

‘Hetzelfde kroketje als zestig jaar geleden’
Oud & NieuwSnackketen FEBO is al decennia een icoon in Amsterdam en daarbuiten. Het was oprichter en banketbakker Johan de Borst die ruim zestig jaar geleden de FEBO-kroket ontwikkelde en die is nooit meer verdwenen. Zijn kleinzoon Dennis de Borst is inmiddels bezig het familiebedrijf en zijn kinderen klaar te stomen voor de toekomst. Belangrijk daarbij is om elke generatie klanten te blijven aanspreken. ‘Groei is leuk, maar alleen als het past bij wie we zijn en waar we voor staan.’
Als je Dennis de Borst (51) vraagt naar zijn eerste herinneringen aan FEBO, het bedrijf dat zijn opa oprichtte, geeft hij hetzelfde antwoord als zijn kinderen. Als jonkie mee met de chauffeurs, dwars door de stad, langs bij de filialen om kratjes te verslepen. ‘Dat is het mooie’, volgens Dennis, ‘we zijn er allemaal mee opgegroeid’.
In 1941 begon zijn opa een ambachtelijke banketbakkerij aan de Amstelveenseweg, die hij Bakkerij FEBO noemde – naar de Ferdinand Bolstraat, waar hij het bakkersvak had geleerd. Tussen het bakken van brood en andere lekkernijen door stortte Johan de Borst zich op de kunst van het kroketten maken. Die sloegen zó aan dat hij in 1960 volledig overging op snackverkoop, vanuit zijn tot automatiek verbouwde woning aan de Karperweg. Daarmee groeide FEBO uit tot een fenomeen in de Nederlandse straat- en snackcultuur, met inmiddels zeventig vestigingen, waarvan dertig in Amsterdam.
Onderaan beginnen
Dennis nam in 2017 het stokje over van zijn vader Hans. Ook Dennis’ vrouw Monique (50), sinds haar zestiende werkzaam bij FEBO, heeft alle lagen van het bedrijf gezien. Inmiddels zit ook de vierde generatie, zoon Steff (25) en dochter Femke (22), in het bedrijf.
Beiden begonnen met bijbaantjes, net als hun ouders. Steff: ‘Kratjes wassen in de spoelkeuken en later bezorgen, de snackmuur vullen, ijsjes tappen’. ‘Ik heb jaren in het filiaal FEBO Boulevard gewerkt, bij de Johan Cruijff Arena’, vertelt Femke. ‘Tijdens wedstrijddagen leer je daar wel je mannetje staan.’
Die ervaringen vormen de basis voor hun huidige functies. Steff stuurt de productiekeuken aan, waar dagelijks tienduizenden snacks worden bereid; Femke richt zich op de marketing, samen met operationeel directeur Dino Lobbes. ‘Ik snap wat er speelt in mijn generatie en hoe we daarop kunnen inspelen’, zegt ze. Vader Dennis knikt: ‘Onze doelgroep loopt van jong tot oud, en elke generatie moet je net weer op een andere manier aanspreken om ze aan je te binden. Daar kijken we heel goed naar.’
Samen boenen
Dat ‘de opvolging’ onderaan begint, zegt Dennis, is voor familiebedrijven van onschatbare waarde. ‘Om je kwaliteit te bewaken, moet je alle lagen van de organisatie kennen. Daar komt bij: respect kun je niet afdwingen.’ Monique vult aan: ‘Dat moet je verdienen.’ Steff knikt instemmend: ‘Ik zou het ook niet anders willen.’ Hij grinnikt: ‘Laatst kwam er een mobiele automatiek terug van een evenement die een uur later weer schoon weg moest.’ Femke: ‘Dan staan we gewoon samen te boenen, hoor, prima!’
Aan de keukentafel in Oostknollendam – Femke en Steff wonen nog thuis – en op het hoofdkantoor en in de productiekeuken in Amsterdam-Noord lopen familie en onderneming nu naadloos in elkaar over. Samen ontbijten zit er overigens zelden in: Steff staat vanaf zes uur ’s ochtends in de productiekeuken. ‘We werken met geheime familierecepturen – en die zijn écht geheim’, vertelt Dennis. ‘Ik ken ze, mijn vader kent ze en sinds kort kent Steff ze. Het kroketje dat mijn opa zestig jaar geleden ontwikkelde, smaakt nog steeds hetzelfde. Daar zijn we altijd trouw aan gebleven.’
Dagvers
Wat er in de afgelopen jaren onder Dennis de Borst wel is veranderd? Nou, de kleuren bijvoorbeeld: het oorspronkelijke rood-geel werd het wat modernere rood-wit. Er kwamen bijzondere samenwerkingen, zoals het rendang-kroketje met sterrenchef Ron Blaauw. En er kwam meer aandacht voor ‘het verhaal’.
‘Dat onze snacks dagvers worden geproduceerd, verrast veel mensen’, vertelt Dennis. ‘En die worden dus ook niet ingevroren. Voor de ragouts wordt elke dag verse bouillon getrokken en op de specerijen na wordt er alleen met Nederlandse producten gewerkt.’

Familiegevoel
Maar de essentie van het familiebedrijf zit ook in iets anders, benadrukt Dennis: ‘Collega’s werken hier soms tientallen jaren; dat voelt als familie. Ik hanteer een opendeurbeleid, net als op straat: iedereen kan binnenlopen. Van mijn opa en vader leerde ik dat je goed moet zorgen voor je product én je mensen.’
Dat vertrouwde gevoel wil de familie blijven overbrengen op klanten. Iedereen heeft wel een ‘FEBO-herinnering’, horen ze vaak: de spontane kroket met collega’s, de nachtelijke snack of de traditie rondom een Ajax-wedstrijd. ‘Die binding met de straat, zeker in Amsterdam, zit echt in ons DNA’, beaamt Monique. Dennis: ‘Precies, toegankelijk en dicht bij de klant. Een vast onderdeel zijn van hun week.’
FEBO opent elk jaar nieuwe filialen en is ook zichtbaarder op grote (sport)evenementen en festivals. Dennis: ‘Maar ik denk bij uitbreidingen altijd: wat zouden mijn opa of vader doen? Groei is leuk, maar alleen als het past bij waar we voor staan. We hebben eens gesproken over een filiaal in Spanje, maar dan zouden we tóch met ingevroren snacks moeten gaan werken. Dan voel je aan alles: nee, daar willen we geen concessies in doen.’
- Auteur: Marijne Beijen
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















