

Meebewegen met de tijd
Oud & NieuwHet boerenbedrijf van de familie Van Geel uit Lage Zwaluwe heeft in honderd jaar vele veranderingen ondergaan. Wat begon met veeteelt voor de lokale slager werd in de jaren tachtig, mede onder invloed van de overheid, een bedrijf dat zich specialiseerde in akkerbouw. Nu het steeds warmer en droger wordt, is de zoete aardappel het hoofdgewas geworden. Met een paar trucs om zonlicht vast te houden, bleek het gewas ook in Nederland prima te groeien.
LUNCHTIJD BIJ DE familie Van Geel, met boterhammen kaas aan een grote keukentafel. Hier zijn de voorbije jaren alle gesprekken gevoerd over de toekomst van het boerenbedrijf. De broers Geerd (30) en Joris (28) zitten naast elkaar, ertegenover moeder Adje (62) en vader Frans (63). Alle vier maken ze deel uit van dezelfde maatschap.
Om te illustreren hoe het allemaal begonnen is met de boerderij, dit jaar op de kop af honderd jaar geleden, wijst Frans naar de muur. Daar hangen foto’s van toen tot nu. Aan de hand van luchtfoto’s waarop stallen komen en weer verdwenen zijn, kun je mooi zien hoe de boerderij met de tijd mee veranderde.
Groene vingers
‘Mijn overgrootvader kocht de gebouwen van een voormalig vlasbedrijf’, begint Frans van Geel. ‘Mijn opa begon er een gemengd boerenbedrijf met veeteelt en kleinschalige akkerbouw en mijn vader maakte er weer een bedrijf van dat zich naast akkerbouw richtte op mestvee, voor de vleesproductie. Het was de tijd dat je nog één stier per week leverde aan de dorpsslager.’
Frans van Geel had weinig op met veeteelt. ‘Dat is een gevoel, ik kan het niet goed onder woorden brengen’, zegt hij. Zijn zoon Geerd springt bij: ‘Pa heeft gewoon groene vingers.’ Zoon Joris: ‘Het was ook een periode waarin veel boeren zich begonnen te specialiseren.’ En Geerd: ‘Dat kwam door de overheid. Die wilde dat boeren zich na de oorlog meer gingen richten op de voedselproductie, zodat Nederland zelfvoorzienend zou worden.’ Moeder Adje: ‘Het motto was toen: nooit meer honger.’

Knolselderij
In 1985 stapte Frans, na een korte periode op de middelbare landbouwschool, in een maatschap met zijn vader, en vormde hij het boerenbedrijf van zijn ouders langzaam om van veeteelt naar akkerbouw. Hij verbouwde knolselderij, uien en aardappelen, en groeide in elf jaar tijd van 12 naar 35 hectare grond. Vandaag is dat ruim 90 hectare, met nog wat losse hectaren in pacht.
Het was hard werken bij de familie Van Geel, maar nooit met tegenzin. Frans hield de boel draaiende en kon dat doen omdat Adje, opgeleid als verpleegkundige, voor de kinderen zorgde. ‘Als je van vakantie naar vakantie leeft, moet je dit werk niet willen doen’, zegt Geerd. Joris: ‘Het klinkt cliché, maar boeren is een levensstijl. Je bent er dag en nacht mee bezig.’
Boerenzoon in Amsterdam
Aan Joris zagen Adje en Frans al vroeg dat hij het boerenbedrijf ooit zou overnemen. ‘Dan stond hij op de werf gefascineerd naar machines te kijken’, zegt Adje. ‘Geerd was anders. Zijn interesse kwam pas later.’ ‘Ik wilde vroeger piloot worden’, zegt Geerd. ‘Ik ben altijd in techniek geïnteresseerd geweest. Dus ging ik op mijn zeventiende vliegtuigtechniek studeren in Amsterdam.’
Daar zat hij, de boerenzoon, in zijn eentje op een kamer in de hoofdstad. Die stap was nogal groot en de studie was achteraf niet de juiste keuze. Na een half jaar had hij door dat dit niets voor hem was en kwam hij terug naar de boerderij, waar hij ging meedraaien. Toen hij ontdekte dat de appel misschien toch niet al te ver van de boom viel, meldde hij zich aan bij de Hogere Agrarische School in Den Bosch, voor vier jaar boerenstudie op hbo-niveau.
Ook Joris kwam op de HAS terecht. Ze studeerden twee jaar na elkaar af. Geerd wilde niet meteen fulltime boeren. Hij ging ‘buitenshuis’ ervaring opdoen, aangemoedigd door zijn ouders. Hij kwam bij een frietfabriek terecht en later bij een adviesbureau in de kassenbouw. Hij doet dat laatste nog altijd, twee dagen per week. Met zijn salaris zorgt hij voor wat continuïteit in het familiebedrijf.
In zijn afstudeerjaar op de HAS kreeg Joris de kans om een eigen onderneming te starten. ‘Daarmee begonnen ook de gesprekken over meedoen in de maatschap’, zegt Joris. ‘Geerd en ik legden aan onze ouders uit hoe wij de toekomst zagen.’ Van Geel Akkerbouw draaide goed, maar om met de tijd mee te gaan, met het veranderende klimaat bovendien, kon een aanpassing geen kwaad.
Zoete aardappel
Geerd en Joris hadden het al eens over de zoete aardappel gehad. Daar bestaat in Nederland een markt voor, maar de groente moet vaak uit verre oorden worden geïmporteerd. Dat moest anders kunnen, zeker nu het hier steeds warmer wordt. De broers begonnen met een proef op twee hectare, en hebben inmiddels twintig hectare zoete aardappels. Met een paar trucs om warmte en vocht vast te houden, bleek het gewas ook in Nederland prima te groeien. Joris: ‘Hij gaat goed op droogte en warmte. Twintig jaar geleden had dit niet gekund.’
De zoete aardappel is nu het hoofdgewas van het familiebedrijf. De Zoete Pieper, zoals Geerd en Joris hun deel van het bedrijf noemen, levert aan supermarktketens. De zaken gaan zo goed dat Frans en Adje een stap terug willen doen. Is alles dan hosanna bij de familie Van Geel? Ze beginnen te lachen. ‘We zijn het lang niet altijd eens’, zegt Frans. ‘Maar we komen er altijd uit.’
- Auteur: Dennis Boxhoorn
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















