5 min

Is er toekomst voor de boer?

Verhaal uit de regio

Het zijn roerige tijden voor boeren. Wat doet dit met hen? Velen zien hun bedrijf in gevaar komen, maar sommigen zien ook kansen. Zo ook melkveehouder William Nillesen uit Groesbeek. Hij vertelt zijn verhaal.

Agrarisch ondernemen zit bij William Nillesen in het DNA. ‘Mijn overgrootmoeder had een boerderij in de Tweede Wereld Oorlog, maar die werd volledig verwoest in de oorlog.’ Een aantal jaren na de oorlog bouwde zijn opa de boerderij opnieuw op, kleinschalig en gemengd, met onder andere elfduizend leghennen. William’s vader nam het bedrijf veertig jaar geleden over en breidde de veestapel uit met melkkoeien: zeventien stuks op tien hectare grond.

Hoe anders is het nu. William werkt nu samen met zijn ouders en neemt de boerderij over twee jaar officieel over. Zij houden 175 melkkoeien plus negentig stuks jongvee. Goed voor 2,2 miljoen kilogram melk per jaar. Daarvoor heeft hij 130 hectare grond in gebruik, deze grond wordt deels benut voor akkerbouw. Dankzij duurzame investeringen en innovaties haalt hij het maximale uit zijn bedrijf en zijn koeien. Met 1.250 zonnepanelen wekt hij 300.000 kilowattuur per jaar op, er zijn melkrobots en robots die de mest op de vloer aanvegen.

Open minded boer

William is op en top ondernemer. Voor hem was het van jongs af aan duidelijk dat hij de boerderij van zijn ouders zou overnemen. Toch besloot hij na zijn studie Bedrijfskunde om eerst bij andere bedrijven aan de slag te gaan. ‘Ik vond het belangrijk om ook andere organisaties dan de boerderij van binnenuit mee te maken, dat is bijzonder leerzaam geweest. Daardoor ben ik een “open minded” boer geworden.’

William verbreedt voortdurend zijn horizon en neemt zijn omgeving graag mee in zijn bedrijfsplannen. ‘De ideeën blijven gewoon opborrelen. Het is mij niet te doen om zo veel mogelijk te innoveren of zo breed mogelijk te ondernemen. Voor mij staan mijn familie, de dieren en het land voorop, en verder kijk ik hoe ik zo schoon en maatschappelijk verantwoord mogelijk kan ondernemen.

Het moet goed voelen. Om die reden begeleiden we ook een paar jongens van zorginstelling Pluryn op de boerderij. Ook overweeg ik met een aantal boeren uit de streek een biohub te beginnen voor groen gas. Ik denk nu eenmaal graag in mogelijkheden.’

Goed voor mens, dier en natuur

De belangrijkste drive voor William? ‘Een goed leven voor de koeien. Iedere dag, behalve in de winter, krijgen ze vers gras in de stal. Ze zijn minimaal zes uur per dag buiten in de wei. Met ons eigen fokprogramma zorgen we voor genetisch sterke koeien. Het resultaat van dit alles: onze koeien gaan lang mee en leveren zo de dubbele levensproductie van een gemiddelde melkkoe.’

Behalve voor de dieren zorgt William ook goed voor het land. Daardoor zijn gras en mais van zeer hoge kwaliteit. En zijn blik richt zich verder dan landbouw. ‘Onze omgeving bestaat ook uit omwonenden en de natuur. Landbouw kan daarmee hand in hand gaan, mits je het landschap goed inricht. Zo houden we de cultuurhistorische elementen van de omgeving intact met onder meer de aanleg van heggen.’

‘Ook heb ik bloemrijk akkermengsels gezaaid, zoals zonnebloemen en granen. Dat trekt insecten aan waar vogels zoals patrijzen hun voordeel mee doen. Verder heb ik een schuilplek aangelegd voor verschillende soorten vogels. Op die manier creëer je een divers landschap waarin de verschillende functies elkaar kunnen versterken.’

Waardering voor het werk

De omgeving weet Williams inspanningen te waarderen: het hele jaar door komen er bezoekers bij het bedrijf over de vloer. Om te kijken naar de koeien, maar ook om een potje boerengolf te spelen of koeien te toiletteren, ofwel mooi maken. ‘Ideeën van mijn moeder’, vertelt hij. ‘Zij verzorgt de recreatieve activiteiten en vindt het fijn om mensen over het boerenleven en de voedselketen te vertellen.’

Ook voor de vrouw van William is de boerderij een bron van inspiratie om de omgeving te betrekken: zij heeft jarenlang in het onderwijs gewerkt en is dit jaar een kinderdagverblijf aan de overkant gestart. ‘Dit doet ze volgens de principes van de groene pedagogiek’, vertelt William. ‘De opvang is kleinschalig en volgt de principes van de natuur door kinderen zich spelenderwijs te laten ontwikkelen. Er is veel belangstelling voor en volgend jaar starten we met een tweede groep.’

Wat William investeert in de omgeving, krijgt hij – in ieder geval deels – ook weer terug. Zo verdient zijn melk van melkproducent Friesland-Campina het predicaat ‘PlanetProof’. ‘De consument is bereid extra te betalen als je als boer een extra stap zet voor planten, dieren en milieu en daarom krijgen wij als leverancier vijf cent extra per kilogram melk.’

Kansen zien

Tot nu toe weet William zijn kansen goed te verzilveren, maar dat betekent niet dat het hem allemaal komt aanwaaien. ‘Genoeg hobbels op de weg’, aldus William. ‘Voor de biohub bijvoorbeeld moet ik werken met een mestvergister. Daarvoor moet ik de stalvloer aanpassen, terwijl ik daar onlangs – met financiering van Rabobank – nog een forse investering in heb gedaan om de stikstofuitstoot te beperken. Nu is het technisch mogelijk om mest en urine te scheiden, maar daarvoor is er een stikstofvergunning nodig en die krijg je niet zo snel in deze tijden. Dat zijn lastige kwesties en ik heb er genoeg kopzorgen van gehad.’

‘Maar echt lang zit ik nooit bij de pakken neer. Ten eerste heb ik daar de tijd niet voor en ten tweede heeft het geen zin mij druk te maken over zaken waar ik geen invloed op heb. Ik geloof in de creativiteit van mij en mijn familie en weet dat er voor alles een passende oplossing is. Ik kijk dan ook vol vertrouwen naar de toekomst.’ <

  • Auteur: ravestein & zwart
  • Fotograaf: Studio 38C

Meer lezen over dit onderwerp?