De ouders van Frank namen hem en zijn partner Aschwin ooit mee naar de musical Cats. De show begon spectaculair, met al die dansers op het podium, de prachtige kattenkostuums en de visagie. Maar na tien minuten begon de verveling toe te slaan. ‘De decors en kleding wisselden niet, de danspassen werden steeds herhaald en we konden het verhaal absoluut niet volgen’, vertelt Frank. ‘Op een gegeven moment sukkelden we in slaap.’

Zonde, vonden de heren. En ze merkten dat veel andere theatervoorstellingen ook niet goed te begrijpen zijn voor doven en slechthorenden. Aschwin: ‘Dan zit je in de zaal zelf te bedenken waar het verhaal over gaat. Maar improviseren laten we liever over aan de professionals.’

Officiële taal

Zo kwamen de twee op het idee om theaters te vragen om voorstellingen toegankelijker te maken. Met een gebarentolk bijvoorbeeld. Of met een schrijftolk die boventiteling verzorgt, of teksten levert die doven en slechthorenden op een eigen scherm kunnen lezen.

‘Allebei heeft de voorkeur, want doven en slechthorenden communiceren niet allemaal op dezelfde manier’, legt Aschwin uit. ‘Tot 1980 was het idee dat doven moesten leren spreken en liplezen. Gebarentaal werd geweerd. Nu is Nederlandse Gebarentaal een officiële taal, net als Fries.’

Weg met de vooroordelen

‘Toen we in 2016 startten met ons project, gingen veel deuren gauw dicht’, gaat Frank verder. ‘Wij kunnen natuurlijk niet bellen. En op veel e-mails kregen we simpelweg geen antwoord. Ook merkten we dat veel theaters huiverig waren. Ze dachten dat een tolk storend zou zijn voor de acteurs en het publiek.’

‘En áls ze budget hadden en een tolk neerzetten, gingen er nog wel eens andere dingen mis. De tolk was bijvoorbeeld niet goed te zien, omdat mensen de verkeerde zitplaatsen kregen, of omdat de tolk niet juist belicht werd. Of niemand wist dát er een tolk zou komen. Dan komt het beoogde publiek natuurlijk ook niet opdagen.’

Daarom begon het duo theaters te adviseren over praktische zaken. Ook proberen ze vooroordelen weg te nemen. ‘Want acteurs vinden een tolk op het podium in de praktijk geen probleem’, vertelt Aschwin. ‘Het Nationale Theater in Den Haag heeft na afloop van een voorstelling onderzocht wat het publiek ervan vond. Vijf procent vond de tolk storend, vijf procent moest eraan wennen en negentig procent was enthousiast en vond zelfs dat tolken vaker zouden moeten worden ingezet.’

Serieuze successen

Na twee jaar pakten Frank en Aschwin het serieuzer aan. Ze richtten een stichting op: Theater met tolk. Met een coach via Rabo ClubSupport dachten ze nog eens goed na over hun doel en aanpak. Aschwin: ‘Voorheen legden we meer nadruk op de rechten van deze doelgroep. Nu werken we veel meer sámen met anderen.’

‘We zijn ook veel beter geworden in het voeren van gesprekken. Er is nu al aardig wat te kiezen: van musical tot theaterfestival, van toneel tot cabaret. Op een voorstelling van Jochem Myjer kwamen honderd doven en slechthorenden af! Maar we lezen ons succes niet af aan het aantal mensen dat komt. Dat voorstellingen toegankelijk zijn, vinden we het belangrijkste.’

Humor in gebarentaal

Op de website theatermettolk.nl presenteren Aschwin en Frank de toegankelijke voorstellingen. ‘Want per theater online zoeken naar opties is onbegonnen werk’, verduidelijkt Frank. ‘We zetten er bovendien bij wie de gebarentolk is, zodat mensen daar rekening mee kunnen houden’, vult Aschwin aan. ‘Ervaren tolken kunnen zich goed verplaatsen in een rol, bewegen makkelijker en kennen hun grenzen. Ze moeten natuurlijk niet de hoofdrol overnemen.’

‘Tegelijkertijd heeft iedere tolk een eigen mimiek en manier van vertalen. Vooral humor omzetten in gebaren is een vak apart. Daar is de één beter in dan de ander. En soms past een voorstelling ook beter bij een bepaalde tolk.’

Omdat er tussen de horende acteurs en dansers geen dove collega’s rondlopen, adviseren Aschwin en Frank naast theaters inmiddels ook theatermakers. Ze denken mee over het aantrekkelijker maken van een voorstelling voor de doelgroep. Aschwin vertelt: ‘Makers kennen onze behoeften niet, dus daar kunnen we wat in betekenen.’

Ook zelf weer genieten

‘We hebben nog een lange weg te gaan’, zegt Frank. ‘Maar ook grote, commerciële partijen zoeken contact en we zijn momenteel in gesprek met het Nederlands Film Festival.’ Aschwin: ‘We praten wat af. Dat is ook een van de redenen om een stichting op te zetten. In het begin stopten we er heel veel vrije uren in en betaalden we alle onkosten zelf. Maar dat was niet vol te houden naast onze banen. Frank werkt als analytisch laborant bij een farmaceutisch bedrijf. En ik ben chef groente bij een supermarkt en daarnaast doofblindenbegeleider.’

De stichting maakt het mogelijk dat Aschwin sommige advieswerkzaamheden betaald kan doen. De stichting huurt hem dan in. ‘Heel fijn’, aldus Frank. ‘Daardoor is de druk van de ketel. En we kunnen onze professionele blik thuislaten als we een avond naar het theater gaan. Dat betekent dat we zelf weer meer genieten.’

Een wens hebben de twee nog wel. ‘We zoeken nog mensen voor ons bestuur’, zegt Aschwin. ‘Dat mogen doven of slechthorenden zijn, maar zeker ook horenden. Graag zelfs! We proberen er met onze stichting voor te zorgen dat anderen ons niet uitsluiten. Andersom willen wij dus ook niemand uitsluiten. Geïnteresseerden kunnen ons niet bellen; een mail naar info@theatermettolk.nl is welkom.’

  • Auteur: Hanneke Verkleij
  • Fotograaf: Marloes Kemps

Meer lezen over dit onderwerp?

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens