

Een stadse zaak op het platteland
Oud & NieuwDirk de Wit Mode in Bovenkarspel is 77 jaar geleden opgericht door, drie keer raden, Dirk de Wit. De man die ’s zondags na de kerk met kostuums onder zijn arm naar de tuinders fietste. Inmiddels is de dorpswinkel uitgegroeid tot de grootste modezaak van Noord-Holland. De tweede generatie, broers Dick (69) en Sjef (71), en de derde generatie, neven Tom en Nick (beiden 38), vertellen over de transities in het bedrijf, maar ook over wat hetzelfde is gebleven.
HET IS MAANDAGMORGEN. Wie gaat er dan winkelen, zou je zeggen? Maar bij Dirk de Wit in Bovenkarspel snuffelen er al behoorlijk wat klanten tussen de kledingrekken. En kledingrekken zijn er veel. Logisch als je bedenkt dat het winkelpand, dat onlangs verbouwd is omdat het bedrijf weer uit zijn jasje groeide, vier verdiepingen en 3.500 vierkante meters telt.
‘Het regent pijpestelen, dat is goed voor de jassen’, roept Sjef de Wit bij binnenkomst. De vier heren De Wit - Sjef dus, zijn zoon Nick, zijn broer Dick en diens zoon Tom - zitten in het kantoor achter de winkel. De tweede generatie steekt meteen van wal.
Kogelwerende kwaliteit
‘Onze vader Dirk opende in 1947 zijn winkel met heren-, jongens- en werkkleding. Vooral corduroy klettervesten en manchesterbroeken, hoogwaardige werkkleding van kogelwerende kwaliteit, deden het destijds goed bij de tuinders’, aldus Sjef. ‘Service met een hoofdletter S, dat is waar onze vader voor stond’, vult Dick zijn broer aan. ‘Mensen mochten op rekening kopen. Meestal werd er dan pas afgelost wanneer in september de oogst verkocht was. Kleding op zicht meenemen naar huis kon ook. Mijn vader fietste zelfs, omdat de tuinders ook op zondag druk waren, na de kerkdienst naar hen toe met kostuums en onderbroeken voor de kinderen.’
Ook in marketing was Dirk vooruitstrevend. Zo zette hij de eerste Daf Variomatic in de etalage als eyecatcher en stuurde hij klanten een rechtersok met de mededeling dat ze de linker in de winkel konden ophalen. Ook liet hij tijdens de West-Friese Flora een dromedaris, voorzien van sandwichbord met aanbiedingen, door het dorp lopen.

Allesverwoestende brand
Nadat Dirk in 1966 op jonge leeftijd overleed, bestierden moeder Bertha en zus Ans de winkel, ook wel Stadszaak ten plattelande genoemd. Sjef kwam daar, na de Textielschool, in 1971 bij. Eerst als medewerker, later als eigenaar. Jaren later voegde Dick zich bij het team en hij werd in 2000 algemeen directeur. Sindsdien waren Sjef en Dick samen eigenaar.
Natuurlijk stond in de tussenliggende jaren de tijd niet stil en veranderde er veel. Zo werd er damesmode aan het assortiment toegevoegd, een begin gemaakt met de automatisering en is er vaak verbouwd. Helaas was er in 2008 een allesverwoestende brand. ‘Ik stond erbij en keek ernaar’, vertelt Dick, die destijds met zijn gezin boven het winkelpand woonde. ‘In een paar tellen stond alles in de hens. Diezelfde avond nog beloofde de locoburgemeester dat zij ons zou helpen er bovenop te komen. Die belofte heeft zij waargemaakt. Sterker nog, we mochten uitbreiden van elfhonderd vierkante meter naar tweeduizend.
Zakelijke trouwring
Inmiddels telt het pand alweer bijna het dubbele aantal meters. En nu is het de beurt aan de derde generatie: neven Tom en Nick. Beiden zijn na hun studie in de zaak begonnen en sinds tien jaar eigenaar. ‘Mode is ons met de paplepel ingegoten’, aldus Tom. ‘Er was altijd wat te doen. Van kleding uitpakken en winkelklaar maken, tot het - ik was toen wel wat ouder - helpen bij logistieke en strategische vraagstukken.’
Ook de neven hechten veel waarde aan service en marketing. ‘Al zullen mensen nu niet meer zo gauw een linkersok komen ophalen in de winkel. Maar een auto als eyecatcher hebben we nog steeds.’ Tom: ‘Vanaf 2013 sturen we een eigen fysieke krant naar klanten. Deze krant werd ook toegevoegd aan het Noord-Hollands Dagblad. De verkoopcijfers stegen meteen. Daarnaast doen we aan klantgerichte direct mail. Omdat we per klant de koopgeschiedenis bijhouden, weten we precies wie waar behoefte aan heeft. Verder is er een webshop en organiseren we events. Denk aan een meet & greet met ontwerpers, een high tea, women days met bijvoorbeeld een nagelstylist en men’s night-out met een whisky- of bierproeverij.’
Speciaal voor hongerige klanten is er een restaurant waar geluncht en geborreld kan worden. ‘En o ja, er komt ook vaak een tattoo-artiest die kleine tatoeages zet’, vertelt Nick, terwijl hij trots de getatoeëerde kledinghanger aan de binnenkant van zijn rechterpols laat zien. Ook Tom showt de binnenkant van zijn rechterpols. En ja hoor, hij heeft zo’n zelfde kledinghanger. ‘Dit is onze zakelijke trouwring’, lacht hij.
Zelfde naam op de gevel
De mannen van De Wit gaan met hun tijd mee en vinden duurzaamheid belangrijk. Zo is het verpakkingsmateriaal van papier, hebben ze zonnepanelen en ledverlichting en verkopen ze duurzaam en humaan gefabriceerde kleding. ‘Ook kan er in het atelier DW gratis kleding worden vermaakt en gerepareerd en kunnen klanten tijdens speciale acties hun oude jas of spijkerbroek inleveren en korting krijgen op een nieuwe aankoop. Vanzelfsprekend gaan die ingeleverde kledingstukken naar een goed doel’, vertelt Nick. ‘Dat deden we vroeger ook al’, zegt Sjef. ‘Eigenlijk is er niet eens zoveel veranderd sinds 1947. Ook de naam op de gevel is nog dezelfde. En dat zal altijd zo blijven.’
- Auteur: Ymke van Zwoll
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















