

Imker Gerard maakt honing bijzonder
Achtergrondverhaal‘Geld verdienen met honing? Dat lukt je nooit!’ Voor de bevlogen ondernemer Gerard van de Braak waren dat precies de woorden die hij nodig had om het tegendeel te bewijzen. Inmiddels is hij de enige beroepsimker in Nederland die op grote schaal honing maakt.
Zodra de dagen warmer worden, kruipen de eerste voorjaarsbloemen weer uit hun bol. Al die krokussen en blauwe druifjes lokken bijen en hommels. Ze vliegen van bloem naar bloem om nectar te verzamelen. Met het stuifmeel dat aan hun pootjes en vacht blijft kleven, bestuiven ze andere bloemen. Door deze kleine, harde werkers liggen er op jouw fruitschaal onder andere kersen, peren en appels. En zelfs prei eten we dankzij de bij.
Een belangrijk beestje dus. Dat weet beroepsimker Gerard van de Braak als geen ander. In 2008 begon hij in Kootwijkerbroek De Valksche Bijenhof. ‘Daarvoor had ik een bedrijf dat tuinen ontwerpt en aanlegt. Toen ik tijdens een klus in gesprek raakte met iemand die honingbijen hield, ging er een wereld voor me open. Ik vond het fascinerend hoe harmonieus deze beestjes samenleven. Al snel kocht ik mijn eerste bijenvolk en droomde ik van een eigen imkerij.’
Een zoet belegde boterham
Zijn droom stuitte vooral op waarschuwingen uit zijn omgeving. Dat hij nooit een boterham kon verdienen met honing, bijvoorbeeld. Toch zette Gerard door. ‘Ik snap het wel: er zijn nauwelijks beroepsimkers in Nederland. De meeste imkers houden een aantal bijenvolken als hobby en verkopen hun honing voor een zacht prijsje. Als bijverdienste. Maar ik vind dat je altijd je dromen achterna moet gaan. Dankzij een goed verdienmodel kan ik hiervan leven én mijn vijf werknemers betalen. Via onze webshop honingonline.nl bedienen we inmiddels meer dan 50.000 vaste klanten. Schatrijk zal ik nooit worden, maar dat is ook niet mijn doel. Ik wil iets doen met mijn passie voor natuur en bijen.’
Duizenden kilo’s honing
Inmiddels wonen er op De Valksche Bijenhof honderden bijenkolonies: zo’n 500 in de winter en 800 in de zomer. ‘Een kolonie bestaat uit een koningin, duizenden vrouwelijke werksters en enkele honderden darren, de mannetjes. De koningin legt de eitjes, darren zorgen voor bevruchting en de werksters doen de rest. Ze verzorgen de larven, bouwen de honingraat, verzamelen nectar en maken honing. Een bijenvolk produceert jaarlijks tussen de zestig en honderd kilo honing. Zelf hebben ze maar tien kilo nodig om van te leven. De rest oogsten we zorgvuldig en met respect voor de bij. Per jaar gaat dat om duizenden kilo’s honing.’
Pure ambacht
Waarom de honing van Gerard zo uniek is? ‘Alles doen we zelf. We plaatsen de bijen op een ideale locatie, we oogsten en slingeren de honing met de hand en we vullen de potten. Die verkopen we in de winkel of webshop. Omdat we alles in eigen beheer doen en zoveel kolonies hebben, kunnen we garanderen dat onze honing onbewerkt, puur en koud geslingerd is. Wij zijn de enige aanbieder in Nederland die dat op deze schaal doet. Andere grote partijen kopen honing in van meerdere imkers en mengen die tot één eindproduct. Maar omdat iedere imker anders werkt, is het lastiger om zo het productieproces en de kwaliteit te controleren.’
De verkoop van honing is de grootste inkomstenbron voor Gerard. In zijn winkel en webshop vind je vijftig soorten, van lindehoning tot Biesboschhoning. ‘Een bij vliegt in zijn korte leven bijna altijd op dezelfde bloem. Bijvoorbeeld op heide of frambozenstruiken. Als je zeker weet dat de honing voor een bepaald percentage uit die nectar bestaat, mag je het zo noemen.’
‘Onze bijenvolken vind je overal in Nederland. Maar de Veluwse heide, de Biesbosch en de Betuwe zijn voor ons de belangrijkste gebieden. De honing die daarvandaan komt, noemen we naar het gebied. We weten namelijk niet precies bij welke bloemen ze allemaal zijn geweest. Van buitenlandse imkers importeren we onder andere eucalyptushoning en lavendelhoning.’
Pijnlijke steek van natuurorganisaties
Daarnaast brengen ook bestuiving en educatie geld in het laatje. ‘In het voorjaar plaatsen we onze bijen in de boomgaarden van fruit- en zaadtelers. Daar zorgen ze voor de bestuiving van onder andere appels en rode bessen.’
Ook komen regelmatig groepen langs voor een excursie. ‘Voorlichting is belangrijk, want er zijn steeds minder bijen. Vooral met de solitaire bij gaat het slecht door de afnemende biodiversiteit en nestgelegenheid. Honingbijen leven in kolonies en worden door imkers gehouden. Met die soort gaat het nog goed. Voorlopig, tenminste. Invasieve exoten, zoals de Aziatische hoornaar, vormen een gevaar.’
Ook natuurorganisaties zijn een bedreiging. ‘Die willen dat imkers geen honingbijen meer plaatsen in natuurgebieden, omdat die de nectar van solitaire bijen zouden wegkapen. Terwijl uit diverse studies blijkt dat als de biodiversiteit goed is, alle bijen genoeg te eten zouden moeten hebben. Toch houd ik er rekening mee dat Nederlandse honing in de toekomst schaarser wordt, en dat ik vaker honing moet importeren.’ Ondertussen borrelen er ook andere plannen. ‘Ik wil hier op het erf een vakantiepark bouwen. Met huisjes in de vorm van een bijenkorf.’
Maar eerst kijkt Gerard uit naar een nieuw, bloeiend honingseizoen. ‘In juni slingeren we vaak de eerste honing van het jaar. Daar gaan weken van goed plannen en hard werken aan vooraf. En die heerlijke honing is dan echt een beloning.’
- Auteur: Liesbeth Meenink
- Fotograaf: Nander de Wijk















