5 min

‘Mijn vader is de uitvinder van de borrelnoot’

Oud & Nieuw

Eten en werken staan centraal bij de familie Go, bekend van de oosterse specialiteiten
van het merk Go-Tan. De familie kwam na de oorlog vanuit Java naar Nederland, waar zij een bedrijf begon in Aziatische hapjes. Het Chinees-Indisch eethuis van oma Go was daarnaast hard nodig om geld te verdienen, maar ook om de zeven kinderen te voeden. ‘In een restaurant is er altijd genoeg te eten’, zegt dochter Elly. Haar neef Bing is nu directeur van Go-Tan.

ONDERNEMEN ZIT IN het bloed van de familie Go. Opa en oma Go hadden een taartenwinkel in Bandoeng en oma Go had ook een modewinkeltje. ‘We moesten van jongs af aan helpen taarten versieren en bezorgen op de fiets’, vertelt dochter Elly (89), tante van Bing (59), de directeur van familiebedrijf Go-Tan, dat Oosterse specialiteiten produceert.

In Nederland, vanaf de jaren vijftig, ging de familie door met ondernemen. ‘We moesten vanaf nul beginnen’, vertelt Elly. ‘Opa Go zat in de verzekeringen, maar hij kreeg hier geen voet aan de grond. Daarom begon mijn broer Frans snacks te maken in de garage van ons huis in Naarden: Indische hapjes zoals kroepoek, Shanghai nootjes en teng teng (sesamkoekjes). Dat was de basis van het huidige Go-Tan. Oma Go opende restaurant Hok-Kie (geluk) aan het Singel in Amsterdam.’

Altijd werk

Elly kwam in 1955, als laatste van de kinderen, naar Nederland. ‘Het was niet leuk, alleen in Bandoeng. Bovendien kon ik in Nederland studeren.’ Het werd farmacie. ‘Er waren maar drie studies die telden in de ogen van Chinezen: je kon arts, ingenieur of apotheker worden, dan zou je altijd werk hebben.’

De kinderen Go werkten hard om hun studie te kunnen bekostigen. ‘We hadden geen geld en geen idee dat je een beurs kon krijgen. We werkten allemaal mee in het restaurant en de eetwinkel om het te betalen.’ Al was er weinig geld, eten was er altijd. ‘We maakten pasteitjes en aten makreel, dat was goedkoop’, vertelt Elly. ‘De restjes gingen in de nasi.’ De familie ging wel elk jaar op wintersport. ‘In het begin zo goedkoop mogelijk, met voordelige pensionnetjes en tweedehands skikleding.’

Borrelnoten

Het restaurant was een succes en toen de Bijenkorf in Amsterdam een grote hoeveelheid Shanghai nootjes bestelde, kreeg ook het snackbedrijf een vliegende start. ‘Mijn vader was de uitvinder van de borrelnoot’, zegt Bing Go (59), zoon van Frans. Bing is algemeen directeur en samen met zijn broers Han en Cliff eigenaar van Go-Tan. ‘Hij had veel pinda’s nodig om de Shanghai nootjes te maken, maar geen geld. Daarom is hij met de Bijenkorf-order in de hand naar de pindaleverancier gegaan om de pinda’s op krediet te krijgen.’

Frans overleed jong, op 54-jarige leeftijd. ‘We konden het bedrijf goed verkopen, dus ik moest snel beslissen wat ik wilde’, aldus Bing. ‘Aan de ene kant vond ik het leuk om het bedrijf te runnen, aan de andere kant ook een grote verantwoordelijkheid. We hebben toen besloten het bedrijf niet te verkopen, maar werden aandeelhouder en hebben een directeur aangesteld, zodat mijn broers en ik eerst elders ervaring konden opdoen.’

Vijftien miljoen kilo sambal

In 1998 werden Bing en Han algemeen en creatief directeur bij Go-Tan. Cliff is aandeelhouder en woont en werkt in Singapore. ‘Het inmiddels in Kesteren gevestigde bedrijf was toen nog klein’, zegt Bing. ‘Sinds die tijd zijn we behoorlijk gegroeid.’ Sambal en chilisaus zijn de succesvolste producten. Bing: ‘Jaarlijks produceren en verkopen we in Europa vijftien miljoen kilo sambal. Daarnaast hebben we het vaste assortiment met onder andere woksauzen en kroepoek. We introduceren elk jaar iets nieuws, maar het is moeilijk om een winnend product te vinden tussen de vele introducties die jaarlijks worden gelanceerd.

Onze grootste successen zijn niet per se voorspelbaar. We hebben afgelopen jaar bijvoorbeeld saladedressings gemaakt. Daar hadden we hoge verwachtingen van, maar die doen het nog niet zo goed. Terwijl de srirachamayonaise een enorme hit is.’

‘Webegonnenmetniksenhebbengeleerddatweerzelfietsvanmoetenmaken’

Levensgenieters

Er zijn zes potentiële opvolgers binnen het bedrijf. Cliff heeft een kind, Han heeft er twee en Bing drie. De volwassen kinderen van Bing hebben carrières buiten het familiebedrijf Go-Tan. ‘Ze zijn allemaal geschikt om mij op te volgen, maar het is lastig om met je vader samen te werken’, meent Bing. ‘Als ik stop, over een jaar of tien, wordt de vraag relevant.’

De nieuwe generatie heeft sowieso nog geen uitgesproken belangstelling om in het bedrijf aan de slag te gaan. ‘Het zijn millennials’, zegt Bing. ‘Ze willen liever wat meer vrijheid hebben en zich niet vastleggen. Ik moet ze nog eens uitleggen dat hard werken gezond en leuk is.’ Bing denkt dat de instapdrempel hoger is dan in de tijd waarin hij begon. ‘Toen was het bedrijf nog klein. Nu werken er zoveel mensen voor ons. Er zijn ook veel uitdagingen. Dure grondstoffen, stijgende rente, gebrek aan personeel. Schaarste zal vaker voorkomen. Omdat ik alles al een keer heb meegemaakt, is het minder stressvol.’

Herinneringen springlevend

Opa en oma Go leven niet meer, maar de herinneringen zijn nog springlevend binnen de familie. ‘Ze waren niet alleen ondernemend, het waren ook echte levensgenieters’, herinnert Elly zich, die zelf net een cruise rondom Zuid-Amerika heeft gemaakt. ‘Ze hielden van eten en reizen. Dat kon allemaal met weinig geld. De rest van de familie zet die traditie voort. Er is meer luxe, maar verder is er geen verschil. Het is net zo leuk.’ <

  • Auteur: Arwen Kleyngeld
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Meer lezen over dit onderwerp?

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens