5 min

‘Over een regio raak je nooit uitgepraat, zeker niet over de Veenkoloniën’

Interview

Toen hij bij het Veenkoloniaal Museum ging werken, zou dat tijdelijk zijn. Bijna veertig jaar later zit hij er nog, en het is dat hij in 2028 met pensioen móet, want hij is nog lang niet uitgekeken en uitgepraat. In een typisch Gronings huisje in Duitsland vertelt directeur Hendrik Andries Hachmer (64) over culturele bubbels, gedwongen creativiteit, over ‘opdringouders’ en over de rijke en onbekende geschiedenis van de Veenkoloniën: het bijzondere gebied dat zich uitstrekt over het oosten van de provincies Groningen en Drenthe.

Net over de grens, in het Duitse Bunde, staat… een Pekelder veenarbeidershuisje. Wacht even, wat? Directeur Hendrik Andries Hachmer van het Veenkoloniaal Museum lacht. Een paar jaar terug kocht hij het als vakantiewoning. Je bent directeur van een historisch museum of je bent het niet.

Bedsteden

De nissen, nu lees- en werkhoek, waren ooit de bedsteden, vermoedelijk woonde hier een gezin met vier kinderen. Het voorhuis heeft een dubbele ‘krimp’: een op twee plekken inspringende gevel, zoals bij de kapiteinshuisjes in Pekela. ‘Dit was een veengebied, ontgonnen door Nederlanders, en in dit stuk waren dat toevallig Pekelders.’

Hachmer is, zegt hij, niet cultureel opgevoed: dat hij als vijfjarig riddertje in een juten zak rondhobbelde, kwam door de tv-serie Floris. Het gezin ging soms naar musea, maar het was nooit een must. Zo hoort het ook, vindt hij. ‘Ik heb er een hekel aan als ouders hun kind iets opdringen omdat het hun zélf status geeft. Als dat kind nou van hardrock houdt, láát het dan lekker. Het moet om het kind gaan, en om plezier.’

Hij moest soms wel lachen, geeft hij toe, als hij met zijn eigen gezin een museum bezocht en overijverige vrijwilligers probeerden zijn kinderen een speurtocht op te dringen. ‘Ze wílden helemaal geen speurtocht, ze wilden gewoon lekker rondkijken. Maar daar moest je die mensen echt van zien te overtuigen. Ze bedoelen het natuurlijk hartstikke goed, hè, maar je kunt dat gewoon niet afdwingen. Ik hou bijvoorbeeld niet van hardrock. Dan kun je aan me gaan trekken, maar ik ga er nooit wél van houden.’

Ivoren toren

De culturele bubbel, zegt hij, is best een ivoren toren. ‘Neem teksten in musea, die zijn vaak veel te elitair. De schrijvers hebben een bepaalde kennis, maar ze staan er niet bij stil dat niet iederéén weet wat piëtisme is. Cultuur hééft al de naam elitair en ontoegankelijk te zijn, maar zo bevestig je dat en houd je het in stand. Zelf heb ik altijd een leescommissie om de teksten te screenen op jargon.’

Zijn museum daagde wel eens schoolkinderen uit om een eigen museum te maken met spulletjes van opa of oma. ‘Daar schreven we samen met de kinderen tekstbordjes bij. Of ze neusden rond op boerenland na het ploegen. Wat ze vonden – pijpenkopjes, blikjes, plastic – namen ze mee naar school en aan de hand daarvan maakten ze een tijdlijn. Hartstikke leuk. Maar ja, daar is nu eigenlijk geen tijd en geld meer voor.’

Ai, heikel punt. De fondsen, zegt Hachmer, leggen de focus op grote projecten, waardoor kleinschalige musea en projecten achter het net vissen. Tegelijkertijd: klein zijn maakt ook creatief. ‘Toen ik zei dat ik voor vijfduizend euro een expositie in Letland kon opzetten, werd ik uitgelachen. Maar ik vroeg een rederij die op Riga vaart een paar kisten met voorwerpen mee te nemen. Er gingen twee vrijwilligers mee, die hadden de week van hun leven. Iedereen blij. Als ik een professionele organisatie had ingeschakeld, had me dat dertigduizend euro gekost voor alleen al het transport.’

