

‘Chauffeurs zitten gewoon tussen de gezinnen, want zo doen wij dat hier’
Oud & NieuwHet vermaarde wegrestaurant Frans op den Bult in Deurningen wordt gerund door alweer de zevende generatie. ‘Er zijn veel zaken die ik anders doe dan mijn vader’, zegt Pauline Scholten (38), die sinds begin vorig jaar de scepter zwaait. ‘Al zullen veel dingen, zoals normaal doen en de focus leggen op chauffeurs, hier nooit veranderen.’ Overigens staat de achtste generatie al in de coulissen. ‘M’n kleindochter van elf roept nu al dat ze de zaak straks gaat overnemen’, lacht Paulines moeder Irma Hellegers (61).
IN DE HAL van wegrestaurant Frans op den Bult hangt tegenwoordig een fraaie fotocollage van de zeven generaties die bij het etablissement de leiding hadden en hebben. Maar in 2007 had Irma Hellegers nog geen idee dat ze zoveel voorgangers had. Ze wist niet beter dan dat zij en haar man Wim de derde generatie vormden. Klopt niet, zei Annie Kamphuis, een oud-buurtbewoonster die met haar familiestamboom bezig was. Wat bleek: Frans op den Bult bestaat als tapperij en kruidenierswinkeltje al sinds 1826, en Wim en Irma Hellegers bleken niet de derde, maar de zesde generatie die er de scepter zwaaide.
‘Dat beginjaar 1826 moeten we alleen nog even zwart op wit zien te vinden’, zegt Irma, die onmiddellijk in de archieven dook en in de pen klom om een boek over de geschiedenis van Frans op den Bult te schrijven. ‘Over een paar jaar bestaan we tweehonderd jaar en daarom willen we het Koninklijk Predicaat aanvragen. Maar daarvoor moeten we de oprichtingsdatum zwart op wit hebben en dat hebben we niet. In 1832 begon pas het kadaster en daarin staat dat Frans (Oude Veldhuis) op den Bult tapper is. Het kan dus best dat we nóg ouder zijn, want de boerderij is al in 1819 gebouwd.’

Zuipers aan ’t schap
Sprongetje in de tijd: Wim en Irma Hellegers namen de zaak in 1983 over. Dat had nog heel wat voeten in de aarde. ‘Mijn man, die automonteur was, had helemaal geen zin om het over te nemen’, vertelt Irma. ‘Frans op den Bult was destijds niet meer dan een bruin café, waar locals tot diep in de nacht aan ’t schap zaten. Daar had Wim geen zin in, om tot ’s nachts het gezeur van die zuipers te moeten aanhoren. Wij hebben de boel dus radicaal omgegooid. Nou, toen had je m’n schoonvader moeten horen. Die was bang dat we kapot zouden gaan. Hij kon de zaak maar moeilijk loslaten. Maar Wim was enig kind, dus veel keus hadden ze niet.’
Onder Wim en Irma Hellegers ging Frans op den Bult behoorlijk op de schop. ‘Er kwamen begin jaren tachtig al af en toe wat chauffeurs, en die zeiden: als jullie je nou wat meer op ons toeleggen, dat zorgen wij dat hier meer chauffeurs komen.’ Het wegrestaurant was daarmee geboren.
In de decennia daarna volgde de ene uitbreiding (uitbouw restaurant, hotel) na de andere (zalencentrum). Frans op den Bult groeide en groeide, met intussen tegen de honderd man personeel. Maar de mentaliteit, die veranderde nooit. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, is ons motto’, zegt Irma. ‘Chauffeurs zitten hier gewoon tussen de gezinnen. Ja, waarom niet? Ze doen niks, hoor. En als dat je niet bevalt, dan ga je maar ergens anders heen, want zo doen wij dat hier.’
Gespreid bedje
Op 1 januari 2023 ging Frans op den Bult over op de zevende generatie en daarmee ging voor dochter Pauline Scholten een droom in vervulling. ‘Ik heb dit altijd gewild’, zegt ze. Irma: ‘Pauline weet niet beter, ze is groot geworden met de chauffeurs.’ Pauline: ‘Die chauffeurs vind ik eigenlijk het mooiste van allemaal. Normaal doen, geen opsmuk.’
Ze kwam terecht in een gespreid bedje, want de zaak loopt goed, met zo’n 450 maaltijden per dag die worden geserveerd. ‘ADD door de week, ADHD in het weekend’, grapt Irma. ‘Dat staat voor Alle dagen druk en Alle dagen heel druk.’
Niettemin heeft Pauline tal van veranderingen in petto. ‘Niet dat m’n vader daar altijd even blij mee is. Of ik wa wies ben, het gaat toch goed zo?, zegt-ie dan.’ Irma: ‘Loslaten valt niet altijd mee. Bemoei je er nou niet mee, je weet zelf hoe vervelend dat was toen wij het destijds overnamen, zeg ik dan. Gelukkig is hij nu druk met de verbouwing van ons nieuwe huis, dat houdt z’n aandacht hier wat vandaan.’ Pauline: ‘Ik wilde bijvoorbeeld over op een handheld-kassasysteem. Nou, moest je net bij papa zijn. Pen en papier werkten toch prima? Ik wilde ook mooie, handzame, bedrukte menu’s, in plaats van die dikke mappen. En, ook iets van de toekomst: we krijgen hier binnenkort een Clean Energy Hub, waar vrachtwagens diesel, lng, elektrisch én waterstof kunnen tanken.’
Bedrijfscultuur
Ook de bedrijfscultuur is sinds een jaar een tikje veranderd. Pauline: ‘Mijn vader is van de oude stempel. Ik betaal, dus het personeel doet maar wat ik zeg.’ Irma: ‘Maar dat autoritaire van toen kan tegenwoordig natuurlijk niet meer.’ Pauline: ‘Er liggen voor het personeel zo tien andere banen voor het opscheppen. Ik ben meer van de inspraak en het meedenken. Ik delegeer, ik heb teams gemaakt met een leidinggevende. Voor de keuken, de bediening, noem maar op.’
Maar de goeie dingen blijven gewoon, hoor, haast ze zich te zeggen. ‘De focus op de chauffeurs bijvoorbeeld, die blijft, net als de befaamde Bult-schnitzel van een kilo. En we blijven hier ook gewoon normaal doen.’ Irma: ‘De klant is hier geen koning. De klant is hier mens.’ Pauline: ‘Of je nou een pak aan hebt of een overall, je kunt allebei een schnitzel krijgen.’
- Auteur: Geert Jan Darwinkel
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















