8 min

Zeeuws bier, van grond tot mond

Reportage

Ondernemer Marc Menue kocht in 2012 een kroeg in het Zeeuwse dorpje Groede, waar hij met behulp van Belgische bierbrouwers zijn eigen bier maakt. Dat bier groeide uit tot Dutch Bargain, een tegendraads merk dat inmiddels in de grote supermarkten verkrijgbaar is. Maar Menue is nog niet klaar. Hij kocht onlangs een boerderij en wil gaan werken volgens het grond-tot-mond-principe. ‘Geld is lange tijd een drijfveer geweest. Maar nu niet meer.’

Een doodstille vrijdagochtend in de Blekestraat in Groede, een pittoresk plaatsje in Zeeuws-Vlaanderen met één hoofdstraat, een pleintje en een kerktoren, die de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog overeind lieten staan, omdat het Rode Kruis er gewonden verzorgde.

Twee wandelaars laten hun oog dwalen over de tekeningen op de ramen van een oud pand. ‘Zeeuws Craft Beer’ staat er in witte letters boven twee klinkende glazen. Aan de gevel hangt een bordje met ‘brouwerslokaal’. Tien uur ’s ochtends moet de wandelaars nog te vroeg zijn voor een glas speciaalbier, want ze lopen door, zich hardop afvragend hoe het er daarbinnen uit zou zien.

Welnu, binnen kom je in een enorme ruimte met zes meter hoge plafonds. Achterin staan grote, stalen ketels waar drie dagen per week bier in wordt gebrouwen. Aan de linkerkant bevindt zich een meterslange betonnen bar, met daarboven dertig tapkranen waar het bier rijkelijk uit vloeit.

Eten bij je bier

Op de muur heeft een Bredase kunstenares zich uitgeleefd en uiterst rechts in de loftachtige ruimte treffen twee koks in een open keuken voorbereidingen voor de lunch. Hier kunnen gasten van donderdag tot en met zondag eten bij hun bier bestellen – ‘beer pairing’ heet het concept, dat populair is in Nederland en overwaaide uit de VS.

Aan de plafonds hangen turnringen, touwen, verderop is van een bok een meubelstuk gemaakt. Het zijn overblijfselen uit de gymzaal van een basisschool die ooit in dit pand zat. Op de vloer liggen kleden en in de hoek staan planten. Kasten vol spelletjes. Lampen. De ruimte oogt als een grote huiskamer. Het interieur is zo indrukwekkend dat de oprichter van biermerk Dutch Bargain zijn gast even rustig laat rondkijken terwijl hijzelf een gesprek met zijn compagnons afmaakt. ‘Loslaten en delegeren’, begint hij daarna, voordat hij zich heeft voorgesteld. ‘Het hoort bij het ondernemen.’ Dan begint hij met vertellen, zonder ook maar één vraag te hebben gekregen.

Zijnwensisomálleslokaaltehalenofzelfteproduceren,totdehopvoorzijnbieraantoe

Dorpsleven

Marc Menue, 59 jaar, geboren en getogen in Tilburg, verloor als kind zijn hart aan de rust en de ruimte van het Zeeuwse platteland. Zijn familie komt uit deze contreien en het gezin Menue (acht kinderen, hij is de zesde) keerde er tijdens vakanties altijd naar terug. De normen en waarden van het dorpsleven, de sociale controle: het gaf hem een veilig gevoel – en nog altijd.

Menue nam zich voor ooit naar Zeeuws-Vlaanderen te ‘emigreren’, maar niet voordat hij carrière zou hebben gemaakt in het bedrijfsleven. Intussen stelt hij zijn compagnons Thibo Baccarne en Stijn Jordans voor. ‘Zij waren erbij vanaf het eerste uur.’ Baccarne is een Vlaming die het bierbrouwen tot kunst heeft verheven, en Jordans, horecaman pur sang, was bedrijfsleider in een strandtent, voordat Menue hem verleidde tot het ondernemerschap.

Op zoek naar voldoening

Het leek er lang op dat Marc Menue voorbestemd was voor een financiële loopbaan in de directie van bedrijven – jasje-dasje, niet voor te stellen als je hem nu in een spijkerbroek en hoodie aan tafel ziet zitten, een kop koffie wegtikkend alsof het een borrel is. Hij rolde de accountancy in en klom snel op tot de directie van een postorderbedrijf. Later ging hij aan de slag als interim-bestuurder van een start-up in windenergie en werd hij CFO van een bedrijf dat windturbines ontwikkelde. Hij woonde in een riant huis in Tilburg, maar voldoening bracht dat leven hem niet.

Op zijn drieëndertigste ontmoette hij zijn vrouw Veronique, tot zijn vreugde afkomstig uit de omgeving waar hij zo naar verlangde. Tien maanden later verwachtten ze hun eerste kindje, nog eens twee jaar verder waren dat er drie. Net zo impulsief kochten ze samen een boerderij in het buurtschap Boerenhol, gemeente Sluis.

