5 min

Kwekerij Popken koestert de nalatenschap van ‘Hendrik Bloemkool’

Oud & Nieuw

Hendrik Popken ging wat groente verbouwen, ergens aan het begin van de twintigste eeuw. Zijn zoons namen de zaak over en gooiden het roer om: ze schakelden van groenten over op bloemen. Inmiddels staat de vierde generatie aan het roer en komen klanten van heinde en ver naar Exloërveen om hanging baskets te kopen. Een gesprek met generaties drie en vier over wat er veranderde en wat er hetzelfde bleef.

Matthijs (30) en zijn vader Egbert Popken (66), van de gelijknamige bloemenkwekerij in Exloërveen, weten dat Egberts overgrootvader – en dus Matthijs’ betovergrootvader – Hendrik hier gewoond heeft, dat hij groente teelde en kippen hield, ergens vóór de Eerste Wereldoorlog. Maar de details zijn nooit vastgelegd. ‘Eigenlijk heel jammer dat we dat heel prille begin niet kennen.’

Mepopkense

Het was Hendriks zoon Egbert die na de oorlog begon met groente, vooral wortels en bloemkool. Zijn zoons Hendrik en Willem namen het over. Hendrik is de vader van Egbert. Egbert weet nog precies, lacht hij, hoe hij als klein jochie mee ging, met de hele familie wortels rooien. ‘Je zat dan op je knieën, stak met een vorkje de wortel eruit. Boven de kist die je meesleepte, draaide je het loof eraf. Ik kreeg tien cent per kist. Ik dacht soms lekker snel te verdienen, maar dan floot mijn vader me terug: denk erom, er moet wel een kop op zitten.’

De tijd vorderde, de mechanisatie zette door, er kwamen grote boerenbedrijven met meer grond en grotere machines. Veel kleinere bedrijven stonden voor de vraag: proberen we mee te gaan met de grote jongens of schakelen we over op iets wat zich beter leent voor kleinschalige teelt? Egbert: ‘Ik zie mijn vader nog avond aan avond boven de boeken zitten. Samen met oom Willem liet hij zich omscholen tot bloementeler.’

Hendrik Bloemkool

Hij schiet in de lach. ‘Ik was een jaar of tien toen ik op mijn fietsje plantjes ging verkopen. Als klanten vroegen of ik ze ook kon poten, deed ik dat erbij. Op een dag had ik honderd gulden verdiend. Honderd! Mijn vader was stomverbaasd.’ ‘Ik denk wel dat er een zekere gunfactor bij zat’, knipoogt Matthijs.

Het bedrijf groeide, en op een avond, eind jaren negentig, riep de kinderloze Willem zijn broer Hendrik bij zich: zou het bedrijf niet iets voor zijn jongens zijn? Hendriks zoons Egbert en Evert maakten samen met oom Willem plannen. Niet lang daarna overleed oom Willem. Toch waren ze niet alleen; hoewel al met pensioen hielp Hendrik nog volop mee. ‘Hendrik Bloemkool’ werd hij in de wijde omgeving genoemd. Matthijs lacht. ‘Mijn opa heeft tot het laatst zijn eigen groenten verbouwd. Elke winter aten hij en mijn oma eigen aardappels, bonen en bloemkool.’

In het begin verkochten de Popkens zowel aan de handel als aan particulieren, nu vooral nog aan particulieren. Wel is het contact met die klant veranderd, zegt Egbert. ‘Klanten bellen nu op, ze zíen het product niet meer.’ Mensen vertrouwen ook minder op de kennis die je als kweker hebt, valt Matthijs hem bij. ‘Als klanten denken dat ze het beter weten, weten ze het beter – dat wij dan jaren ervaring hebben, interesseert ze niet. Maar ja, daar moet je ook mee dealen als ondernemer natuurlijk.’

Landwinkel

Matthijs ziet een hang naar kleinschalige en lokale producten en denkt dat die steeds belangrijker zullen worden. ‘Mensen houden van een verhaal, maar willen ook graag alles op één plek kunnen kopen. Ik denk daarom dat we langzamerhand toch een beetje toe gaan naar een combinatie van kleinschalige bloemen- en kleinschalige groententeelt. Misschien in een landwinkel, je ziet dat die heel populair zijn.’

Is het leuk om samen te werken met familie? Ze weten natuurlijk niet beter, zeggen vader en zoon. Maar in alle eerlijkheid: ja, dat is het. Natuurlijk, soms zijn de discussies wat verhit, dan bellen ze later even: ‘Sorry, ik viel wat te fel uit’. Egbert: ‘We gaan nooit boos naar huis.’ Wat hij mooi vindt, zegt Matthijs: ‘Elke generatie is voor verandering, niemand heeft ooit stil willen staan. Als iemand een goed idee had, is daar altijd naar geluisterd.

Biologisch is slimmer

De overstap naar biologische bestrijdingsmiddelen bijvoorbeeld. Mijn vader begon daar al mee toen het nog lang geen hot item was.’ Sommige wortels worden aangevreten door larven van de sciara, een muggensoort, legt Egbert uit. De Popkens zetten montdorensis (roofmijten) in die de larfjes opeten.

Dat is beter voor het milieu, maar ook slimmer, zegt hij. ‘Als je chemisch spuit, pak je alleen de vliegjes die al uit de larven zijn gekomen, je bent dus altijd een ronde te laat. En tegen bladluis laten we lieveheersbeestjes los.’

Natuurlijk,somszijndediscussieswatverhit,danbellenzelatereven:‘Sorry,ikvielwattefeluit’

Naar iedereen wordt geluisterd en ieder heeft een eigen inbreng in het bedrijf. Matthijs’ moeder Sietska maakte cadeaus die erg goed verkochten. ‘Maar in 2021 overleed ze. Dan mis je niet alleen je moeder, maar ook de aanvulling binnen het bedrijf, kwaliteiten die mijn vader en ik niet hebben. En een sparring partner.’

Heel veel historie

‘Wij zijn een familiebedrijf van drie, vier generaties’, zegt Matthijs. ‘Dat vertelt heel veel over je verhaal, over je kennis en ervaring. Bij veel bedrijven heeft het personeel verder geen connectie. Bij familiebedrijven is dat wel zo. Het gaat over de identiteit van het bedrijf. Als je een paar keer bent overgenomen, is dat verhaal weg, bij ons niet. Als jongste generatie realiseer ik me dat er heel veel historie ligt. En die wil ik graag voortzetten.’

  • Auteur: Karin Sitalsing
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Voorjaar 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van voorjaar 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens