5 min

‘Wij zijn al tachtig jaar met circulariteit bezig’

Oud & Nieuw

In 1946 begon Jan Bork prikkeldraad te verzamelen dat na de oorlog werd opgeruimd. Hij verkocht dat vervolgens aan boeren in de buurt. Na twintig jaar kwam zijn zoon, ook Jan, op het bedrijf helpen. Nu heeft Bork Sloopwerken in het Drentse Stuifzand zo’n tweehonderd man in dienst en begint de vierde generatie zich voorzichtig warm te lopen.

Hier begon het allemaal met Bork Sloop-werken, vertelt Hennie Bork (76) aan de grote kantinetafel die ooit een gymzaalvloer was – want wie hergebruik predikt, moet het goede voorbeeld geven. Zij trouwde in 1967 met Jan Bork junior (nu 80) en kwam twee jaar later de administratie van het bedrijf doen. Haar schoonvader, de oprichter, reed twee keer per week met een vrachtwagen naar het Amsterdamse Waterlooplein om materialen te kopen.

Vergis je niet, legt haar zoon Roelof Bork (51) uit, die nu met zijn broer Jan (53) als derde generatie leiding geeft aan het bedrijf. ‘Dit gebied was straatarm. Bouwmateriaal uit de Randstad was eerste klas. Dat hadden ze hier nog nooit gezien.’ Handel in gebruikte bouwmaterialen was de kern van het bedrijf. Later kwam slopen erbij – een manier om die materialen te verkrijgen.

Machtig mooi

De zoon van oprichter Jan, die dus ook Jan heet, kwam op zijn zestiende in de zaak helpen. ‘Toen mocht ik van school’, vertelt hij. ‘Wat moest ik daar leren als ik ook met machines kon werken? Dat was machtig mooi.’ ‘

Mijn vader heeft weinig met gezag’, knipoogt de derde Jan. ‘Opa was de handelaar, die had niet veel met machines’, vertelt Roelof. ‘Maar mijn vader was heel vroeg in de weer met kranen en shovels, en bouwde bestaande machines om tot iets waarmee het slopen makkelijker en beter kon.’

Toen waterwegen minder belangrijk werden voor vervoer, gooiden mensen die vol met grote stukken puin. Jammer, vond pa, kon daar niet iets beters mee worden gedaan als het fijner gebroken was? ‘En dus kwam er een puinbreker. In 1963 waren we de derde van Nederland met zo’n apparaat.’ Dat fijne puin bleek perfect om wegen mee te verstevigen. Jan: ‘Dit was een slecht gebied, met al dat veen. Dan heb je iets nodig voor verharding. Uit nood leer je het meest, want dan moet er een oplossing komen.’

‘Zeblekeneentopteam:seniormetdehandelsgeest,hetgrotenetwerkendegoedebabbel,enzijnstille,creatievezoon’

Ze bleken een topteam: senior met de handelsgeest, het grote netwerk en zijn stille, creatieve zoon. De tijd tikte verder, de geschiedenis herhaalde zich. Oma Hennie ziet nog ‘die glunderende ogen’ van Roelof toen ze hem haar zegen gaf: hij mocht van school om voor zijn vader te gaan werken.

Niet onder druk gezet

Jan studeerde weg- en waterbouw, werkte anderhalf jaar bij een grote wegenbouwer, maar toen zijn baas hem op een vijf jaar durend project wilde zetten, diende zich een natuurlijk moment van bezinning aan. En net toen belde broer Roelof: ik kan je hier gebruiken, denk er even over na, maar niet te lang.

Het was goed, zegt Jan nu, dat hij die ervaring in loondienst had, het helpt hem zijn medewerkers beter te begrijpen. En nee, Jan en Hennie hebben hun zoons niet onder druk gezet, integendeel. Jan en Roelof doen dat ook niet bij hún kinderen. Twee neefjes en een nicht dubben nog, maar de 25-jarige Gijs, een zoon van Jan, heeft de knoop al doorgehakt. ‘Ik ken het bedrijf natuurlijk al mijn hele leven. Ergens had ik altijd wel in mijn hoofd: misschien kom ik er ook nog eens terecht.’

Hartstikke gaaf

Gijs is net klaar met zijn opleiding, werkte een tijd mee in de sloop en zit nu op kantoor. ‘Ik zag het altijd een beetje van buitenaf en had niet echt door wat er nou allemaal precies gebeurde. Nu ik er middenin zit, blijkt dat er toch wel wat meer gebeurt dan ik dacht.’

Gijs vindt het ‘hartstikke gaaf’ om zich bezig te houden met grote thema’s zoals circulariteit. Het is grappig, zeggen Jan en Roelof, nu heeft iedereen de mond daar vol van, maar Bork doet het al tachtig jaar. ‘Voor ons is het normaal. Het is wel mooi dat het nu zo wordt opgepikt, dat is ook een stuk waardering voor ons werk.’

Ze zien zichzelf als leverancier van de bouwstoffen van de toekomst. ‘Als derde generatie investeren we daar enorm in, zodat de vierde generatie ermee verder kan.’

Mix van generaties

Het bedrijf is sterk gegroeid in de afgelopen jaren en de regelgeving verandert bijna elk jaar. Maar sommige dingen zijn nog net als vroeger. ‘Nee’ bestaat nog steeds niet bij Bork Sloopwerken, ze zoeken net zolang tot ze een oplossing hebben. Ook onveranderd: de zorg voor het personeel. Vooruit, er staat geen stamppotje van moeders meer klaar, dat kan ook niet met tweehonderd man. Maar net als hun voorgangers hechten Jan en Roelof aan werkgeluk.

Want, redeneren ze: wie gelukkig is, is gemotiveerd. Die ene werkvoorbereider bijvoorbeeld, die graag over het werk vertelt, mocht een instructieboek maken. Nu volgen jonge, gemotiveerde, getalenteerde medewerkers elk jaar de bijbehorende driedaagse training.

Ook investeert de familie Bork in een mix van generaties. Jan: ‘De jongeren kunnen veel leren van de meer ervaren collega’s, dat is waardevol voor hen, maar ook voor die ouderen, want je merkt hoe trots zij zijn op hun werk en op het bedrijf. Dat is heel mooi.’

  • Auteur: Karin Sitalsing
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Najaar 2024

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van najaar 2024 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens