

‘Mijn kookstijl noem ik hutspot met een rendang’
InterviewEten is voor Sharon de Miranda nooit alleen eten geweest. Naast haar werk als (tv-)kok houdt ze zich voor de provincie Flevoland bezig met het lokale voedselsysteem, waarvoor ze boeren, chefs en beleid bij elkaar brengt. Ze woonde lange tijd op Curaçao, waar haar smaak en blik werden gevormd. ‘Ik kon me altijd makkelijk aanpassen. Dat is iets wat ik nog steeds meeneem in alles wat ik doe.’
Sharon de Miranda (40) was een marinekind. Haar vader overleed toen ze nog geen vijf jaar was. Later kreeg haar moeder een nieuwe relatie, opnieuw met iemand van de marine. Dat betekende verhuizen, steeds weer opnieuw beginnen. ‘Ik heb op meerdere basisscholen gezeten en leerde snel schakelen’, vertelt ze. ‘Contact maken ging me makkelijk af. Relaties onderhouden vond ik ingewikkelder. Ergens dacht ik altijd: Ik ga toch weer weg. Ik heb dat nog steeds wel, ook professioneel. Ik maak verbinding, maar als een project klaar is, ga ik gewoon weer verder. Echt diep verankeren blijft lastig.’
De marine bracht De Miranda en haar zus, en later haar halfbroer (‘voor mij is hij gewoon mijn broertje’), twee keer naar Curaçao: ze woonde er van haar tweede tot haar vijfde en later van haar elfde tot bijna zestiende. Van die eerste jaren op het eiland weet ze niet veel meer. Die tienerjaren staan haar nog wel helder voor de geest. ‘Ik gun het eigenlijk iedere puber, maar ook iedere ouder: een puberteit op zo’n eiland waar iedereen elkaar kent. Er is sociale controle, je wordt veel gehaald en gebracht. Mijn zus en ik waren heftige pubers, en als ouder heb je daar gewoon iets meer grip. Het was een prachtige tijd. Ik kreeg mijn eerste kus onder de sterrenhemel op het strand. Onvergetelijk.’
Allemaal invloeden
Die jaren op Curaçao vormden ook haar smaak. De keuken was Caribisch, met een sterke Zuid-Amerikaanse invloed. Pasteitjes, aardappelsalades, kruiden. Dat was haar vertrekpunt. Toen ze daarna in Amsterdam aan de koksopleiding begon, merkte ze hoe anders dat was dan wat haar klasgenoten meebrachten. ‘Ik weet nog dat er in de klas werd gevraagd wat truffels zijn. Ik stak mijn hand op en dacht oprecht aan chocolaatjes. Ik wist niet dat het ook een paddenstoel was. Dat zegt alles over waar ik vandaan kwam en waar ik ineens terechtkwam.’
Thuis werd nooit klassiek Nederlands gegeten. Haar vader had Surinaamse roots, oma van moederskant was half Indonesisch. ‘Mijn moeder kookte veel Surinaams, vooral om gevoelsmatig mijn vader dichtbij te houden.’ Gerechten als stamppot kwamen nauwelijks op tafel, terwijl De Miranda daar als kind juist nieuwsgierig naar was. ‘Ik wilde zó graag hutspot. Ik ging bij een vriendinnetje spelen en vroeg of ik dat mocht eten. Ik zag dat ze alles in één pan deden, zelfs de speklap, en er zat bijna geen zout in. Ik vond het echt het smerigste wat ik ooit had gegeten. Maar jaren later at ik hutspot bij confit de canard in een restaurant en toen snapte ik het. Zó lekker.’
Al die invloeden komen samen in haar kookstijl. Ze noemt die zelf ‘hutspot met een rendang’. ‘Mijn basis is Caribisch en Zuid-Amerikaans en er zit Indisch in. Daarna ben ik klassiek Frans opgeleid.’ Die brede blik nam De Miranda mee naar Flevoland, toen ze voor de provincie het Restaurant voor de Toekomst opzette, een onderzoeksproject dat zich richtte op duurzaam, lokaal, betaalbaar en gezond eten. Toen ze met het project begon, dacht ze dat ze het lokale aanbod kende, maar dat was een misvatting. ‘Ik was echt flabbergasted. Madame Jeanette pepers, quinoa, saffraan, zoete aardappel: het wordt hier allemaal geteeld. Ik werd helemaal hyper. Als ík dit al niet wist, dan was het logisch dat dit onbekend was voor heel veel anderen.’

Tropische twist
Volgens De Miranda ontbreekt het in Nederland aan trots op de eigen eetcultuur. ‘We kennen allemaal de Italiaanse keuken, de Surinaamse keuken, de Thaise keuken. Maar als we het hebben over de Nederlandse keuken komen we een beetje lacherig aan met haring en bitterballen. Terwijl het zoveel verder gaat dan dat. Wat hier wordt geproduceerd, zegt iets over wie we zijn geworden. Onze eetcultuur is veranderd, maar we durven dat nauwelijks uit te dragen.’
Lang niet iedereen weet dat ze naast haar werk op televisie in dienst is van de provincie Flevoland. Het Restaurant voor de Toekomst stopte, maar De Miranda’s missie om mensen zo veel mogelijk lokaal te laten eten en te laten proeven wat Flevoland te bieden heeft, zeker niet. Zo zijn er ‘chef’s challenges’, waarbij koks zo lokaal mogelijk moeten koken, streekdiners bij boeren en programma’s waarin lokale producten centraal staan. In Flevoland fungeert ze naar eigen zeggen vaak als brug. ‘Ik ben soms net wat toegankelijker voor bijvoorbeeld boeren om mee te praten dan andere mensen van de provincie. Ik denk dat ik inmiddels wel echt een verbinder ben.’
Vaak genoeg wordt er niet gepraat, maar gedáán. Zo stond De Miranda bijvoorbeeld een hele dag te koken in het stadhuis van Almere. ‘Daar werken zo’n tweeduizend mensen en in de kantine kon je eigenlijk helemaal geen lokaal voedsel krijgen. Ik maakte een zoete-aardappelsoep met een tropische twist en een quinoa-salade, volledig plantaardig. Ik wilde laten zien: dit kan hier en groeit hier en is nog superlekker ook.’
Droom
Haar agenda is vol. Het komt regelmatig voor dat De Miranda zeven dagen per week werkt. Gelukkig is er thuis een man die veel opvangt. ‘Hij zorgt ontzettend goed voor onze twee opgroeiende kinderen. En ik blijf dit doen omdat ik zie wat het oplevert. Mensen zeggen: “Dank je wel, je hebt me leren koken”. Ik wil mensen laten zien hoe je lekker, gezond en duurzaam kunt eten. Ik vind dat iedereen elke dag een gezonde maaltijd moet kunnen krijgen, dat is echt mijn droom. Daarom ben ik ook een voorstander van schoolmaaltijden.’
Er is nog een andere droom. De wereld rond, om voor televisie te koken en van mensen ter plekke traditioneel te leren koken. Dat deed ze één keer, in Suriname. ‘Je verstaat elkaar niet, maar er ontstaat verbinding. Wéér die verbinding. Tja, dat is wat eten doet.’
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Frank Ruiter














