

‘Elk klein verhaal, van elke lokale bank, is weer anders’
Eureka!Hoe vertel je de geschiedenis van Rabobank in objecten en verhalen? Dat is waar de archivaris van de bank zich mee bezig houdt. Al 25 jaar is dat Jan van der Meer. Hij beheert het Rabomuseum, waar hij rondleidingen geeft, en gaat over alle archieven en collecties van Rabobank. ‘Je mag van de objecten genieten, er plezier aan beleven.’
Hij begon zijn werkende leven als leerkracht op een basisschool, maar zijn hobby was toen al genealogie: spitten in stambomen. ‘En zo besloot ik van archieven mijn beroep te maken’, vertelt Jan van der Meer (63). Rabobank, vertelt de archivaris, heeft een rijke collectie in haar archief, die varieert van oude spaarpotjes tot foto’s en films. Films? ‘Ja, want de twee bankorganisaties waaruit Rabobank in 1972 is ontstaan, de Boerenleenbank en de Raiffeisenbank, vierden ongeveer tegelijkertijd hun 50-jarig jubileum. En toen maakten ze allebei een voorlichtingsfilm, met prachtige shots van het boerenleven.’
Driehonderd prentbriefkaarten
Een van zijn favoriete objecten is een oude brandkast uit een lokale bank. ‘De hele bank zat daar eigenlijk in. Toen de brandkast niet meer nodig was, belandde hij bij de kassier van de bank thuis,’ vertelt Van der Meer. ‘Zijn kleindochter bracht hem jaren later naar ons toe.’
Ook beheert Van der Meer een grote collectie foto’s. ‘Dat zijn vaak foto’s van lokale bankgebouwen, van de buitenkant, of interieurfoto’s voor reclamefolders. Rabobank heeft meer dan 1.300 lokale banken gehad en zo’n lokale bank was het gezicht van het dorp. Dat blijkt ook wel uit de meer dan driehonderd prentbriefkaarten die ik heb verzameld. De bank was altijd sterk verbonden met de lokale gemeenschap – sterker nog, de bank was van de gemeenschap. Bij een Friese bank bijvoorbeeld, honderd jaar geleden, werd met extra geld uit de winst een verharde weg aangelegd, waardoor een betere verbinding tot stand kwam. Ik vind dat zo’n mooi voorbeeld van waar de bank voor staat: het coöperatieve karakter en de verbondenheid met de gemeenschap.’
Van der Meer is gek op grafische vormgeving. ‘Affiches en reclamematerialen uit de jaren vijftig en zestig. De tekenstijl, de kleuren, ik word daar warm van. Ik word vooral blij als ik iets zie wat de geschiedenis van de bank vertelt, zoals een oude foto met alle leden van een ledenvergadering, want een coöperatie gaat echt om mensen. Je ziet dan bijvoorbeeld 125 trotse mensen samen poserend. Dat kan nu niet meer, je kunt geen duizenden leden op een foto zetten. Ik vind dat zo’n foto op een geweldige manier invulling geeft aan het grotere verhaal – en elk klein verhaal, van elke lokale bank, is toch weer anders.’
Wat bewaar je digitaal?
Een archivaris moet ook weten wat hij weg kan gooien, zegt Van der Meer. ‘Dat geldt in de digitale tijd des te meer. Elk concept van elke tekst, elk mailtje bewaren we. Vroeger stapelde het papier zich op, dus gooide je ’t weg. Nu niet meer. Foto’s idem. Heb je van een kinderfeest vijftig foto’s nodig voor later? Nee, een paar die laten zien waar het echt om gaat, is genoeg. Als je te veel bewaart, kun je het niet meer terugvinden. Dan kun je zeventien keer door je fotoboek swipen en dan heb je nóg niet die ene foto die je zoekt.’
Medio 2026 gaat Van der Meer met vervroegd pensioen. Heeft hij nog een tip voor zijn opvolger? ‘Je mag genieten van je werk. Van de geschiedenis van de objecten en van wat je te vertellen hebt. Dit heeft mij ook geholpen met het overbrengen van kennis: ik ben de objecten en de verhalen daarachter gaan waarderen. Als je het zelf interessant vindt en dat ook laat zien, neem je de ander mee in het verhaal dat je wilt vertellen.’
- Auteur: Colin van Heezik
- Fotograaf: Bas Losekoot












