5 min

‘Zodra de zon gaat schijnen, krijgen we allemaal de kriebels’

Oud & Nieuw

Dat dochter Meike (46) in familiebedrijf Van der Poel IJs zou stappen, was een kleine verrassing, maar dat zoon Pieter (42) in de voetsporen van vader Peter van der Poel zou treden, verbaasde niemand. Als kind droomde hij namelijk al van het verkopen van ambachtelijk ijs aan blije mensen. ‘Dit is toch een branche die je associeert met mooi weer, vrolijkheid en mensen die vrij zijn’, zegt hij. ‘We verkopen kleine geluksmomentjes voor een schappelijk prijsje.’

VAN DER POEL IJs in Borne/Hengelo wordt geleid door alweer de vierde generatie. ‘Overgrootvader Van der Poel begon in 1925 als banketbakker’, zegt moeder Hilde (71), ‘al nam zijn zoon – mijn schoonvader - het vijf jaar later al over.’

Tien jaar later, nét voor de oorlog, schafte die een ijsmachine aan. Hilde: ‘Vraag me niet waarom, maar dat was een revolutionaire ijsmachine, die de oorlog wonder boven wonder overleefde. Daarmee is-ie onmiddellijk na de oorlog begonnen met ijs maken. Banketbakkersijs heette dat, met vier smaken. Vanille, aardbei, stracciatella en málaga.’

Kwaliteitsijs

In 1970 nam de derde generatie, Peter van der Poel, de zaak over. ‘Het banketbakkersgedeelte was al afgestoten, dus vanaf toen was het alleen maar ijs dat de klok sloeg’, zegt zijn weduwe Hilde. En niet zomaar ijs. Kwaliteitsijs. Vierde generatie Pieter: ‘De ijssalon zat op een pracht van een locatie. Snelweg A1 hield kort voor Hengelo op, waarna al het verkeer over de Bornsestraat moest waar wij zaten.’ Hilde: ‘Daar zijn destijds heel wat vrachtwagenchauffeurs gestopt om een ijsje te kopen!’ In die tijd was Van der Poel IJs nog een eenmanszaak.

Pieter: ‘Gaandeweg groeide het bedrijf en moest er personeel bij. Maar het probleem in deze branche is dat ijs erg seizoensgebonden is. Vandaar dat mijn vader producten is gaan ontwikkelen waardoor hij zijn mensen ook in de winter kon vasthouden. Bavarois bijvoorbeeld. Dat kwam eerst bij de groothandels en later ook in supermarkten te liggen.’

Ondernemer pur sang én ambachtsman

Peter van der Poel was een ambachtelijke ondernemer, volgens zoon Pieter. ‘Een ondernemer pur sang, maar zéker ook een ambachtsman. Hij was ook meester ijsbereider, dat is de hoogste titel van vakbekwaamheid in ons beroep.’ Hilde: ‘Typisch verhaal: hij vond het een uitdaging om van de doerian, de meest stinkende vrucht die er bestaat, ijs te maken. En dat ijs was heerlijk.’ Pieter, gekscherend: ‘Hij kon soms een vervelende man zijn.’ Hilde: ‘Hij kon proeven tot ver achter de komma.’

In huize Van der Poel was het ijs voor en ijs na. Logisch dat de kinderen in de zaak terechtkwamen. ‘In 2003 kwam in Enschede een pandje vrij’, zegt dochter Meike, die stewardess was. ‘Pa wilde daar geen bedrijfsleider op zetten. “Wat als ik het ga doen?”, vroeg ik.’ Hilde: ‘Wij vielen van onze stoel. Meike die de zaak in wilde…?’ Meike: ‘Ik vond en vind het geweldig. Een eigen zaak!’ Zoon Pieter volgde niet veel later. ‘Van kinds af aan wilde ik in het bedrijf’, zegt hij. ‘Als ik in bed lag, dan droomde ik ervan om m’n vader op te volgen. Ik ben dyslectisch en weet nog dat ik bij m’n moeder achter op de fiets zat. “Kan ik dan wel ijsjes verkopen later?”, vroeg ik.

Het is ook niet tegengevallen. We doen weer waar we goed in zijn: het maken van ambachtelijk ijs.’ Pieter doelt op de ijsfabriek, waar ijs werd gemaakt voor de groothandels, die z’n vader ooit was begonnen. ‘Dat was toch niet echt ons ding.’ Hilde: ‘Het was écht een fabriek. Lopendeband-werk.’ Meike: ‘Met onze ijssalons had het eigenlijk weinig te maken.’ Pieter: ‘Vlak voor hij ziek werd en overleed in 2014 deed mijn vader het van de hand. Dat was ook beter zo.’

‘Wijverkopenkleinegeluksmomentjesvooreenschappelijkprijsje’

Fonkelnieuw pand

Van der Poel IJs betrok onlangs een fonkelnieuwe ijsmakerij op de grens van Borne en Hengelo. Daar wordt dagelijks 2.000 liter ijs gemaakt, goed voor 20.000 bolletjes, die naar de zeven Van der Poel ijssalons gaan. Nee, zegt Pieter bedachtzaam: ‘Ik denk niet dat ik dingen anders doe dan mijn vader. Al hadden we hier niet gezeten als hij er nog was geweest. Hij was erg dominant en in zijn bijzijn hadden wij dit niet gedurfd. Loslaten vond hij moeilijk.’ Hilde: ‘Als de zon scheen, moest-ie werken.’

Pieter: ‘Ik heb daar minder moeite mee. Als de zon schijnt op mijn vrije dag zal ik hooguit eens informeren of het goed gaat in de ijsmakerij en of ze nog iemand extra nodig hebben op de zaak.’ Meike: ‘Al krijgt ieder van ons meteen de kriebels zodra de zon gaat schijnen. Dat hoort nu eenmaal bij deze branche. Want met mooi weer willen mensen ijs.’ Pieter: ‘Maar pa voelde dan heel erg de druk om er zélf naartoe te gaan. Dat hebben wij niet. Je moet toch ook een beetje vertrouwen hebben in je mensen.’

Hypermodern pand

Dat Van der Poel IJs nu in een nagelnieuw, groter en hypermodern pand zit, komt door de droom van Pieter. Moeder Hilde: ‘Hij wilde meer dan alleen de voetsporen van z’n vader volgen. Hij wilde zelf iets creëren.’ Pieter: ‘Ik wilde het groter maken, al is dat wat plat gezegd, want het is me niet om het geld te doen. Maar op onze oude locatie zaten we aan onze max.’

Van der Poel IJs heeft - naast de ijsmakerij in Borne Hengelo - salons in Enschede (twee), Hengelo, Almelo, Hardenberg en Oldenzaal. ‘We proberen er de komende jaren elk jaar eentje aan toe te voegen’, zegt Pieter. ‘Al moet ik toegeven dat dit nieuwe onderkomen behoorlijk wat energie, kopzorgen en denkwerk heeft gekost. Dat was niet de leukste tijd, maar we zijn er nu heel blij mee.’ <

  • Auteur: Geert Jan Darwinkel
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Meer lezen over dit onderwerp?

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens