

‘Geschiedenis maak je met elkaar’
InterviewHaar fascinatie voor kunst, historie en architectuur bracht Elise van Melis (61) naar Haarlemmermeer. Inmiddels is ze al 25 jaar directeur van het Cruquius Museum dat, na een grote verbouwing, meer dan ooit de plek wil zijn waar de geschiedenis van de regio tot leven komt. ‘Het is niet zo dat ik hiernaartoe kwam en dacht: ik zet dit museum wel even neer. Helemaal niet zelfs. Het is met mij meegegroeid.’
Museumdirecteur Elise van Melis (61) kreeg weleens meewarige blikken als ze het weer over ‘de nieuwbouw’ had. Ook niet zo gek, zegt ze zelf. De bouw van het nieuwe paviljoen duurde namelijk veertien jaar. Maar de aanhouder wint en in 2025 was het moment dan toch daar. Met een feestelijke opening werd Stichting Haarlemmermeermuseum De Cruquius – zoals het museum sinds de fusie tussen het Museum Cruquius en het Historisch Museum Haarlemmermeer in 2014 officieel heet – geopend.
De verschillende expositieruimtes werpen een blik op de geschiedenis van Haarlemmermeer, van de landbouw tot Schiphol. Het paviljoen ligt pal naast het stoomgemaal Cruquius, de grootste stoommachine ter wereld, die tussen 1849 en 1852 werd gebruikt om het Haarlemmermeer droog te pompen.
‘Ik wist van tevoren dat dit nieuwbouwproject iets van de lange adem zou worden’, zegt Van Melis als ze plaatsneemt in haar kantoor. ‘We zijn een culturele instelling, geen commercieel bedrijf. Elk stapje moet je kunnen verantwoorden.’ Als museumdirecteur had ze de leiding over het project. ‘Mijn functie veranderde enorm. Je moet over elk bouwdetail een mening vormen. En intussen ging ook het normale werk gewoon door. We zijn tijdens de bouw altijd open gebleven.’
Geschiedenisles
Van Melis had, toen ze begon in het museum, niet zo gek veel met de regio. Ze groeide op in Brabant, studeerde kunstgeschiedenis in Leiden en woonde jaren in Amsterdam, voor ze bij het museum aan de slag ging. Waarom ze er dan toch graag wilde werken? ‘Het is een plek waar mijn liefde voor kunst, architectuur en geschiedenis samenkomt. Neem alleen al het gemaal, gebouwd in neogotische stijl. Dat is iets wat je zelden tegenkomt in Nederland’, zegt Van Melis. ‘Het is fantastisch om te zien en tegelijkertijd vertelt het een belangrijk, historisch verhaal. Zonder dat gemaal had Haarlemmermeer er namelijk heel anders uitgezien.’
De museumdirecteur begint enthousiast aan een kort lesje geschiedenis en neemt ons mee naar de negentiende eeuw, toen koning Willem I de opdracht gaf om het Haarlemmermeer droog te pompen. ‘Hij was net België kwijtgeraakt, dus had een succesje nodig’, legt Van Melis uit. Het meer vormde op dat moment een grote bedreiging voor steden als Leiden en Amsterdam, omdat de bodem door turfwinning steeds meer verzakte.
Pleidooi voor lef
Het droogpompen lukte met behulp van drie stoomgemalen, waaronder de Cruquius. En dat verhaal levert volgens Van Melis twee belangrijke inzichten op. Ten eerste is het droogpompen van het Haarlemmermeer volgens haar een pleidooi voor lef. ‘Als volk hebben we vaak de neiging om te denken dat iemand anders de problemen wel voor ons oplost. Dat zie je ook in de uitdagingen waar we als samenleving nu voor staan, met het klimaat bijvoorbeeld. Als we niks doen, is het over dertig jaar misschien te laat. Maar ambitieuze plannen komen moeilijk van de grond, tenzij er direct veel geld mee te verdienen is.’
De inpoldering bewijst volgens haar dat lef kan lonen. ‘Toen de inpoldering van het Haarlemmermeer begon, wist niemand of het ging lukken. Maar dat heeft de bestuurders van toen niet tegengehouden om het te proberen. Ze maakten er tien miljoen gulden voor vrij, wat neerkwam op tien procent van de rijksbegroting. Dat is gigantisch.’
Koorddansen
Daarnaast laat de inpoldering van het Haarlemmermeer volgens Van Melis zien dat we bij de uitdagingen van nu veel van de geschiedenis kunnen leren. ‘Neem de energietransitie. De overstap van fossiel naar duurzame bronnen voelt als een gigantisch, complex project – en dat is het ook. Maar kijk naar de geschiedenis en je ziet al snel dat we het vaker hebben gedaan. Turf maakte plaats voor kolen. Van kolen zijn we overgestapt op olie. Die transities voelden op dat moment ook onmogelijk en zijn toch van de grond gekomen.’
Het zijn dit soort gedachten die ze bij bezoekers hoopt aan te wakkeren als ze door de expositieruimten dwalen. ‘Geschiedenis maak je met mensen. Met elkaar. Al ben je als museum altijd aan het koorddansen’, zegt Van Melis. ‘Enerzijds wil je mensen bewust maken van de uitdagingen uit het verleden, maar anderzijds moet dat geen afbreuk doen aan de problemen van mensen nu. Laten zien dat woningnood en de kloof tussen arm en rijk iets van alle tijden is, maakt het niet minder vervelend als jij deze maand je rekening niet kunt betalen. Maar een museumbezoek kan wel context bieden. Een ander licht werpen op oorzaken en mogelijke oplossingen.’

Tochtige toestanden
Dit jaar viert Van Melis haar 25-jarig jubileum bij het Cruquius Museum. Een periode waarin zowel de fusie als de verhuizing naar het nieuwe paviljoen werd afgerond. Twee monsterklussen, waar ze altijd heilig in is blijven geloven. ‘Haarlemmermeer verdient een plek die laat zien welke kracht er in de regio zit.’ Hoewel ze als directeur bij beide projecten nauw betrokken was, maakt ze haar eigen rol in dit alles liever niet te groot. ‘Ik ben het poppetje dat de functie uitvoert’, klinkt het bescheiden. ‘De plannen voor de fusie bestonden al voor mijn tijd. Het is ook niet zo dat ik hiernaartoe kwam en dacht: ik zet dit museum wel even neer. Helemaal niet zelfs. Het is met mij meegegroeid.’
Nu het nieuwe paviljoen is geopend, is er ook voor Van Melis een nieuwe fase aangebroken. Eentje waarin ze zich weer vol kan richten op haar werk als museumdirecteur. Kansen ziet ze na al die jaren nog genoeg. ‘Ik wil de geschiedenis graag zichtbaar maken. Ook voor mensen die misschien niet snel een museum binnenlopen. Omdat ik geloof dat als je meer weet van je omgeving, je er ook meer liefde voor voelt.’
Waar alle plannen toe leiden, zal de toekomst uitwijzen. Maar dat het Cruquius Museum nog een poosje kan bouwen op de ervaring van Van Melis, lijkt zeker. ‘Ik heb de afgelopen jaren in allerlei houtje-touwtje kantoren gezeten. Met kapotte deuren en tochtige toestanden. Nu staat er een volwassen museum mét kantoor, daar wil ik heel graag nog even van genieten’, besluit ze met een knipoog.
- Auteur: Marlie van Zoggel
- Fotograaf: Frank Ruiter













