5 min

‘Ondernemers moeten verliefd zijn op het probleem dat ze willen oplossen’

Interview

Toen hij een specifieke technologie voor zijn bedrijf zocht, kwam Ras Lalmy (59) in aanraking met YES!Delft. Gaandeweg werd hij ‘verliefd’ op wat er bij YES!Delft gebeurde. Inmiddels is Lalmy algemeen directeur van deze broedplaats voor tech-startups. ‘Er zijn zoveel mensen die de wereld beter willen maken. Het is mooi om daar dagelijks tussen te zitten.’

Van deepfake-detectie en medische technologie tot aan partijen die onderdelen maken voor quantumcomputers. Je kunt het zo gek niet bedenken of bij YES!Delft, de broedplaats voor tech-startups in Delft, Den Haag en Rotterdam, zijn ze ermee bezig. Juist die breedte en die diversiteit aan oplossingen maakt de broedplaats zo mooi, vindt algemeen directeur Ras Lalmy (59).

Lalmy, die eerder de Haagse afdeling van YES!Delft opzette, is sinds ruim een jaar algemeen-directeur van de grootste én oudste tech-incubator van Europa. ‘Tegenwoordig heeft elke universiteitsstad wel een incubator, maar toen de TU Delft er twintig jaar geleden mee begon, was het nieuw in Nederland. Silicon Valley was toen het grote voorbeeld.’

Tientallen bedrijfslogo’s

In de afgelopen twintig jaar werden veel nieuwe bedrijven geboren bij YES!Delft. Bekende voorbeelden zijn Swapfiets (deelfietsen), Ampelmann (offshore-personeelsvervoer), Somnox (slaaprobots) en QBlox (software en elektronica voor quantumcomputers).

Op de hoge muur van het grote bedrijfsverzamel­gebouw langs de A13 prijken tientallen bedrijfslogo’s. In totaal zijn er vanuit YES!Delft inmiddels meer dan 450 bedrijven gestart. Velen stierven er ook een vroege dood. ‘En dat is óók goed’, benadrukt Lalmy. ‘Erachter komen dat er geen vraag is naar jouw fantastische idee is net zo belangrijk. Dat beschouw ik ook als een succes.’

Geniaal plan

Verliefd zijn op je eigen technologie is belangrijk, weet Lalmy uit eigen ervaring. ‘Bij de meeste jonge ondernemers is dat overduidelijk aanwezig. Maar wat wij velen van hen bijbrengen, is dat ze met name verliefd moeten zijn op het probleem dat ze willen oplossen.’ Hij zelf ondervond dat ‘the hard way’. ‘Als er destijds voor mij een YES!Delft was geweest, had mij dat heel veel tijd, inzet en geld gescheeld.’

Lalmy was eerder bij verschillende start-ups betrokken en zag veel valkuilen van dichtbij. ‘Zo hebben we ooit snelladers voor de horeca ontwikkeld, zodat klanten hun telefoons snel konden opladen. We vonden het zelf een geniaal plan, maar we raakten die hippe snelladers aan de straatstenen niet kwijt. Het heeft even geduurd voordat we inzagen dat het probleem dat we wilden oplossen niet bestond.’

‘En zo zijn er nog een paar bedrijven mislukt. Er zijn er gelukkig ook genoeg gelukt, maar van je fouten leer je altijd meer dan van je successen. Als ik toen bij YES!Delft had gezeten, waren de ‘miskleunen’ sneller ter ziele gegaan.’

Snoeihard werken

Dat is wat jonge ondernemers bij YES!Delft leren. ‘Een bedrijf opstarten is snoeihard en betekent gedisciplineerd werken, maar er zijn ook een aantal logische stappen die elke start-up moet zetten en met die stappen helpen we hen.’

Dat begint met een strenge deelnemersselectie. ‘Slechts een op de tien gaat door. We kijken daarbij naar het team. Zijn de founders in staat om het idee verder te brengen? Is het team daar divers genoeg voor? Hoe relevant is het probleem dat je wilt oplossen, welke impact wil je maken? Hoe uniek is de technologie en is die schaalbaar?’