Toen ze eenmaal neergestreken waren in het land van hun dromen, namen ze een jaar vrijaf om te kijken hoe ze verder zouden gaan. Bij gebrek aan inspiratie besloot Menue vanuit Zeeland een financieel adviesbureau te gaan runnen. Zijn bedrijf groeide hard, maar stortte door de financiële crisis in 2009 ook weer in elkaar.

De Drie Koningen

De ommekeer in dit verhaal diende zich aan op een volstrekt willekeurig moment in het leven van Menue, toen hij, inmiddels verhuisd naar de Markt in Groede, op een goede dag hoorde dat het café waar hij naast woonde leeg zou komen te staan. ‘De Drie Koningen had niet de liefde gehad die het verdiende’, zegt Menue. ‘Er zaten dames in die de potentie ervan niet zagen. Toen ik het overnam, zat er een ongebruikte brouwinstallatie in. Probleem was alleen: ik kon geen bier brouwen.’

Dus schakelde hij een brouwschool uit Gent in; een paar maanden later was de Marckensteijn I geboren – een blond bier, naar bedenkers Marc en Stijn. Terwijl Menue vertelt, kruipt er een kleine jongen door het brouwerslokaal. Ezra heet hij, en moeder Fran is nooit ver weg. Zij zijn, net als Veronique Menue, vast onderdeel van het Dutch Bargain-team. De mannen houden zich bezig met het bier, de vrouwen met het eten. Zij maken op dinsdagen en donderdagen broden en pizzabodems van zuurdesem en stellen de menukaart samen.

Rare bierrecepten

Terug naar het jaar 2015, waarin de Vlaming Thibo Baccarne – inmiddels vader van Ezra – bij de ploeg werd gehaald. Hij was professioneel brouwer bij een Belgische brouwerij, maar Menue lijfde hem in door hem ‘allerlei rare bierrecepten’ te laten ontwikkelen. ‘Vanaf dat moment is ons bier van veel hoger niveau.’

Het merk Marckensteijn evolueerde in 2016 tot Dutch Bargain, gebaseerd op de aloude traditie van overeenkomsten die worden gesloten tijdens een potje stevig drinken en bedoeld als ode aan de Nederlandse handelsgeest. ‘Wij zijn een beetje tegendraads, een tikkie rebels, maar met een lokaal en sociaal ideaal’, zegt Menue. Hij had een bedrijf voor ogen waarin hij al die zaken kwijt kon. Hij wist lange tijd alleen nog niet waar. Dat veranderde toen hij zijn oog liet vallen op een oude gymzaal in Groede.

Álles lokaal

Dat pand stond al dertig jaar leeg, er groeiden paddenstoelen aan de muren. En toch wilde Menue het hebben. Hij moest er uiteindelijk een openbare aanbesteding voor winnen van elf andere gegadigden om het ook daadwerkelijk te krijgen, maar in 2022 was het brouwerslokaal een feit.

‘Ons idee was het beste, omdat we het eerste Zeeuwse biermerk waren, omdat we wilden werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, we een trekpleister voor toeristen zouden worden en we zouden gaan werken volgens het grond-tot-mond-principe. Dat betekent dat we bijna alle grondstoffen voor de producten die we maken of verkopen lokaal inkopen of laten produceren, binnen een straal van maximaal vijftig kilometer.’ Hij wil álles lokaal halen of zelf produceren, tot de hop aan toe.

Zeeuws wagyu-rund

Daartoe kocht Menue twee jaar geleden een oude veehouderij met twee hectare grond in IJzendijke, ook gemeente Sluis. Hij pakt een laptop en zoekt naar een stopcontact om aan de hand van tekeningen te laten zien wat hij van plan is: hij is bezig met de aanleg van een voedselbos, wil op een weide het ‘Zeeuwse wagyu-rund’ laten grazen, heeft plannen om een oude schuur om te bouwen tot ‘megakas’ en plantte vorig jaar zeshonderd struiken en planten.

Het grond-tot-mond-principe komt zo steeds dichterbij. ‘En het idee is dat er straks mensen als dagbesteding op het land komen werken. Ik heb ook een blinde jongen in dienst die over de online marketing gaat en er werkten hier twee Oekraïense vrouwen. Dat bedoelde ik met dat sociale ideaal.’

New Yorks biercafé

Buiten, achter de oude gymzaal, is een terras aangelegd. Dat staat ’s winters leeg, maar dat betekent niet dat er niets gebeurt. ‘Van een Amsterdamse brouwerij hebben we twee oude brouwketels gekocht waarin we regenwater opvangen’, vertelt Menue trots. ‘Dat wordt gefilterd en daarmee spoelen we de toiletten. Ik hoop dat het ook mogelijk wordt om met regenwater bier te brouwen. Dat mag nu nog niet.’

Menue en zijn kompanen droomden ooit van een biercafé in New York. Dat is veranderd. ‘Geld is lang een drijfveer geweest’, vertelt hij. ‘Maar we moeten mee met tijdgeest. In plaats van meer winst willen we waardemaximalisatie. Terug naar lokaal. Zoals vroeger.’

  • Auteur: Dennis Boxhoorn
  • Fotograaf: Christian Keijsers

Meer lezen over dit onderwerp?

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens