

‘Ik denk dat we allemaal onze moeder wel vijf keer per dag bellen voor advies’
Oud & NieuwDe vader van Sadegül Güneş (56) werkte als gastarbeider in een fabriek in Zaanstad. In het kader van gezinshereniging kwam ook de rest van het gezin begin jaren tachtig over vanuit Turkije. Inmiddels woont Sadegül dus al veel langer hier dan daar, toch blijven zij en haar kinderen in de ogen van sommigen altijd ‘buitenstaanders’. Een gesprek over opgroeien in verschillende culturen en het belang van binden en verbinden.
Tijdens een van haar eerste fietsritjes naar school botste Sadegül Güneş (56) op een auto. Ze kwam van een brug en wist niet hoe ze moest remmen. De auto raakte beschadigd. ‘De bestuurder heeft geregeld dat de verzekering van school de schade zou dekken en niet ik’, vertelt ze. Het illustreert volgens Sadegül de mentaliteit van Nederlanders in die tijd, begin jaren tachtig. Warm. Naar elkaar omkijkend.
Die saamhorigheid kende ze ook uit haar geboorteland Turkije. ‘In het dorp van mijn ouders werkten veel mannen op het land, terwijl de vrouwen voor de kinderen zorgden.’ Sadegül was een ander lot beschoren. ‘Mijn moeder is nooit naar school geweest, maar wilde per se dat ik wel zou gaan. In het dorp kon dat niet, dus toen ik een jaar of zes was, werd ik naar mijn opa en oma in Istanbul gestuurd.’
Taylan (27), Sadegüls zoon, kijkt verbaasd: ‘Wat apart dat het in die tijd zo ging.’ Zijn zus, Selda (34) kijkt naar haar kinderen, Lara (5) en Clark (2). ‘Ik kan me niet voorstellen dat je je kind wegstuurt. Je was nog zo jong!’ Sadegül haalt haar schouders op: ‘Ik kreeg een kans die niet iedereen kreeg.’
Zaanstreek
Het gezin werd herenigd toen haar vader een paar jaar later een baan kreeg in de Bruynzeel-fabriek in Zaandam. Het gezin kwam over, maar kreeg geen verblijfsvergunning en werd teruggestuurd naar Turkije. In Istanbul maakte Sadegül haar basisschool af. Jaren later kwam de verblijfsvergunning er alsnog. Het gezin vertrok opnieuw naar de Zaanstreek, waar Sadegül nog altijd woont.
‘Ik heb me in Nederland altijd als een vis in het water gevoeld’, vertelt ze. ‘Voor mijn moeder was dat lastiger. De eerste tijd durfde ze amper naar buiten. Ze sprak de taal niet, kende de cultuur niet. Ze vereenzaamde.’ Het zorgde ervoor dat Sadegül al op negenjarige leeftijd mantelzorger werd. ‘Ik herinner me dat ik, als ik buiten speelde, vaak bezorgd naar ons huis keek, op twaalf hoog. Die bezorgdheid is nooit meer helemaal verdwenen.’
Het zorgen voor haar moeder was voor Sadegül vanzelfsprekend. ‘Dat zit ook in de cultuur.’ Selda: ‘Je hebt ons er altijd voor behoed om zo’n zorgrol aan te nemen. Wees maar lekker lang kind, zei je dan.’ Sadegül: ‘Ik vind hulp accepteren sowieso moeilijk. Ik mag niet zwak zijn van mezelf.’
Vraagbaak
Zorg aanbieden is daarentegen een ander verhaal. Sadegül is actief bij allerlei maatschappelijke initiatieven die integratie en participatie bevorderen. Ook behartigt ze belangen van Zaankanters met een migratieachtergrond en is ze lid van de ledenraad van Rabobank Zaanstreek. In de uurtjes die overblijven is ze oppas-oma en vraagbaak voor haar gezin. Selda: ‘Ik denk dat we mama allemaal wel vijf keer per dag bellen voor advies.’
Sadegül is een idealist, in haar motto ‘binden en verbinden’ gelooft ze heilig. Tegelijkertijd heeft ze ook een uitzonderlijk pragmatische kant, die bijvoorbeeld naar voren kwam toen ze zichzelf op haar eenentwintigste klaar achtte voor het huwelijk. ‘Er waren twee kandidaten. De man met wie het klikte, was een volle neef. Ik zei: ‘We doen een bloedtest, als daaruit blijkt dat we geen risico lopen op het doorgeven van ziekten, trouw ik met je.’ Zo gezegd, zo gedaan. Een week later werd het huwelijk voltrokken. Negen maanden en één dag later werd Selda geboren. Sadegul: ‘Als de uitslag van de test anders was geweest, was ik met iemand anders getrouwd. Selda: ‘Je praat daar zo rationeel over, maar dit is toch niet romantisch?’
Romantisch of niet, het huwelijk hield wel stand. Samen verwelkomden ze na Selda ook dochter Eda (28) en zoon Taylan. De kinderen werden op een ‘moderne, Nederlandse manier’ opgevoed. Sadegül: ‘We vierden Sinterklaas en Kerst, de kinderen moesten op tijd naar bed.’
Witte school
Selda werd bewust naar een ‘witte’ school gestuurd, omdat uit onderzoek bleek dat ‘zwarte’ scholen minder presteerden. De school van de jongste kinderen was meer gemengd. Taylan: ‘Ik denk dat ik daarom ook conservatievere opvattingen heb dan mijn zus. Ik heb veel Marokkaanse en Turkse vrienden, die cultuur heb ik veel meer meegekregen dan Selda.’
‘Het heeft ook met het verschil tussen jongens en meisjes te maken’, zegt Selda, maar daar zijn moeder en zoon het niet helemaal mee eens. Taylan: ‘Je omgeving maakt je tot wie je bent.’

Mede door het maatschappelijk werk van hun moeder zijn de kinderen altijd met veel verschillende culturen in aanraking gekomen. ‘Ik denk dat wij ons daardoor makkelijk aanpassen’, zegt Selda. ‘We voldoen niet aan het beeld dat sommige mensen hebben van een Turkse familie, maar qua voorkomen ook niet aan dat van een autochtoon gezin.’
Polarisatie
Is dat lastig? ‘Ik ben me er niet zo bewust van, behalve als bijvoorbeeld winkelmedewerkers ineens veel vriendelijker zijn als blijkt dat ik Nederlands spreek.’ Sinds het kabinet Schoof-I is de polarisatie toegenomen, merkt Sadegül. ‘In debatten worden migranten vaak bewust in een kwaad daglicht gesteld.’ Ze maakt zich er zorgen over. ‘Ik hou m’n hart vast dat burgers die onzin geloven. Ik, en vele anderen, blijven ons inzetten om die polarisatie te stoppen.’
- Auteur: Marlie van Zoggel
- Fotograaf: Merlijn Doomernik














