

‘Ook een dierbare, afgedankte tas kan het repareren waard zijn’
Oud & NieuwSinds de jonge George Pfrommer in 1955 gefascineerd raakte door de vaardige handen van zijn leermeester, is het schoenmakersambacht weinig veranderd. Maar de wereld veranderde wel: mensen bezitten niet langer één paar lederen schoenen zoals vroeger, maar kopen liefst elk seizoen iets anders – en niet altijd van goede kwaliteit. Toch is de familie Pfrommer al drie generaties onmisbaar in Harderwijk. ‘Wij houden net zoveel van onze klanten als van ons ambacht. Soms is de reparatie duurder dan de schoen of tas, maar weegt de emotionele waarde zwaarder.’
George Pfrommer (81) ziet het nog zó voor zich: in de schoenmakerij waar hij in de jaren vijftig het vak leerde, had de uitgespuugde pruimtabak van zijn leermeester de hele vloer verpest. Geen fraai gezicht, maar de elfjarige George was gefocust op iets anders: de handen van de schoenmaker. ‘Omdat mijn broers de slagerij van mijn ouders al zouden overnemen, zou ik bakker worden – tot ik dus de schoenmaker aan het werk zag.’
George ging bij hem in de leer en werd er goed in: in 1963 kocht zijn vader een pand voor hem, waar hij zijn eigen schoenmakerij kon beginnen. ‘Destijds droeg iedereen nog leren schoenen, er was dus genoeg vraag naar schoenmakers. In Harderwijk hadden we er vijf’, herinnert hij zich. Wat hem naar eigen zeggen onderscheidde, was zijn liefde voor de klanten. ‘Ik verdiepte me echt in hen. Als een dame haar pumps kwam laten oprekken, wilde ik precies weten waar de schoen wrong, zodat ik haar honderd procent tevreden kon stellen.’
Die klantgerichte instelling zit volgens zoon Edwin (56) in het DNA van de Pfrommers: ‘Wij halen onze neus niet op voor een paar afgedankte schoenen. Als je ergens aan bent gehecht, heeft een reparatie ook emotionele waarde. Laatst maakte ik nog iemand blij met een nieuwe gesp op een dierbare, oude tas. Maar pa ging altijd het verst, hij heeft zoveel gratis reparaties uitgevoerd voor mensen die het zwaar hadden. ‘Hier, neem maar mee’, zei hij dan.’
Fietsongeluk
Dat Edwin bij zijn vader in de zaak zou stappen, lag niet voor de hand. ‘Ik studeerde voor registeraccountant, toen pa met zijn racefiets over de kop vloog. Het hele gezin werd ingezet om de zaak draaiende te houden.’ En zo belandde Edwin in 1986 achter de werkbank. ‘De jaren tachtig waren niet gemakkelijk. Steeds meer mensen kochten goedkope, nieuwe schoenen in plaats van te investeren in kwaliteit. En er kwam een hakkenbar in Harderwijk, die sneller en goedkoper werkte dan wij.’
Verschillende schoenmakers sloten in die tijd hun deuren, maar de Pfrommers niet. ‘Dankzij onze klantgerichtheid behielden we bestaansrecht. We bleven creatief in het zoeken naar een oplossing voor elke schoen; de één gaat daar net wat verder in dan de ander’, vertelt George. ‘Ook de sleutelservice bleek een gouden greep. Daarmee vingen we de teruglopende omzet op.’
Prijzen
Edwin ontdekte tot zijn eigen verrassing dat hij gevoel had voor het ambacht. ‘Ik genoot ervan om versleten schoenen weer zo goed als nieuw te maken. Ik begon mee te doen aan internationale wedstrijden en won er prijzen mee.’
In 1990 deed George voor zijn zoon wat zijn vader voor hem deed: hij hielp Edwin met de opening van zijn eigen zaak. ‘Daar stond ik, in mijn eentje’, grinnikt hij. ‘Als het mislukt, komt het door jou, want er is vraag genoeg’, zei mijn vader ook nog. Maar het ondernemerschap paste bij mij, ik stak er al mijn energie in. Halverwege het eerste jaar wist ik: dit komt goed.’

Steunzolen
Dat een Pfrommer houdt van zijn werk en daarom niet vaak stilzit, werd Edwins zoon Daan (23) al op jonge leeftijd duidelijk. ‘Ik had het geluk dat pa mijn voetbaltrainer was, want dan zag ik hem in elk geval nog op het veld.’
Ook Daan zag zichzelf lange tijd niet als bedrijfsopvolger. Sterker nog: zoals het een echte puber betaamt, vond hij het vak van zijn (groot)vader maar niks. ‘Ik wilde mijn eigen pad bewandelen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: na een snuffelstage bij een oud-leerling van mijn vader werd mijn interesse toch gewekt.’
Inmiddels heeft ook Daan verschillende prijzen op zijn naam staan. Hij werkt bij een orthopedisch schoenmaker en studeert register-podologie. Zodra hij zijn hbo-diploma op zak heeft, wil hij het schoenmaken gaan combineren met het aanmeten van steunzolen. ‘Dat kan tegenwoordig zelfs met de iPad. Maar als je iemand volledig van zijn klachten wilt afhelpen, kom je er niet met technologie. Het laatste stukje blijft mensenwerk: luisteren en afstemmen op je klant.’
Strak meerjarenplan
Terwijl George al ruim twintig jaar niet meer werkt – ‘Vorige week stond hij hier nog een portemonnee te repareren’ – en Edwin het ook wat rustiger aan probeert te doen – ‘Mijn vrouw vindt het mooi geweest met de zaterdagen’ – geeft Daan juist gas. ‘Ik heb een strak meerjarenplan: nog een paar jaar zoveel mogelijk leren en dan mijn eigen zaak beginnen. Ik ben zes dagen per week met mijn toekomst bezig, die negen tot vijf-mentaliteit is niks voor mij.’ Hij is vol vertrouwen. ‘Mensen blijven altijd schoenen dragen, dus wij blijven altijd nodig.’
Gelukkig neemt ook de interesse voor het ambacht weer toe. ‘Op social media krijgt het ambacht steeds meer waardering, al blijft het aantal schoenmakersleerlingen nog achter. Jammer, want het is een prachtvak en de verdiensten zijn goed’, zegt Edwin. ‘Als accountant moest ik door de opkomst van AI nu misschien vrezen voor mijn baan, maar een schoenmaker heeft altijd toekomst.’
- Auteur: Laura van der Burgt
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