‘Je hoeft niet de hele energietransitie op te lossen, maar met een nieuwe pizza-bezorgapp hoef je hier niet aan te kloppen. De technologie moet grote impact kunnen maken.’

Probleem onder een vergrootglas

Eenmaal toegelaten tot YES!Delft wacht de start-up twee fases: de validatiefase en de acceleratiefase. Tijdens de validatiefase ligt het probleem dat de nieuwe techniek beoogt op te lossen onder een vergrootglas. ‘Wie heeft het probleem, hoe groot is het en heb je wel de juiste oplossing? Daar moet je achter zien te komen.’

Als dat lukt en de uitkomsten zijn positief, dan volgt de acceleratiefase: kapitaal aantrekken en de techniek op de markt brengen. ‘Van de ruim driehonderd starters die het acceleratieprogramma hebben gevolgd, zijn er zo’n tweehonderdvijftig nog actief. Ze zijn niet allemaal wereldspeler geworden, maar ze hebben wel allemaal een goede positie. We zijn er trots op dat zo’n tachtig procent het haalt, dat zijn hoge succescijfers in een risicovolle tak van sport.’

‘Erachterkomendatergeenvraagisnaarjouwfantastischeidee,beschouwikookalseensucces’

Veel innovatiekracht

Over de financieringsmogelijkheden is Lalmy kritisch. De eerste financieringsfase van een tech start-up lukt best aardig, maar als een techbedrijf echt serieus opschaalt, moet het voor funding vaak naar het buitenland. ‘Dat moet beter georganiseerd worden in Nederland.’ Dat gaat ook op voor de overige infrastructuur die nodig is om nieuwe succesvolle techbedrijven te ontwikkelen.

YES!Delft wordt gefinancierd door aandeelhouders en partnerships met overheden en bedrijven zoals Rabobank. Daar is Lalmy blij mee, maar dat wil niet zeggen dat het niet beter moet.

‘Iedereen zegt dat Nederland “techleader” moet zijn. En op een aantal vlakken is dat terecht. Zeker hier in Zuid-Holland met drie universiteiten en alles wat zich rondom de TU Delft en de Rotterdamse haven heeft verzameld, het Westland dat de halve wereld voedt, en het Leidse BioSciencePark.’

Trechterfunctie

‘Het is indrukwekkend hoeveel innovatiekracht en kwaliteit hier in een klein gebied bij elkaar zit’, vindt Lalmy. ‘Maar gerichte investeringen om dat te gelde te maken en techleader te worden, blijven achter. Ons omringende landen investeren veel meer en organiseren het veel beter. Dat moet in Nederland ook als je de werkgelegenheid voor de toekomst veilig wilt stellen.’

Dat geldt ook voor YES!Delft en haar partners, benadrukt Lalmy. ‘Wij kunnen en moeten in de regio nog beter samenwerken met de universiteiten, de andere onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijfsleven, investeerders en overheden. We moeten over onze eigen schaduwtjes heen springen. Die gezamenlijke kracht kunnen we nog veel beter benutten. YES!Delft en de andere incubators fungeren daarbij als trechter waar veel moois op afkomt en waar aan de andere kant nieuwe, toonaangevende technologiebedrijven uit voortkomen.’

  • Auteur: Marijn Kramp
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Najaar 2024

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van najaar 2024 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Zeewiermest

    • De toekomst van...
    • Gezondheid
    • Innovatie

    De geestelijke gezondheidszorg

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Energietransitie

    Geothermie

    • Investeren in elkaar
    • Innovatie
    • Wonen

    Dankzij optoppen minder betalen en duurzamer wonen

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Mammoetgras

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Energietransitie

    Ziekenhuizen

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Energietransitie

    Zoutwinning

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Mammoetgras

    • De toekomst van...
    • Duurzaamheid
    • Innovatie

    Montage

    • Achtergrondverhaal
    • Wonen
    • Duurzaamheid

    Een beurs voor al je bouw- en woonvragen

    • De toekomst van...
    • Innovatie

    Borstkankeroperaties

    • De toekomst van...
    • Voedseltransitie
    • Ondernemen

    Azolla

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens