

‘Het is fijn om te weten dat het na ons niet stopt’
Oud & NieuwWicher en Aaltje Hoeve-Coster uit Rouveen hebben geen kinderen, dus er was niet meteen een logische opvolger voor hun biologische melkveehouderij. Maar de oplossing bevond zich recht onder hun neus: hun jonge buurtgenoot Jarno Bisschop, die als kind al klusjes deed op de boerderij en er al jaren als weekend- en vakantiekracht werkte. Inmiddels zit Jarno vijf jaar in de maatschap en maakt hij zich klaar om het stokje over te nemen. ‘Dit was altijd mijn tweede thuis.’
Wicher hoeve (62) had nooit meer dan vijfenzeventig melkkoeien, maar toen Jarno Bisschop (26) er officieel bij kwam, werden dat er toch honderd. Nu er twee gezinnen in de maatschap zitten, kun je best een beetje uitbreiden. ‘Ik ga niet tegen een jonge, ambitieuze boer zeggen: je mag niet groeien’, zegt Wicher.
Als de boerderij straks helemaal van Jarno is, krijgt die de naam ‘Bisschopshoeve’. Een subtiele verwijzing naar het erfgoed van de familie Hoeve? ‘Dat denk ik niet’, lacht Aaltje bescheiden. ‘Hoeve betekent gewoon boerderij.’
De melkveehouderij is een familiebedrijf. Wicher is de vierde generatie, het bedrijf bestond al aan het einde van de 19de eeuw. ‘Eerst zaten we aan de andere kant van de Rijksweg’, vertelt hij. ‘Aaltje en ik zijn relatief laat getrouwd en hebben zo’n twintig jaar geleden de boerderij waar we nu zitten, laten bouwen. Die oude boerderij is gesplitst, daar wonen nu twee jonge gezinnen.’
Volgende generatie
In deze boerderij in Rouveen (gemeente Staphorst) zullen over een tijdje ook kindervoetjes op de tegels klinken. Jarno en zijn vrouw hebben al zoon, Jaïr van bijna twee, en maken zich op voor de komst van nummer twee. ‘Jaïr is hier niet weg te slaan’, vertelt Jarno.
‘Als het mijn zorgdag is, neem ik hem altijd mee en dan is het ruzie als we weer naar huis gaan. Hij vermaakt zich heel goed. Natuurlijk hoop ik dat hij geïnteresseerd blijft en dat ik op mijn beurt ooit een gezond bedrijf aan de volgende generatie mag overdragen, maar zo ver is het allemaal nog lang niet. We zien wel hoe het loopt.’
Zelf ontdekken
De liefde voor de boerderij heeft Jaïr in elk geval niet van een vreemde. Jarno was als kind al vaak op het erf te vinden. Hij deed er met zijn vriendje Jacob klusjes en vanaf zijn twaalfde was hij vaste weekendkracht. ‘We zagen vanaf het begin dat Jarno er goed in was’, zegt Wicher. ‘Toen die jongens een jaar of veertien, vijftien waren, konden we met een gerust hart de boel aan hen overlaten als wij een week op vakantie gingen. Waren ze helemaal trots omdat ze een kalfje ter wereld hadden geholpen.’
‘Lang niet alle boeren zouden zo makkelijk een week weggaan’, aldus Jarno. ‘Ik heb vanaf het begin het vertrouwen gevoeld dat Wicher en Aaltje in ons hadden. Wicher gaf ons de ruimte om ook zelf te ontdekken hoe dingen werkten. Jacob heeft uiteindelijk een andere richting gekozen, maar ik groeide er steeds meer in. Ik kwam hier zo graag, dit was altijd mijn tweede thuis.’

Jarno ging er lange tijd niet van uit dat hij ooit zelf een boerderij zou hebben. Hij hoopte dat hij ergens in de sector als zzp’er of bedrijfsleider kon gaan werken. ‘Maar als de kans zich ooit zou voordoen, zou ik hem met beide handen grijpen’, zegt Jarno, die dier- en veehouderij studeerde aan de Aeres Hogeschool in Dronten.
Die kans kwam niet meteen. Een neef van Wicher en Aaltje was geïnteresseerd en liep ook een poosje mee op de boerderij. Hij besefte echter al snel dat het niets voor hem was. Jarno: ‘Toen zijn we met elkaar om de tafel gaan zitten. Ik ben heel blij dat ik deze kans heb gekregen.’ ‘En wij zijn blij met onze opvolger’, zegt Aaltje. ‘Het is fijn om te weten dat het na ons niet stopt. We hadden kunnen verkopen, maar nu blijft het bedrijf voortbestaan.’
Theoretisch onderlegd
Hoewel de twee boeren met elkaar kunnen lezen en schrijven, doen ze lang niet alles op dezelfde manier. ‘Ik denk dat Jarno’s studie ervoor heeft gezorgd dat hij wat kritischer is dan ik’, zegt Wicher. ‘Ik heb niet gestudeerd en neem misschien sneller dingen aan van bijvoorbeeld veevoerverkopers. Als zij zeggen dat het goed is, zal dat wel zo zijn, toch? Maar Jarno stelt veel vragen. Waaróm is dit dan beter? Kunnen we het niet beter zus of zo doen? Hij is theoretisch onderlegd en maakt daardoor meer zijn eigen keuzes.’
Voor de toekomst
‘Daarnaast ben ik misschien iets meer bezig met het optimaliseren van het bedrijf’, vult Jarno aan. ‘Zo zijn we mest bovengronds gaan uitrijden, omdat het kostenbesparend is en beter voor de bodem. Ook heb ik onlangs nieuwe melkrobots aangeschaft, die het melken makkelijker gaan maken, zodat ik het straks in mijn eentje kan bolwerken. Ik krijg ook nu nog steeds alle ruimte voor dit soort aanpassingen.’
‘Maar ik zeg dan wel: dit is jouw ding’, lacht Wicher, die vermoedt dat hij nooit helemaal weg zal kunnen blijven van de boerderij, ook als hij en Aaltje hier straks niet meer wonen. Wicher weet nog niet precies wanneer hij gaat stoppen. Dan zullen ze namelijk ook moeten verhuizen en dat willen ze pas als Wichers 95-jarige, inwonende moeder er niet meer is. ‘Ze is nog heel goed, maar een verhuizing naar een nieuwe plek willen we haar niet aandoen.’
Wicher en Jarno staan op, er moet nog gewerkt worden. ‘O, en Aaltje’, zegt Jarno voordat hij de keuken uitstapt, ‘natúúrlijk is de naam Bisschopshoeve ook een verwijzing naar jullie.’
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