‘Ikhebereenhekelaanalsoudershunkindietsopdringen,omdathethunzélfstatusgeeft.Hetmoetomhetkindgaan,enomplezier’

Afrikaans textiel

Hoe wordt een niet heel cultureel opgevoede jongen museumdirecteur? ‘Door toeval. Eigenlijk ben ik leraar aardrijkskunde en geschiedenis, maar toen ik in 1986 klaar was met mijn studie was er helemaal geen werk. Ik deed links en rechts wat invalwerk, en toen kwam er een functie bij het Openluchtmuseum in Arnhem. Leek me leuk, ik solliciteerde, zou aangenomen worden, maar… het museum werd geprivatiseerd en het feest ging niet door. Toen ik in die tijd een keer door Groningen liep, kwam ik mijn vroegere docent tegen, die vertelde dat het Veenkoloniaal Museum ging verhuizen. Was het niets voor mij om mee te helpen en een educatieplan op te stellen?’ Het was een tijdelijke baan, grinnikt hij, al is tijdelijk een ruim begrip. Verschillende functies binnen het museum volgden, tot, in 2015, de directeurspost kwam.

Na al die jaren komt het einde dan toch in zicht: in 2028 moet hij met pensioen. Is het nooit gaan vervelen? Welnee, zegt Hachmer, over een regio raak je niet uitgepraat, zeker niet over de Veenkoloniën. Alle tentoonstellingen in het museum hebben een band met die regio, hoe opgerekt die band soms ook is.

Zo had het museum eens een expositie over Afrikaans textiel – een dame uit de buurt had een tijd in Afrika gewoond en doneerde stoffen. ‘Die kleding zit vol symboliek, dat hebben we toen allemaal laten zien, met een modeshow en een Afrikaanse markt. Hartstikke leuk. Ook wil ik iets doen met de Turkse gemeenschap in Veendam: foto’s van de plek waar ze vandaan komen en van de plek waar ze nu wonen. Ik ben nu in gesprek met de middelbare school Winkler Prins over samenwerking, want ik wil er vooral jongeren bij betrekken.’

Negatieve connotatie

Het is een bijzonder gebied, zegt Hachmer, en toch denkt hij weleens dat het museum van naam zou moeten veranderen – naar ‘Museum van Veendam’ of iets dergelijks. Want zowel ‘veen’ als ‘kolonie’ heeft een negatieve connotatie: van armoede, overheersing en wingewesten. ‘Terwijl een kolonie niets anders is dan een nieuw gebied. Dit gebied was ooit heel belangrijk. Wist je dat de Londense reder Lloyd zijn eerste hoofdkantoor op het Europese vasteland in Veendam vestigde?’

Als je het over zeevaart hebt, zegt hij, denken mensen altijd aan de VOC. ‘Maar toen de handel op de Baltische Staten, Rusland en Scandinavië wegviel, waren het de Friezen en de Groningers die in dat gat sprongen. De Oostzeevaart kwam voor tachtig procent uit Noord-Nederland. Amsterdam en Rotterdam speelden daarin nauwelijks een rol.’

Maar waarom weten we dit niet? ‘Deels door Randstedelijke desinteresse. Deels ook door hoe wij les hebben gehad. We leerden op school over Napoleon en over de VOC, maar amper over onze eigen regio. Landelijke geschiedenis is Randstadgeschiedenis.’

  • Auteur: Karin Sitalsing
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Najaar 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van najaar 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • Interview
    • Kunst en Cultuur
    • Grote Steden

    ‘Geschiedenis maak je met elkaar’

    • Oud & Nieuw
    • Familiebedrijven
    • Jong & Impact

    Naar hartelust selfies maken tussen de tulpen

    • Interview
    • Diversiteit en Inclusie
    • Kunst en Cultuur

    ‘Ik zoek altijd contacten van hart tot hart’

    • Kunstcollectie
    • Kunst en Cultuur

    Eigen schuld?

    • Oud & Nieuw
    • Kunst en Cultuur

    Van caféfeest naar festival

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • Rabo BuurtSupport
    • Kunst en Cultuur
    • Rabo BuurtSupport

    ‘Popmuziek is óók cultuur’

    • De vrijwilliger
    • Buurtgevoel
    • Kunst en Cultuur

    Dwingeloo in de ban van The Passion

    • Interview
    • Kunst en Cultuur
    • Ondernemen

    ‘Het aanbod voor toeristen kan nóg beter’

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens