

‘Wij geven de smaak aan de kaas’
Oud & NieuwVan een klein pakhuis in Groot-Ammers tot een hightech bedrijfspand met miljoenen kilo’s kaas: kaashandel Bouter & Dochters groeide in ruim een eeuw uit tot een van de grootste oplegbedrijven van Nederland. Wat begon als handel in boerenkaas, veranderde in opslag en veredeling. Inmiddels hebben Marijke en Laura Bouter het stokje overgenomen van hun vader Rens. Samen blikken ze terug en vooruit.
Waar je ook kijkt, in de enorme hal van Kaashandel Bouter & Dochters in Groot-Ammers staan tot aan het plafond stellingen met kazen. Met behulp van een indrukwekkend machinepark worden ze gestapeld, gekeerd en gecoat. ‘Een totaal ander beeld dan ruim een eeuw geleden’, zegt Rens Bouter (73), kleinzoon van Lourens Bouter, de oprichter van het familiebedrijf.
‘In de Alblasserwaard werd veel kaas gemaakt’, vertelt hij. ‘In 1923 begon mijn grootvader met het opkopen van kaas bij boeren en die ging hij verkopen op de lokale markt, wekelijks een kleine vrachtwagen vol. Dat was het begin van Kaashandel Bouter.’
Hal voor hal
Rens’ vader Herman breidde het bedrijf uit en verlegde de focus van handel naar opleg en veredeling: opslag en rijping. ‘Kaasmakers hadden daar geen ruimte voor’, zegt Rens. ‘Mijn vader sprong in dat gat. Sindsdien geven wij dus de smaak aan de kaas.’ In 1978 verhuisde het bedrijf naar de huidige locatie. ‘Inmiddels hebben we twee panden met een totale oplegcapaciteit van zo’n zestien miljoen kilo. Bijna een kilo kaas per hoofd van de bevolking.’
Als kleine jongen liep Rens al regelmatig het pakhuis binnen. Toen hij op zijn vijftiende van school kwam en niet verder wilde leren, ging hij aan de slag in het familiebedrijf. ‘Ik reed op de vrachtwagen, nam de telefoon op, sjouwde met kazen en groeide langzaam door.’ Samen met zijn broer automatiseerde Rens het bedrijf. ‘Dat was nodig om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. Het ging stap voor stap, hal voor hal.’
Emmertje en spons
Met de automatisering ging de boerenkaas eruit. ‘Als je met machines werkt, moet je eenheid van product hebben’, vertelt Rens’ oudste dochter Marijke (45). ‘Dat is bij boerenkaas lastig; daarvoor is handwerk nodig.’
Rens denkt er met weemoed aan terug. ‘Vroeger ging je voor het keren en coaten alle planken af met een emmertje en een spons’, vertelt hij. ‘En als de kazen gerijpt waren, gingen we bij de afnemers langs. We maakten overal een praatje.’
‘Met vaste procedures en grote aantallen wordt het onpersoonlijker’, zegt Marijke. ‘Maar relaties zijn nog steeds belangrijk. We hebben nauw contact met personeel en klanten.’ Rens’ jongste dochter Laura (41) vervolgt: ‘De maatschappij is veranderd, maar de mensen met wie we graag zakendoen niet. We kiezen partners uit de buurt en nemen niet alleen beslissingen op basis van prijs.’
Werkmentaliteit
Net als haar vader liep ze als kind vaak even binnen, met de hond en op rolschaatsen. Al jong vond ze er ook vakantiewerk. Beide dochters volgden een economische studie en toen in 2009 hun oom met pensioen ging, besloten ze hun vader te gaan helpen. ‘Een aantal jaar later werd het melkquotum losgelaten’, zegt Laura. ‘Er kwam zoveel meer kaas de markt op en dus groeide de vraag naar opleg ook.’
‘We zijn toen echt gaan stampen’, lacht Rens. ‘We werden een van de grootste onafhankelijke oplegbedrijven van Nederland.’ In die tijd werd regelmatig overgewerkt. Doordat er nu 24/7 en met ploegendiensten wordt gewerkt, is daar geen sprake meer van. Mensen zijn er ook niet meer toe bereid, denkt Marijke. ‘De werkmentaliteit is veranderd en er is meer aandacht gekomen voor de werk-privébalans.’ Ook voor Marijke en Laura zelf. ‘Onze vader deed alles zelf. Daarvoor is het bedrijf inmiddels veel te groot geworden.’

Risico’s nemen
In 2023 ging Rens met pensioen en sindsdien staan zijn dochters aan het roer. Rens is nog wel elke dag aanwezig. ‘Ik heb hier 55 jaar gewerkt, dat laat je niet zomaar los’, verklaart hij. ‘Maar ik kijk mijn dochters niet op de vingers, hoor.’ ‘Steeds minder’, lacht Laura. En dan serieus: ‘Hier blijven komen maakt het loslaten niet makkelijker.’ ‘Ze doen het heel goed’, verandert Rens snel van onderwerp. ‘Maar ze zijn door alle protocollen soms met hele andere dingen bezig dan met kaas.’
Marijke beaamt dat. ‘Er zijn zoveel regels bij gekomen op het gebied van bijvoorbeeld kwaliteit, arbeidsrecht, duurzaamheid en cyberbeveiliging; soms komen we aan ondernemen nauwelijks toe.’ En ondernemen is wel essentieel voor het voortbestaan van het bedrijf, zeggen ze alle drie. ‘Daarin is Rens ons voorbeeld’, zegt Laura. ‘Hij liet zien: als je vooruit wilt, moet je risico’s durven nemen.’ ‘En soms beslissen om iets juist niet te doen’, vult Marijke aan.
Opvolging
Marijke heeft twee zoons van vijftien en achttien, Laura twee dochters van zes en tien. Of zij later ook het bedrijf in willen, weten de zussen nog niet. ‘Het is wel een mooi idee’, zegt Marijke. ‘Hoewel iedereen vlakbij woont, is de binding met het bedrijf toch minder vanzelfsprekend’, denkt Rens. ‘Door de strikte regels wandel je niet meer zomaar even binnen.’ ‘Ach’, besluit Laura. ‘Ze zijn gewoon nog te jong. Opvolging is voorlopig echt niet aan de orde. Wij zijn nu eerst aan zet.’
- Auteur: Deirdre Enthoven
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















