

‘Straks rijden hier geen trekkers meer, maar kinderfietsjes’
Oud & NieuwEen boerderijwoning bouwen voor 13.000 gulden, in 1933 kon het nog. Maar daarvoor moest Job van Veldhuisen wel zelf alle grond met paard en wagen van de wei naar de woning rijden. Begin jaren vijftig trok zijn zoon Cees in het huis in Lunteren, en in 1987 was het de beurt aan kleinzoon Bert (inmiddels 71). Maar een vierde generatie zal er nooit wonen: het huis wordt verkocht, op het land komt een woonerf. Spijt is er niet. ‘We zijn hier naartoe gegroeid.’
‘Precies hier ben ik geboren, in de woonkamer.’ Bert van Veldhuisen (71) wijst naar de plek waar zijn wieg stond; ook zijn broers en zus kwamen er ter wereld. Zijn vrouw Coby (68) beviel liever in de slaapkamer van zoons Cees, Gert en Jan.
Zij zijn de laatste Van Veldhuisens die de Edeseweg 38 in Lunteren hun geboortegrond zullen noemen, want het huis wordt verkocht. Bert is gestopt met boeren. De kippen en koeien zijn verkocht, de schuren gesloopt, op het boerenland komen woningen. Sentimenteel wordt de familie er niet van. ‘Nee hoor, wij hebben het hier goed gehad. Maar niemand wilde de boerderij overnemen, dan is dit een mooi alternatief’, vindt Coby.
Gert (42) knikt bevestigend: ‘Wij hielpen vroeger wel met melken en eieren rapen, maar echt van harte ging het niet. Als boer werk je dag en nacht, dat hou je alleen vol als je het heel graag doet. Ik ben gelukkiger met mijn installatiebedrijf. Dat is ook geen 9-tot-5-baan, maar ik heb wel meer vrije tijd dan mijn ouders vroeger.’
Woonerf
Bert runde de boerderij jarenlang samen met zijn broer: Jaap deed de kippen, Bert de koeien. ‘Ook de kinderen van Jaap wilden geen boer worden. Verkopen was eveneens lastig, want ons bedrijf ligt tegen het dorp aan, dus uitbreiden kon niet meer’, verklaart Bert. ‘Toen kwam de schoonzoon van Jaap met een alternatief: een woonerf.’

De gemeente Ede stond wel open voor dat idee, daarop werd het plan voor de Veldhuiserhof uitgewerkt. De inrichting is geïnspireerd op een boerenerf: veertien schuurwoningen staan rondom een gezamenlijk hoofdgebouw.
‘Inwoners uit Lunteren krijgen voorrang bij de koop, dat vonden wij belangrijk’, vertelt Coby. ‘Ook wilden we bouwen voor jong en oud. Om starters een kans te geven, blijft de grond van de starterswoningen eerst nog van ons. Pas als de bewoners verkopen, betalen ze ons voor de grond.’
Samenleven met familie
Zelf betrekt het echtpaar straks ook een nieuwe woning op het erf, net als broer Jaap en zijn vrouw. ‘De boerderij was natuurlijk al ingericht door mijn schoonouders, ik vind het leuk om nu mijn eigen smaak te kunnen kiezen. Wat moderner’, zegt Coby. Haar zoons verhuizen niet terug naar hun geboortegrond.
‘Enkele jaren geleden heb ik het even overwogen, omdat ik uitbreiding zocht voor mijn bedrijf’, vertelt Gert. ‘Maar achteraf ben ik blij dat het niet is doorgegaan. Wonen op familiegrond kan ook ingewikkeld zijn, want je moet het met iedereen eens zien te blijven. Nu heb ik met niemand iets te maken.’ Bert valt zijn zoon bij: ‘Met Jaap en mij ging het altijd goed, maar ik heb het Gert afgeraden. Je moet elkaars schoorsteen niet kunnen zien, zeg ik altijd.’
Toch ziet Coby ook de voordelen van het samenleven met familie. ‘Berts ouders hebben 28 jaar naast ons gewoond, ze zagen de kleinkinderen veel. Mijn schoonvader hielp nog jarenlang mee op de boerderij, daar hebben wij veel profijt van gehad. De zorg voor mijn dementerende schoonmoeder was wel intensief, maar spijt heb ik niet. Ze hebben hier een gouden oude dag gehad.’
Veel animo
Na drie generaties boeren is het nu tijd voor een nieuw hoofdstuk. Bert zal er geen traan om laten, ook de verkoop van zijn koeien onderging hij nuchter. ‘Als boer weet je dat je na een jaar of vijf afscheid van ze neemt. Nu kwam dat vertrek alleen iets eerder.’ Wat hem betreft mag de woningbouw vandaag nog beginnen. ‘Het duurt me veel te lang, we zijn hier al zes jaar mee bezig. Ik wil vooruit.’
Ook zijn dorpsgenoten kan het niet snel genoeg gaan, er is veel animo voor het plan. De buurt is eveneens positief. ‘In plaats van trekkers en melkmachines horen zij straks vooral spelende kinderen op het erf’, voorspelt Gert.
Zonnepanelen
Ook qua duurzaamheid breken er nieuwe tijden aan: alle woningen krijgen zonnepanelen en er komt een buurtbatterij voor energieopslag. ‘De boerderij verbruikte veel stroom, maar een investering in zonnepanelen durfden wij niet meer aan’, vertelt Bert. ‘Voor het woonerf is het wel een slimme keuze.’
Toch adviseert installateur Gert zijn klanten meestal nog even te wachten met de aanschaf van een batterij: ‘De prijzen dalen snel, een beetje geduld kan een hoop opleveren.’ Het boerenleven mocht dan niet aan hem zijn besteed, met zijn boerenverstand is duidelijk niets mis.
Buurtbatterij en energietransitie
Rabobank ondersteunt een onderzoek naar het effect van de buurtbatterij op de Veldhuiserhof. De bank ziet lokale energieopslag als een belangrijk onderdeel van de energietransitie.
- Auteur: Laura van der Burgt
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















